| Abstract |
Melk-houtboom, bij de Malabaren genaemt Kalli, En bij de Cingaleesen Talukakasoe, Zij groeijen eerst driekantig, en van binnen steeligh, Dan int’vervolg van tijt, als zij beginnen groot te worden, soo worden zij rond en van binnen hard. Dog omtrent bergagtige plaatsen vallen zij al te groot, en veel te dik, als zij op zulke plaatsen lange jaren hebben gestaan, soo wordense van binnen heel hart, waar door de boom begint af te gaan. Het binnenste of het hart van zulke boomen, is het gene men Ordinaris Lignum aloës noemt, t’welk een aangename reuk heeft. De melkhoutigheden, en de wortel van gemelte boom, worden in de Medicijnen gebruijkt, welkens natuur is heet en droog, hebben een etter of rijpmakende, openende, suijverende en afdrijvende kragt. Zij vallen in deese gewesten over al.
Melk-houtboom (milk tree), named Kalli by the Malabars and by the Sinhalese Talukakasoe. They first grow triangular, with a soft core. Later, when they grow bigger, their stem becomes round with a hard core. Older individuals in mountain regions become quite large and woody, after which the branches fall down (?) The inner core of these trees is called 'Ordinaris Lignum aloës'. which has a pleasant smell. The exudate and the root of this tree are used in medicine. Their nature is hot and dry, so they have opening, purifying and expelling properties to be applied on abscesses. They grow everywhere in these regions.
|