| Abstract |
Parutti, also genaamt onder de Malabaren, en bij de Cingaleesen kappoe, is een boom die niet heel groot groeijt, de jonge vrugt daar van inwendig begruijkt, bevordert de maanstonden der vrouwen, en geneest de geelsugtigheijt, de wortel van bovengem: gekneust, en in een doek gebonden, en uijtwendig op de buijck der kramende vrouwen gelegt, werden zij in korten tijt van het kind verlost; Zij vallen doorgaans op Ceijlon.
Parutti, named by the Malabars and by the Sinhalese Kappoe, is a tree that does not grow very tall. The young fruit, taken internally, stimulates the menstruation of women and heals hepatitis. The upper root is bruised, bound in a cloth and applied externally on the belly of women in labour: they will soon give birth. They generally grow on Ceylon.
|