| Abstract |
Poengoe, alsoo genaemt bij de Malabaren, en onder de Zingaleesen Mangoel karendeij, is een grote en dicke boom, de uijtgeperste zap van de bast is een groot middel uijtterlijk gebruijkt in vuijlaardige ulceratien, hij zuijvert deselve en brengt die trapswijse tot een volkome geneesing. Ja selfs doet hij de fistels, wanneer desselfs vogt door eenige inspuijting daar ingebragt werd de arme lijder tot zijn gesondheijt wederom brengen in volkomen geneesing. De bloem van de bovengenoemde boom versch afgeplukt, inde lugt, of in een bequame plaats gedroogt, en tot een poeder gebragt, en inwendig gebruijkt, neemt hij de benaeuwtheeden en quaedaardige humeuren van verscheijde siektens weg, Ja selfs aan die geene die met een maansiekte geplaagt zijn, geneesen, Zij vallen doorgaans op Ceijlon
Poengoe, named by the Malabars and by the Sinhalese Mangoel karendeij, is a large tree. The juice squeezed from the bark is a great medicine to apply externally on persistent ulcers, which are purified and completely cures step by step. It can even cure fistula, when injected (in the anus) and can completely cure the poor patient. The flower of this tree, freshly picked, dried in the air and powdered, is taken internally against shortness of breath and malicious fluids of several diseases. Yes, even those suffering from moon-sickness will be cured. They generally grow on Ceylon.
|