| Abstract |
Karuweepileij, alsoo genaemt onder de Malabaren, En bij de Cingaleesen karupinsa is een gemeene boom, de bladen van deselve in water gekookt, inwendig gebruijkt, geneest de koorts, beneemt de klopping van t'hart, en stilt den dorst, werd veel in flegmateuse lichamen te drinken gegeven, Zij vallen doorgaans op Ceijlon.
Karuweepileij, named by the Malabars and by the Sinhalese karupinsa is a common tree. The leaves, boiled in water and drunk, cures the fever, eases the heartbeat, quenches the thirst and is advised against phlegm. They generally grow on Ceylon.
|