Deze tUm is beschikbaar gesteld door het KITLV, uitsluitend op voorwaarde dat noch het geheel noch delen worden gereproduceerd zonder toestemming van het KITLV. Dit behoudt zich het recht voor een vergoeding te berekenen voor reproductie. Indien op het originele materiaal auteursrecht rust, dient men voor reproductiedoeleinden eveneens toestemming te vragen aan de houders van dit auteursrecht. Toestemming voor reproductie dient men schriftelij k aan te vragen. This film is supplied by the KlTL V only on condition that neither it nor part of it is further reproduced without first obtaining the permission of the KITL V which reserves the right to make a charge for such reproduction. If the material filmed is itself in copyright, the permission of the owners of that copyright will also be required for such reproduction. Application for permission to reproduce should be made in writing, giving details of the proposed reproduction. SIGNATUUR MICROVORM: SHELF NUMBER MICROFORM: MMETA 0156 I I~ 1~'~lr'~lmilïl [(I \l[\ 1 11\1I~1II 1 IiI IIIII 00762359 DE ~EEF DIE Z1J~ 0011 ZOEKT. • DE NEEF DIE ZIJN 0011 ZOEKT. '1'00. l<:ELEN UIT lIET LEVEN 1. NEDEHJJ\.~D'C)[ OO~T-T~DlE, V \ _ "r O. . LJ T v on 1I0'R 11 El' Jllrt 11 0 () (, 11 UIT . C ti , lliH ~Innlplntrll. -_ ...--11 A A Jt J, f' r; )1. ZW A,\ RDB~l .\ KBR. I S(), I. Tc \r urtzburg aan den :.'Ircin, woonde V001' ongevcer zcvcntió jaren cen man, die Hiebcllcr heette cn de ballrd 'n schrapte, W31ll1CCr zij de lUÎ te lallg begonnen te worden. \\Toensdag cn ~:1tu ruags kon men I)cm met zijn koperen benell vol ij I'crig door allc stralen zien rouilloopen. Daar lllj hovellllicll ok \'er taud bad van koppen, aderlaten, yel'bindell CIl wat di meer zij, en nu en clan de (loctol'rll ecu hal\ujc hielp gaven de men eh en llCm uen hoogklinkt'JIllell naalU van 11 mee ter Riebcncl'," 't. gccn hij zieh bijzollder liet welgevallen. Daar had nicmand ook iets teö"!1 te n'ggell. Behalve dat was hij ('('n brave eerlijke kc!'(·l, '11 gren wandcleJ1(]e llieuw po~t, gelijk dit :ll1tler!\ \ :111 het vak ol\af-chcidclijk H ne mon bad l\\' e jongen, die hij beiden in zijn " .) gilt! \rilJe groot brCllgell j JIIuar ue jong 'tc wild' llict aau Je baard chl'apperij, vol tI' kt lIiet. 11 Ik heb el' vrede m('~!" zeick de vader kort w('''' " 11 'k ben maar blijde, dnt mijn l'riLs teil minste zijn geslacht cel' aan doet j want alle l{'iebeller toell, zoo vl'r onze tamboolll reikt, zijn li deH gewee t, die zich met de heclkull tophielden, n te goeder naam en faam stonden, vrij wat meer dan Heer l'rofessor Villen burg van het Juliushospitaal j" daarmede bedoelde hij een llOoggcleerden heer, die hem ens bij eene operatie, waarbij hij hielp va thouden, 11ad toegeroep n: /I Riebelier, je b ut en ezel!" - Dat zat Il 'ID nog aHijd dwars in de maag. - 13rlecfd wa' 't ook niet, maar mi schien goed gemeend. :too werd dan lle jong te bij een winkelier in do leer gedaan, ter\\ ijl .PriLs bij zjjn "ader in de leer bI cf Cll weldra de ru\\' 'fe kinn('u zoo glad kon vegen ol erll jOJlge-jufvrou\\'cn-<>'ezigt. De oude echü'r kon o,er het gezegde VUil Profe~ or Villenbnrg maar niet tot ru~t komen, n hij IJi Id lliet op, voor }'rits in het J uliu~110spi taal geplant t wtrd, eenige college bezocht cn zij IlC kennis VUlI heL \ ak vermeerdcrde, zoodut llij gebr lene IJ· I1cn KOII zeilen en zulke zaken meer, die c n chirurgijn goed \'un de IJ:\Jlu moetcn gaan, nl~ hij dicn naam rel' lienen wil en niet zoo betiteld wil zijn uI. ('en!' d ond Bic hl'I1(:r. '1'oell nu Prit twintig CII Karcl achLticlI jaar oud waren , 1lI0e~t }'l'ifs de wijd \Ier-lu iu, CII Karel werd \I inkclbediende. ])it geschicdde ell na verloop van twC'e jaren \10. rare! cen ieraau van de toollballk 11 l'rits het laud uit ell • poodoo "erd II'Cllell, tot cl' na vele jaren cen bric'f uit Batuvia bram aan den oud n Riebc11er, die echter re d lang met zijnc brave vrouw iu sehen de z ' planken lag. 1\"3ro), die LOCII digt bij heL Julius!Jo"pitaal in ceue beseh idcllc nederige \\ onill,!; zijn J..l'uidenier '\\'ink I deed, nam den brÎl-f aan hot po:,tkantoor in onhang, en daarin IlU schreef }t'rib, dat hij te 13ata\'iu oldaLcndoeLor was ell d~t ~ijll vauer hem eeus chl'ijrru moe.!, hoc het lllet hem CII met Kon-[ ging; Ilij \,ilde hem ook wel geld sturell, \lunt h t gillg helu gooi! en hij hncl een aardig sommetje opgc: lIaar ,\cnsch. Karel hall IlCt ni t te 1 -1,- breed en schreef naar Batavia. }'rit stuurde geld om zijne petekind te laten studeren cu deze laat te ging met grooten ij vcr cn vele talentcn van de een 'chool in de andere en werd weldra studcnt. De oom te 13utavia had ge c11l'even, dat frits ferm studeren en dan bij hent komea moest, want te Batavi.! " 'as veel te halen; daal' kwam '11 in acht dagen Ille r koortsen voor dan te 'Ir ul'lzburg iJL acM jaren en die ette Uollal1ders hadden meer bloed cu dukaLen, dan lloodig was; men kOll hUil , all beiden ecne goede hoeveelheid aflappen, zou der dat het hun chade deed. Met goede vool'uitzigtcn kon dus de \~inkelicr Riebeuer :tlles ten koste leggen ann zijn zoon, wuut hij had cr maar een, cu ook het grooto papier betalen, dat iemand tot doctor maakt; maal' toell hij ~tierf, bleef cr niets 0\ el'. Hij stierf poedig ook, ell zijne bra"e .rouw volgde hell1 weldra, W:lIIt toellmaals heer~ehte cr reIIe ziekte te \\rurtzbl1rg, die vele mellsehen ten grn\'e slerpte. Behal"e de smart orer het 'erlies van zijne ollders had de jonge doctor Frits l~iebener liU nog d..: sehrilkelijk overtuiging te ul'agcn, (bt cr niets 0\·crb1e"f. Wat IIU te dOl'n? - Te "\\"urtzburg "31'('11 toen bijna evcn veel doctoren nIs gczonuClI, ell de mel1sC'hcll krl'g('11 e n schrik op hot lijf al, zij die zwarte ongeluk 'vogds zngen en uaurbij 1Ingingcll, d, t h ,t kerkhof destijds aanmcrkelijk hao moetcll \'I'I'groot W01'l1t'1l. " Zou ik dat regiment nog me~ (én vermeerderen ~ vroeg hU met een bezorgd gemoed zich zclvell af. Zij krabben elkn:tr reeds de oogen uit als katten , zoo 11ijdig zijn ze, en broodnijd! llCCII, dai nooit I - l\Iaar waar llCen dau? - 111 elke tau zijn cr op zijn minst eell of twee? Eli wie weet, hoc lang ik van gebrek moet versma Men, tot mij eens eelle gelukkige kuUl' zal ten deel vallell? 1~1l zonuer dat komt men er toch niet! Als echter zulk ceue kuur niet geJukt, dan i ook alle verloren, ell ik ben r gek aan toe, WOllt het beet.i . dai Cl' oyerschiet, wallllCer ik het oudcrI ijkc hui 'je verkoop, 'irekt niet lang, ell dan m.oet ik 110nger lijden. Dat i· nu wel probaium \'001' een zieke, maar Jliet. nangell:1om voor een gezond mC'll!:ieh. Al die bedcnkingen wogc·n hem zoo zwaar , dat llCt 00 t-Tlldisehe plnn hoe la1lgcr !toe meer in zijn gemod 0l)dook. .Ja, lIaar Bat:wia; dat is mijn voorland! Zoo iet is gemakkelijk gedacht, :spoedig gezegd en moeijelijk gedaan; \rant \'ooreer'i had oom }'rita in geelt drie jarcll eelle leth.:r uit Uatuvia gcchreven, ell 0 k niet smeer overg<,zollÛeTl, al had zijn vader zaliger hem ook "elc brieveJl toegestuurd. Leefde hij 1I0g of \las hij dood? Van 13ata,ia kall men ovcrigens lll'eeie ' hetzelfde zeggen, uat ue ,\Yanusbeeker Bode \all :Mexico zegt, uamclijl-: "ligt nog verdef (lan 11r(,lI1el1;' (']) daarenboven. de ,reg claarheen -G licp door lIolJan,I cu kostte, Cl' 11 nl dc oude Grneraal J\Iontecneuli \'all den oorlog zeidc; ten cerste geld, teIl t weede gcld en tcn derde nog een ::> ld, I1ad dejor.ge doctor Riebener maal' wat nel danrl'tlll, dan zon het met de hand in cl bcurs de h cIc wereld door oppertJe·t gegaan zijn. ~Jnar danr zat hij nu met zijn gebakk 11 peren! r aar IIolland, ja, dat zou mi, ehien nog bijna lukken, maar dan kwam de oceaan, en daal'Orer kau men niet zwemmcn, zoo al te \rurtzburg orer dil ::\lcin: Toen dc jonge doctor zich in d rgelijke muizeIlllesten verdiepte , kwam l' plobeling een lichtstraal. ]<;1' leefde namelijk ecn oud Profe~sor, die in LeidelI ge ·tud erel had, cn deze wa~ nog al mct hem bC'\Ticlld. 31i. ehien w t die cr wat 0]1, ri p hij n rukte uil. })o oude Prof, ' or had den knappen jongmull jJl(ledaad lief. IIij I erh ugde zieh, toen hij hem zag. lliebener deeldc llCm zijn to tand mcde eu lJC,:,ehrcrf h IJl naauwkeurig al zijne bedenkingen Cll droeve voornitzigün. De goede man hoorde hcm bedaard aan. 11 Dus wilt gij ]Joar Holland gaan en uwrn oom te Datavia opzoeken?' vrocg hij lleillzrnd. 11 Dat i: niet kwaad, want de IIollallller ]1 men gaarne DuibC'her in dienst voor llUnne ol'cr7.eesche bezittingen; mnnr of dat zoo heel g makkelijk gaat, weet ik niet. DOell, ',"acht ccns !" riep hij erl1 ldap uit. 11 Jk heb te Lcit1('n mc't epn jon" mensrh ge tudrerd, die tlwn . bij d(· !!C'- mc kundige di n t ccn hoogcn po t beklced t. Aan hem I-al ik II C 11 aanbeveling brief mcdege, eu , en dat zal u mogrlijk heipelI." : cl dankbaarheid Ham Frits l1.icbclIcr dezen voorslag M aan, 'n gi ng met allen poel! aan '(, I crk. ])e verkooJl van het huis vi·l !log al mede, n eindelijk was hij reisvaardig, nam den brief met zich en ,"crliet zijne gellOort plaat, Hier zal ik thans de pen ncderleggell en den doetor lti beller 7.elf lat 11 _preken. Hij heeft namelijk over zijne reis 11 lotgevallen en ]ln:llllrkeurig dagboek geel11'CVe11 CII dit i· mij dool' een go!;d \Ticlld to \\TurLzburg ter h Uil d gestelcl. Toen ik W urtzburg erliet (7.00 vangt het dagbock aan) \las ik in eene wonderlIjke steOlmi Ilg, ]~cn deels \rerd mijne laehlu t OpgCI\Ckt, \lallt toeu ik Je doctoren van W urtzbnrg vaanrel z iue en zij vemamell, dat ik naar Ratavia ging, waren zij bovell mate vriendelijk en wC'uschten mij van hal'te e ne vool'"poedige reis CII allen mag lij ken zegen. :lij mceudcn het allen goed, want ik ging than. uit hun vaarwatcr 'Il kou maar al te goed bemerken hoe blijde zij daarover warell. Ten anderen echter wa' het mij ballg om heL hart. Tk llam immers afscheid van mijne vnJ!;r tad, waar ik zoo menig gelukkig jaar h. d doorgebragt , \faur de gral'ell vau l11ijnc dierbarr ouders waren, waar ik IIp.t nrl,klweld hacl - opgevat, dat mU den weg door het leven zou banen. E.n ik ging l1een , zonder vooruitzigt, dezc mij zoo chcl'bare oorden imlJ1er weder te zien; weinig 110pelld ell lOet bange zorgen toog ik Itet onbekende, verre land te gemoet. Dit beklemde mij bet bart. Toen ]1Ct donker geworden wa , ging ik nog eenmaa l naar het kleine vaderlijke hui , dat lIU reed door vl'eemdeu bewoond werd. Er brau dde licht in de kaw pr. Ik kon duidelijk al de plekjes en boekjes o,'el'zieu, waar ik al kind "'eö ~peeld had, ,\"aar mijnc ouders geleefd IJ mij zoo tceder bemind lladden. 1'0 II kwamen groote trallCn in mUlle' oogen, ell ik sloop lleeu, want hier toeh I\"as niets m cr voor mij, geel1e wooJlplaats, geen toe'l)raak. _k I ging naar hel, kf'rkhof, naar de graveu mijner ouders, Cll bad daar . uit. de volheid mijn harten. l\let mOlle traneu be~proe)de Ik d zodell, waaronder zij rustten en keerde toen naar het kamertje terug, waar ikcuert den dood mijn r .ouders zoo menig benaaulld uurtje JlnCI doorgebragt. Daar tand mijll koiier reed gepalt, eH n11e' ,ra doodseh C'u ledig. Ook daar gevo ldc ik mij niet meer te lllli . In ,J en vroegen m~rgen voer er een el)ip l/let wijn llUar h allkfort nfo ] [Jerop kwam ik kosteloo te }'rankfor.t, want .de eerlijke schippC'r llat! voor m(jn I'nder zahgcr mellJg rrllchtj gela(kn el) "jlde JlU den armen 7.0011 daanoor erk ntelijk zijn. Rn dit Wil. ank ('en !cl - nalatenschap van den ouderlijken z 'gen. Van Frankfort toL Ment? ging ik met IJ t mnrkt 'chip, waari n jan en alleman op clknà.r gepakt wa , en Val l :;\Ielltz kreeg ik '" d r cen goedkoop n overtogt op e 11 chip, dat naar Rotterdam voer. lk yermelcl hirr met een ellkel woord, dat ik eeue gelukkige r i, lUld en dat cic sehoone Rijnoevers , die ik toen voor h ,t erst zag, mijne :.I i 1 ophieven uit de sombere stemming, waarin zij verzonken was. Maar hoe klopte mij het hart, toen ik Rotterdam aan ehouwde ! 0, mijne ma der was eene reiue, geloovig , vrome vrouw. Zij had in mijn gcmo d eell innig n va, t "ertron wen op den IIrer geve' ti gd , di on nooit vergeet. Onwankelbaar bleef mij liet geloof, dat a~ wat on ' \lcden'aart, oDzigtbaar door God wordt gelOld en be~t uurd, en ik kendc llid ' troo~ tcl()ozers dan de g dachte, dat cr iet bij toeval gebeur IJ kon. Over het rrel!('el wa mij het woord toeml d\laa en onzin nig. l10e zou ik dan m I, zulk cen "ast cn heilig geloof mij angtig ge,'oelcn? ... 'een, dat 'las het ook niet, maar yec\cer de gedachte, dat mijn toekom~t lli r zou b sli·t worden. 't Zou ook strafbaar ligt7.innig geweest ., ~I (lezo voor telling niet in miJ'u hart ware op:.I~lU, ,, ' gckom Il. I~n al beefde dat hart ook, ik taarde biddend Oluhoog, waar de hUllU eener trouwe ell heilige liefde mij Cl\' ral "c!eit1(k Bu JO - Onderweg had ik navraag gedaall naar cene goede en goed koope h rberg. Men noemde mij 1/ het Anker" cn uit scheen mij van goede beteckeni , want de hoop, die nooit verijdeld wordt, de hoop op God heen toch een anker tot zinnebeeld. 1'oen ik iu de h l'berg kwam, waar mijn schipper insgelijk ' zijn intrek nam, w ra ik door dC11 dikken, stijven "'aard met een verachtclij k glimlachje ontvallgCJI. 't Was of hij cr ue lucht van had, dat zijn jonge gat geen tonn n gonus in de 11' rcld moe t hrbben. " TU, dat wa mij om 't cv 11, zelfs had ik het liever, dan dat hij mij voor een rijken noeshaall aanzag. De schipper wa echter een oud bekcnde, ril uit aehtillg voor dezen bewees de waard mij tocu enige "ri udelijkheitl. Praten echter kOlt ik niet met hem, want hij 'prak niet meer dan uoodig \\'as ell de cl niets dan rooken en dampen uit zijn eindje pijp. H oc veranderde IliJ echtcr, toen ik hem de ' morgen' mijn brief aan den Tn pedcnr vcrtoouue. Zijn , tijvc rug werd eellsklap lenig, zijn knorrig gelaat vriendelijk en zijn mond bOlr gelijk. Uit hctg en hij zeiuc, mnakte ik op, dat cl· In pecteur en mau vall groot aall~icn moest 7.ijn. De waard verstonu gccn woord fralJsch of duit eh, maar uit zjjne lnnggcrekte rcdenering werd mij duidelijk, dal. de ln~p tt'ur in cn del' Sc1100lJ ·te lrnleu woonde. Thall was lIet Mijnheer vóór en )lijnhccl' nu. -11IIij wilde mij een knecht medegeven , ja, als het noodig was, ielf mij geleiuen: doch ik verkoos Iie\'er alleen te gaan, li t mij uen naam der trant op chrijv n, en nadat ik mij n tje aangekleed en mijn brief ell diploma benev ns de yerdere aanbe\'elingen in mijn zak ge. token had, ging ik op weg. t Wa nog vroeg in uen morgen, 11 ik lwd ruimschoots deu tijd om de ' tad, met hare prachtige gebouwen, kanalen en handel'bedrijvigheid op te llemC Ii. Do h wat 'rgeruis , Loen de lieve ·traatjeugrl cu daaron de)' zelf' b(~aaruen, achter mij opkwamen eu mij betormden met de wooru Jl: 11 Uof! Mof! Kijk, ecu groeIIe Mof!" Dezen sehcldna:uu 'ge\/ell zij alle Duitseher', en 't i verwonilerlijk ,zoo nel als zij de uuitsche ofkom t in iemand weten op te merken. Nu, docht ik; 'L i maar het beste, mij te houd u alsof ik er niet met! bedoeld wns, maar dit hielp niet:!. net werd llOC langer lloe erg r n reed hael ik ecu gun ehe troep struatjongcn achter de hielen. 'fen laat ie uenk ik: \lacht, ik zol ze toch een beet llemen; k cr mij en,klalls om, neem d"l1 hoeu af en maak eene buiging voor h n, terwijl ik hUlI iJl llct fran 'ch toevoegde: 11 r ank u zoo veel mo itc niet, ik donk u voor uwe llOlIaud che anrdigh ,id." 'roen zij mij franselt hoorden spr ken Cl! mijne 'pottende beleefdheid zagen stonden zij 31 of zij pc1ijk bij de hanu . dat ik nict kon weèrstaan , en met hem medeging in crn nabijzijnd komjhui . ,- 1:1 - Uit de erbiedige houding tlcr bcdi ndcll be loot ik , dnt hij een man van aanzien was. Koffij Cll pijpen werd 11 gebragt cn wrldm warC wij druk in ge prek. ll Hij vertelde mij, dat hij \'a n dui t che ouder afslamde, die in de Duit ehe bezittingcn van het hui s van Oranjc en \rel in de statl Dietz gewoond hadden cn later J]aar 's ' ra "enhage \Yaren vertrokk n. Daar wa hij geboren , doch in hct raderlijke hui had hij de duitschc taal geleerd en vcrheugde zi ch, haar tc kunnell bprekcll. I k zeide hem , dat ik in Holland gekomcll was om eene aau telling al oflicier van gezolldheid te verkrijgen. /I 1\1anr dun moet gij naar Batavia , Ucer Doctor," hcrnam hij. t! Daar \\'ildc ik juist hecll ," was mij n antwoord. Hij daehL een oogcnblik na, 7.ag mij daaroll bij7.0uder vri nuclijk aan cn zeide: " Zijt gij hiel' met nicmanu bekend:' '1'oen ll1~aktc ik gewag van mijnen brief. 1/ Ei!" riep hij uit, "dan zijt gij jui~t bij den rC'3ten! En ik " il 11 wel oneler "ier oogt'Jl zeggen , dat ik gehoord heb , uat de InspectcUl' bijzonder veel met Duit~e h er,' op heeft. Ook heeft' men mij gezegd, dat hij \'lllg du itsch spreekt. 1 Inar , neem mij nict kwalijk, 't i thans tij d \'oor mij 0111 te gaan ! ,Yaar woont gij." 11- gaf IWIl1 J '~ .l lllgcmcnt lip -110 " Ju, wij zien elkanuer nog wcl een weuer ," zeide lJij, cn mct en vricndschalJpclijkcll handdruk nam hij afschcid. Th: bleef nog eene korte 1 JOOS zitten en begaf mij vervolgcus op weg IJaar den Ju spectcur. Mct bewondering aan 'ehouwde ik de prachtige huizen in d traat, waar hij woonde. Zijne woning wa niet \'an de min te. 0, als ik nog een jJl zulk een huis mogt wonen! dacht ik. Nanu\\'elijk Ilad ik even aan de llUi~ ehcl getrokken, \Iier heldere ldank door den breed en b 0 we6rrralmde , maakt, en daarvoor danktc ik hem in mijn Jlart. }\fijn hospes was wederom even voorkomen u als des morgen. Hij zou cr nu ook wel 'chik in gehad hebben, om mijne plannen en uitzigten uit te vorsehen' doch ik wilde r niet ten tweeden maal zoo argloo inloopcll. Den volgenden morgen ging ik wl.!uer naar den 111l)ccteur. Ik moe't JIU eeu weiuig langer in de zaal wachten, CII maakte van de gcleg nheic1 g bruik, om de prachtige childerij n iu oogenschouw te uemen. Eindelijk kwam hij met eenige papieren in de hand biunen. Heer Doetor ," zeide hij niendcl(jk, "hier zOn uwe getuigschrift Il. :lij zijn zeer goed en op grolld daarvan gcef ik u l1ier het patent al officier \"aU lrezOlll]heitI en wen ch u daarmecl geluk. Wanneer gij ]JU den c tI van trouw zult IlCbbcn afgelegd, kunt gij u bij uw n over te aanmeldcn. Ik IlCb ord!'r gegC\en, dal u twee maanden vau uw inkomen zullell wordclI uitbetaald daarvall moet gij uwe kleine lJalldapothcek koopcn uwe Y Cl'dere uitrutlting bekostigen. lIcbt gi.i de Jlood/.:lkd(jke in. trumcnt(~n ~,. 11 I: 17 11 Allen ," antwoordde ik en dan kie hem met warmte. IIij bragt mij in zijne kamer cu nam mij den ~d a~~ waarna ik mij naar den Kolloncl begaf, wiens hUl mIJ door een b diend van tien Inspeet ur werd aangewezen. lIet lag digt bij. Toen ik de zaal, waarin ik geleid werd, binnentrad, kwam de K.ollOllcl mij in uniform te gemoet. Hij was een riJ'zin" maIl en kwam mij wonderlijk bekend voor. ::> • Toen hij mij glimlagchond goeden morgen z 1, en mij geluk wen 'chte , herkende ik hem een klaps en riep: /I :\Iiju God! Gij zijt de Heer . . .. " "Ja," zeide hij, Il(lio met u koffij gedrollken heeft. 11 T Doctor," Yoegue hij cr op vertrouwelijkcll toon bij: U 11 nu laat gij uwe zaken maar hier brengclI , . want gij moogt bij mij Wallen II ten, tot wij ehcep gaan." "Ik verheug mij reeu ' in uw gezeLschap op het chip, want doorgaan zijn de Heeren Officiers vervelende jonk rtje en ik ben rnoedendcl alleen op de werclU. Daarom ben ik blij, dat ik u heb." t1 't iel mi)' li 0 t, dit woord als een bevel op te vat• ten. In stilte dankte ik Goel voor deze nooit gedachte el\ poedige wendillg van mijll lot, schreef dadelijk aan den goeden ]eeraal', die mij zoo welwillend den weg had gebaand en trok de heerlijke woning van den Kolloncl binnen - IJ. lIij was ongehuwd en naar het scheen zeer rijk. Zijne vriendschap en welwillendheid had ik mij in hoogen mate verworven, en ik mogt ter na:1U wernood van zijne zijde wijken. Toen ik in mijn uniform ge token was, mo t ik 11em overal begeleiden, waar hij ook ging, en overal zijn gast zijn. Hij toonde mij alles, wat in Rotterdam bezien waard wa. l'oen ik cr van prak om mijn proviand aan boord van 11 de Vrouw Pietje" te bezorgen, zoo h cUe ons chip, begon hij te schateren van lageh n. 11 Yoor u is cr meer aan boord, dan vijf kunnen verteren n met onz n Jan zijn wij slechts met ons driei'n. Die he ft echter van dat artikel meer verstand dan gij, Doctor, gillg hij voort, want hij doet nu zijn derde reis naar Java. Laat hem maar begaan, en zorg gij Jeehts alleen "oor uwe hanuapotheek; daaraan doet. gij In - wel, want op bet eiland is 't met de apotheken jammerlijk gesteld' dat 11 'bben mij de Doctor n te Weltevreden wel verzck rd." Ik had ni t meer in te breng n, als ik hem niet boo wilde maken, en hierm ede was cl us de zaak afgedaan. Dikwijls maakten wij nog een bezoek bij den edelen In peeteur, die het mij niet aan allerlei goeden raad liet ontbreken eu ook in de regist.ers naar mijn oom zocht. lIij is bij het zevende regiment Officier van Gezondheid, zeide hij en staat ongetwjj~ ld te "" elteneden. Hoezeer mij deze tijding verheugde, km ik naau\\ elijks uitdrukken. Die oom toch . wa de enige peroon ter wereld, waarop ik bctrekki lig had. Ik was hem toegedaan met gehe I mijn hart, ell hem te vinden wa mijn vurig te \Tenseh. T ong reer acht dagen , zeide de Kolloncl : 1/ TU a nadert het uur, dat ons aan boord zal roepen, Doctor. U wc zaken cn de mijnc zijn r cas door Jan seh ep gebragt. Houd 11 bereid." En reed, dien zelfden avond gingen wij aau boord, want ecu gun tige wind blies de zeilen op. De 11 Vrouw Pietje" een schip van de IIalldelmaatehappij, was een lompe driedekk r, traag in hare bewegingen cn oogcllsehijnlijk stokoud. Dit kon dUIl - 20- Kollouel weinig schelen; hij verzekerde, dat onze Kapitein de Knapste zeeman uit Holland \l'US, CIl llaar Javu zoo gocd den weg wi t als Ilaar zijn mond. IIij was ijverig, maar ook ruw en lomp, doch bij dat alles goedhartig. Ik had chter weinig of niets met hem te maken. DaarolIl stond ik met hem ook op een goeden voet, en toen ik mij over eeuige zieke matrozen outfermde en deze met Gods hulp weder her~tclcle, toen kwam ik in een regt goed blaadje bij hem. De zeeziekte, waarvoor ik zeer gencc d had, ging na een korte aanval snel voorbij. De arme K01l0nel had cr echter veel langer meê te worstelen, en was cr ecrst van bevrijd, ioen wij de ruime zee bereikt II de laatsie kust van Europa uit het oog verloren hadd Il. Tot voorbij Sint IIelolla was onze rei zeer roorspoedig en tamelijk snel; maar in de wateren YUII de Yoap de Goede IIoop oYeI\'iel ons een ontzettende storm, die ons in de golven scheen te willen begraren. Omcicrcll eu soldaten, alles moest llCl pen. Ook de Ko11oDel \\ as op het dek in de weêr. Eensklaps viel eene ra, lo.gewoeld door den storm, met zulk een geweld op het dek neder, uat zij, llOe\rel 0lJ de punt n êrgekomcn cu nadat reeus lHlre krucht gebrok u wa , in do lengt omvallcnde, tussehell het • hoofd en den schouder van deu Y ollollcl te land k\\'1n rn ;.:i;'l ,I! n 'lb"t'lI I l':Ik Or l"lni; !l (jf ~3nJ z~g - 21- ik haar nedervalJen, en ieven de Kolloncl pij nl ijk ineenkrimpen en verbleeken. Jk snelde ioe eH ving h m op in mijne armen. Dadelijk bragt iJ - hem in de kajuit , onderzocM hem daar en legde het verband, waarop ilvoortdurend om lagen met koud wa.ter vochtig hield. Hartelijk waren de woorden van dank, waarmede hij mijne zorgen beloonde, terwijl hij mij vroeg of zijn arm ook niet begon te verstij\'cn. Dienaangaande kon i k hem geru t tellen. Bijna. c1en gansehen volgeuden nacht woedde de torm voort, zonder daL het chip ehade bekwam, en di t wa zeker e lIe wonucrlijke besturillg der Voorzienigheid. 't \\' a ook de eenige storm, dien wij op eene reis vall volle drie ell een halve maand hadden door te taan. ,Vos het leven aan boord op zich zelf reeds vervelend, mij zou het dubbel zwaar gc\'allell zijn omdat ik :1311 ge tadige w rkzaamheid gewend wa. 't Ts du~ voor mij eelle wcluaad geweest, dat ik den Rolloncl mogt oppa scn. Hij wa daarop ook zcer gc~Lcld en geen men 'ch mogt h 'm bedienen dan ik. Dag 11 nacht moest ik bij IlCm zijn. Stipt gehoorzaamde bij mijn bevelen, zclf~ Is deze hem minder aong naam waren. In weêrwil van zijne vijftig jaren bad hij een gezond, krachtig gestel, Tl dit werkte voorspoedig op zijne genezing. foeijelijker vi 1 het mij, zijne onrustige natuur gedurig h '7.i.., te houdcTl. Ik w('nelde all ann, wat ik - 22 kon, en ook de Kapitein en de officieren van het garnizoen en het schip tonden mij daarin krachtdadig t hulp. Groot was zijne dankbaarheid jegens miJ en zijne gehechtheid aan mijne persoon nam met eIken dag toe. lI.àch ," riep hij vaak: 1/ Wat zou cr van mij geworden zij n, als ik in de handen van zoo 'n knoeijer gevallen was , die wij maar al te dikwijls onder onze seheep 'doctoren aantreffen. Zij weten cr e\'en veel van als Duitsehe barbier ! En de oppassing! Wat zou uaarvan gekomen zijn? .r een lieve Doctor, ik kau u nooit vergeluen, wat gij tlJans aan mij doet! ' lIet leven op ons scLip had ondertn ~chen een aangenamer plooi gekregen. De llOllandsehe officieren, in den beginne koel omtrent mij, werden ioc chietelijk r en nu zij zageu, llOe hun overste mij b handelcle, volgden zij meer en meer zijn voorbeeld. De zeeoflicieren, ooral de Kapitein waren nog vrij wat b ter. Ik had in den eersten storm ferm do hand uitge token en niet op de wijze uer landratten gehuild en gejamm rd, en ua:mloor wa ik hem lief g worden, terwijl mijne zorgen voor don zieke die vriendc1lrceulI' n ov l' 11 weêr, steg 11 wij in ceBe pl'aau IV 11 voeren op het lange brccdc kanaal aall, dat eigenlijk de ]lUlrcn lan Batavia vormt. Op ecu tarnelijkcu afstand zagen wij het traud, waar t&chu\\'c1ijke krokodillen zich in de zon ko 'terdclI, \\'aar hooggebecnde reigers in statige erusthaftige rnajesteit rond5taptcn eu hiel' en danr eeue partelend prooi m t hunne lange bekkell aanpakten en opslokten. Gieren doorkruisten de lucht cn Z\\'Cl'll1ell vau zeevogel zaten in still ru taan dcn oel'CI' of ehoten 10 over de spiegelgladde zoc. Ver in het yel'SCllict :,tl'cktell zich de moerasgrondelI' uit, \'ier liefelijk groen bedriegclijk over de modderige rua sn i . uilge'lJreid en waaruit de giftige nevels en dampen oprijzen, dic Bnt:lvia tot een moordkuil maken, wcH.e reed 200vclc duizenden ver londen lH'efL, cu oon~aak i' van de doodelijke ycrlatellh id der stad. Van afstaml toL :&talld rijzen uit dit groen grootc digte bo , cll '11 yall }\[mlgoboomul CH strllik(;lI, de geliefde ycrblijf!)lant cn van millioenen ven ijnige incklcn. Voor on lag 13atavia, die tau, met zoo ontzaggel ij kc kostcn door de IT ollallders gegrond vc t, maar waar zoo menig Europeaan reeds zijn grnf gc\·oudclI llecft. WI·l :lOg men llÏer en danr nog prachtigp grbouwen, 111'11 l :J - jij- het geheel had een kwijnend uitgestorven aanzien. Jn strijd met de billijk geroemde 'eclerlandsche zindelijkheid zaO' men overal vuilnis, onreinheid en bederf. De I:) zwarte stilstaande grachten zien cr onheilspellend uit. Tussehen de trot che gebouwen bevinden zich de lage bamboeswoninO'en der Javanen, Chinezen, ~Ialeijers en I:) Arabieren, die hier met de Cingalezen, Armeni " l'S , .Afrikanen, kortom, met een zamenruap el uit alle volken zich uitsloven en woelen en draven om gewin. Heerlijke winkels met de grootste schatten van Tnc1iG en Eurol)(l \'ertOOJlen zich naa t verrallene en instortend> woningen. leehts de daags houdt de Europeaan zieh hier op, en zoodra de avond lladert, verwijdert llÜ zich zoo snel bij kan, om de verpe t nde dampen te ontvlieden, die hcm bij laJlger verblijf met dood pn Yerderf bedreigen. De stad maakt dan een pijnlijken, beang tigenden indruk, en de uieu w aang kOlDcne gevo lt zieh door eelle onuit prekelijk benaaulYd gevoel gedrongen, om zoo spoedig mogelijk uit dit oord te ontvlieden naaI' 'Weltevreden, dat vcr bo,ell dien \'crpestten dampkring in reiner en gezonder lucht gelegen i'. '\Vij moesten wachten tot de troepen allen urm land waren en nadat wij 0115 in on logeml'ut !Iaddell verkwikt, gebruikte ik den tijd, dio mij o\'crblcrf, om mij 0001' rru Ja,'aan, dir lfolhnd.ch ~pl'ak, rTl aan \\;('11 - ;~7 ik mij c nigzins verstaanbaar kOIl makC11, door de tad te docn rondleiden. Zoo gevaarvol het verblijf aldaar j , schijnen de Aziaten daarvoor niet bevreesd te zijn, Overal heerschte ecne grooie bedrij vigheid, maar aan de hau, t, waarmede alles ge chiedde, bemcrkte ik, dat men er met het daglicht zijn voordeel moest doen. De nacht toch is hier, minder dan ergens ter wereld , voor het menschdom dienstig. Onwillekeurig ,,,endele ik, zoo vaak, cene opene ruimte mij !Iet uitzigt vrij liet, mijne blikken naar de groene hooO'ten vnn Weltevreden, want daar wi t ik toch, dat o ik mijn oom vinden zou. Toelt ik terugkwam, sto1ld een ligt, open rijtuig met kleine javaan che paardjes bespannen, voor de deur von on' logement. "Jk zou u bijna hier hebben lalen zitten," zeide de Yolonel met opgel,evcn vinger, doch vri ndclijk glimlagchend. "De troepen zijn reed op mar eh naar " rel_ tevreden en l1U zullen wij langzaam achteraan rijden, opdat gij naar genoegen kunt rondkijken." Dit g schi dde dan ook cu ik was er ueu Kolonel bij uitstek dankbaar voor. De weg van Batavia unar '\ elt ·vreden gaat bergop, want deze laat te plaats ligt hoog genoeg in llet geberrtle om buiten bereik van de verpe tende damlJell I:) eler mn rasvlakte te zijn. 'Pc W clteYl'ooen wonen cl - :j~- gezamenlijke hooge beambten beneven de ouverneurGeneraal van .lfederlaud ch Indië. Daar wa ook lIet middenpunt der krijg magt, terwijl de kooplieden en de meeste overige Europeërs hier hunne woningelI hadden, om over dag Jechts zoolang in Datavia te vertoeven, als hunne l.aken dit eisehen. Wie zich echter \Veltel'l"eden als eene aaneengebouwdr. welgeordende cu geregelde tad voorstelt, b dri gt zich. D e stad gelijkt eer een ontzaggelijk uitgestrekt en prachtig park, hoewel de tusschcnkom t van men chenhallden hier weinig noodig is en de weelderige natuur bijna alles alleen do t. De wonÏJlgen liggen hier iu l\Ct groen ver preid, door tuintjes, tuiuen cn bo.· schen omg ven. Op sommige plaat en taau cr ,"cle w01lingen bij elkaar, zooals op het 'WaterloolllciJl, "aar de mee te ambteuaren woncn en waar zich ook de kazernen, het gouvemcment 'huis, de ho pitalen, en de woningen van oflicieren en beambten bevinden. Daarop volgt ,reder een J avnnnsch clorllje of Kamllong, dan wed r prachtige Europe che woningCJ1, ell zoo strekt zich Weltevreden over ecne verbazende vlakte lands uit. De genoegens van het laudelijk en ·tadleven zijn hier vcreelligd. De huizen der Europeanen l1ebben meestal slechts eene ,'erdiepiug en liggen op kleine heuvel. Zij vergoeden in breedte en dielJte, wut hlln in hoogte ontbrC<'kt en allen hebben dl' 01l1nisbare - ;~ H - erullda, uie schaduwrijke gall rij \'001' het huis, waar men de koele urell ,'au den dag in de opene lucht doorbrengt. Deze uitspaunillg leert men eer t dan op prijs stellen, wanneer men eenmaal mei het drukkende klimaat kennis heeft gemaakt. ~let geruslll 'id lTJag ik zeggen, dat ik nooit heerlijker en nielldelijker oord heb aan cbonwd dau W eltevreden, altijd mijne \'ader~tad uitgezonderd. ru alles op zUne wijze! De weg, di n wij langzaam bereden , liep in liefelijk lommer voort; r eeds naderde het koele gedeelte des daags en de menigvuldige geuren, die de. ayoll(]\I'lnd 0115 van alle zijden uit de kelken der tallooze bloc cm en bloemen tegenwaaide, waren werkelijk verdoovend, maar daarbij wa ook het geschreeuw vau allerlei gedierten mij 011\erdragclijk. TU eens was de weg door bloemrijke boschjes ingesloten, dan door woudelI van koko - en areeu-palmen, lJOmpelmoezen, china' appelen, cilroenen, pi angs; somtijd door reusachtige varens. hoog nIs boomen, dan wedcr door bam boes, dut zoo statig en steil op~chict. Van tijd tot tijd genoten wi.i over eene opelle groene weide het uitzigt op en h rlijk landhuis , dat door ene groep van ralmen ell mangoboollleu omringd \\ as, ti de waaijer der palmen rui 'cht 11 in den avond- win(l, tprwijl het \Tolijke grjnirh vn1l rli 'h \' 001' dl' gallcrij de cl - H- hooren, Hier rookten wij onze pijp n en dronken tllCc, tot ik mij door de Jladerende koelte des nachts verpligt rekend , den Kolonel aan te manen om de buitenlucht te verlaten, Spoedig eheidden wij van elkattl', nadat de Kolon 1 nog erst de noodige orders aan zijn Adjudant had medegedeclcl, van welke de voornaam 'te wa , dat wij 11t\ de parade ollze opwachting bij den Gouverneur-Generaal zouden maken, Voor mij was tllans aan geen slapen te dCllken. 'l'wce redencn b letten mij zulk, de e ne buiteu mij, de anderc in mij, Ik was toch aan de stilte der avonden in Europa zoo gewend, die hoew 1 in de stad ,rat later dan op h t land, toch eindelijk overal heer cht. 0, hoc anders is dat op Java! Al zoekt de men eh, gelijk overal, ook hiel' zjjne rust, dit i geen zins het geval met de dieren daar buit 11, Als de drukkende hitte des daag cen aanvang neemt, chijuen zij cr zoo goed hunne ru t vall te nemen, dat zij tot laat iu den nacht in bClr giug zijn, Want naau,," lijks is de avoud gekom ril , onmiddelijk door den nacht met zjjne dikke duisternis gevolgd, of duizende stemmen verhefl'en zich, en de sehreeuwencle, piepende, f[uitellde, kras ende Cll kwakende g luiden vormen ecn koor, geschikt om ecn ui eu weil aankomeling als ik, geheel en al tot wanhoop ie brengen, og nooit van mijn leven hall il( - 1,.)- zulke vreemde en 7. ld~am e geluiden gehoord. Ik kon vol trekt ni et begrijpen, vau waal' zij kwamen, uit de hoogte of uit de dielJte, mnnr dit vatl ik wel, dat zulk eene helsehe muziek genoeg is om al het geuot van een paradijs al ik heden met bewondering had aanschouwd, te vergallen. Wat geeft mij toch al die ohoonheid d land, al ligehaam en geest Ila de gloeijeudc hitte en groole afmatting des daag geeue ru t, geene verkwikking in deH 'Iaap kuun n genieten, Och, 't was de nieuwheid van den toestaud, waardoor ik de weldadige magt der gewoonte wa vergeten. Uoe 7.0 t slaa!Jt immer de molenaar onder het onophoudelijk geklepper van zijn molen I lIoo heCl'lijk sliep ik immers in het ehip, midden in bet \roc~te gedmis h der wer ldzee , die hare golven tegen de planken van het sehi p plu te, dat deze kraakten en zuch tten. En later, hoe rustig sliep ik toen midden onder l:et geboomte Vfin Java' wouden, waar behalve het geweld, dat mij than omringde, nog het vrees elijke ge' chreeuw der papegaaijen , het gillen eu janken der ap n, en h t donderend gebrul vau tijg l'S ell andere wilde dieren g hoord werd. 'l'hans kon ik echter dcn slaap ni t vatten, maar ook eene andere reden hield hem verre van mij. "Mijn gemoed was vol van dauk en lof voor tien God tier gelInd!', die mij behouden hier geleid lUId Tl mij cn lot - 43- toebede lde, daL ik mij nimmer, nimmer had kunnen voorstellen. J-a, mijn hart was vol cu tortte zich uit in dankgebeden! Eu th:ms wa ik zoo nabij mijn dierbarCll oom! lIoe gaal'llc had ik h In nog heden aan mijn hart.gedrukt! Bij elk ]lUi ' , elk hui sje dat wij voorbijreden, verbeeldde ik mij , hem te zien en toch, hoc dwaas is toch dat hart in zijne wCllschen en verwachting n - ik zou hem immer niet herkend hebben, al had hij bij mij in het rijtuig gezeten! Maar hoe ik hem zou vinden, hoe hij mij, in mijne prekende gelijkeni ' op mijn zaligen vader zou herkeltllCn' die vreugde des wederzi ns telde ik mij tot in de kleinste bijzonderh den voor, n dacht daarhij t vens aan het verre vaderland, dat ik nu naar alle waar chijnlijkheid wel niet meer ZOIl wederzien. 'Yel had ik daal' g en men 'eh, geen eigendom en niet , wnt ik het mijne kon noemen; maar toch - wie kan zonder droefheid den band verehcuren, die hem aau zijn vaderland en zijll geboortegrond verbindt? Wie kan deze verg ten al is hij daar buiten ook door de beer]ijkte natuur omgeven? :Middernaeht was reeds lang yoorbij; de storm der "'etlaehtell bedaarde en al do ,"cr ehillcndc stemmen I) verstomd II de eene un de andere. Afé(emat zonk ik op mijne 1 g rtcd e en weldra W il ik alles \'el'getell, wa mijn gemoed iJl vl'eugde en droefheid bC\\ogen had. --~.~ - IU. Ik daeht, dat ik bijzonder vroeg was opge taan, n toel1 voud ik den Kolonel reeds onder de veranda bezig met kofiij te drinllnat dicnde, tenrül het gezin zi 'h orer dag onder ue veranJa ophield. Dnar brandde ook het ru ur, waarop Javaan 7.ijll l"ij·t kookt. Hij h~cft ue - [7 - 7. Cl' " 'ciJlig tot zij n ondel'houd noodig 11 uit weinige rersehaft hij zich van zijn rij~l\'cldjc, zijn tuintje n vall de pi angs, mango- cn kokosboomcn rondom zjjne hut. Gcen wonder, dat hij niet bijzond r veel met vermoeijenden arbeid op heeft. Mannen, vrouwcn en kindcren :r.atcll om het vuur, bauwden ]3 lel en wachtteu geduldig dClI maaHijd af. ndcrcn I'alen re U· om dcn \"Uil het , '\l Ul' gcnomen ketel Pil alen met de grootte g moed 'rust, zOllder door rorkeu I pel en messen gegchinderd te worden, want de lieve God hccft heu de beide voor le vingers immer tot eene natuurlijke vmk, de hollc hanel loi en naluurlellel en de nugel tot 1I1eS:,Cll geehonken? Wat h bbcÎn zij meer 1100dig om l ' vcrrigten, wat wij mct me ' , 1 pel en vork 1I10eten doen? Ik slem gaarne toe, dat ik, zelfs met dcn houger "all cn Imnllckcmaaijer, niet in 't mi n tbclust w 'rd , cm mij ah ga·t aan deze l13luurtafcls lied r te zeltrJl. De kilHlcrcll zaten daar naakt, de "auer in de reeds be:-chr('vcll kleeclij en de moeder droeg cu kort rokje, voltrekt ui t mccr daJl lloouig \\a'. 11 cl zindelijk zag lilt cr in uell Kampong ook niet uit: doch allen chencn gOl'uaardig cn tevredell. 1 oor de uniformen hadden wij i 11 d uubden mate \"n1\ d gloeij nele miudaghitte te lijucll; wij spoeutll'l1 nll~ dll~ Il,\al' hel ,rat rloopl,jn terug lIi - 'l'e huis vond ik Jan, beneveus eenige java:msche kneeht~, die reeds vroeger bij den Kolonel in dien t waren gewee t. 1k kon echter 11ieL iot rust komen, zoo ongeduldig verlangde ik mijn oom op te zoeken. Ik verwen chtc u nieuwsgierigheid van den Kolonel om bij het wederzi n tegellwoonlig te zUn ell dat ik hem mijn woord gegeven llad. Zoo moest ik ue kostelijke tijd hier nutteloos laten vOOl·biJ·traan en rreduri" wachten ." " van tot lIet hem behaagde, de rijkbC)~ette tafel " zijn gebieder te rerlaten. Om deze pijnlijke temming eenigzius t verdrijven, d cd ik eene ligtere kleeding aan CII ".iug na het mitldagmnal in de gaanderij ccne pijp rookelJ. Het ontbrak mij chter ook niet aan ver t1'ooijillg. Jk had leehts de voorbijgangers aan te zien, om allerlei opmerkillgen te kUllllen malen. .I. 'u een· waren Let deftige Cllinezen in hunlle lirhtklcurige dUllne kleedillg gewikkeld. HUil g -Ie gelaatldeur, hunne kleine schurkachtige oog(']], hunne lange kJlCyelbnarden, het gladg ~ehorelle hoofd, waarop leehts een ronde plek op den schedel niet ge eh oren wa , cu waarvan llCt haar iu eeuen lang 11 taart zelfs iot de heupen afhing, hunne zonderlingc ho uen, die op half ge loteno kleine 1f,011Jlüehermcll geleken, dat alles \I'US neemd genocó. Hunne bloote voeten stakelI in bonte lJantolI"els, die van voren in lange omgebogenc punten Ilitlirpell Til di' eelle hOI\(( droegen zij ue lange pijp, in uc andelC ecn onLzettend grooten zonne cherm, die den meervermogenden ook door ccn bediende weru acht rua ged ragelI. ])e meestcn van dit ouru tige, winzuchtige volk hadden dezelfde haa t, di ik reeds gi~teren te Batavin bij hen had opgemerH. Dan weuer gingcn er .\rmcni iÖ rs voorhIj , in hunne lange gewadell en met de zonderljr ge mutsen, waaraan men hen 0\'e1'3 \ h rkcnt. Of het \\'uren dungek1cec1e kleine ,JavuJlell of reusarhtióe .Ashrl11tie , pih\varte kro 'harige Afribnen, die door dc JIol1ulltl ers hier t oL de krijgsdicllt zij n orcrg voert!. nat ,malte gelaat in hct 1101Innusc11C uniform llIaakt~ ('('ne Hij dwaze y rtoolling. TU ecns waren het vcrraderlijk loerende. fal eijers met den gedraaiden duIk of kris in den !;orûcl; dali \I" (ler dik ke stij\'e lfllllantler;, in cic gem:Jkkdijkstc kleedlj met hUllnen hrcedgl'r:lIluen d roo11Ocd op het hooft!. ~()O \ ertoonde zich d~ talrijk(' bcvolkill3 ill bont gewoel aan mijne blikLcn, en ik 7.n~ alle c:hak(;ringclI der haïti. \'!ln zwarcls<,d tot clonhr kOl,crrood, \·al1 het rein te wit, tot het donkero!r Z \I":11"1. J~Cll tijd lang hidll dit alles mij lwzig, tot ik eindelijk door gchede uillHlttill'; gtnoodzaakt \\crd llaar mij ne kn/llcr te gn:lII CII daar ("til llIjdtlng,la~p.ic te hontlrn. ~ bar ook cl\!ze ycrkwikkcl\(\'.! ~hap gin;; \"oOl"bij, zolldrt uat cIC' Kolonel \\"01' terugo'kcenl . rijll Oll3l"cltdd \11:1"1 I, - :)() - gl'ootcr, tocu de middag l:lIlgzamel'hllUd overgillg jn ucn avond, waarop de nacht met de grootste snelheid en plotseling volgt, en de r olouel nog niet terug wa . EindelUk brok de \'el'kwikkende koelte aan' de zachte avolldwiud voerde mij de heel'lijkste geur('Jl legen ('n wederom begon het g \I ld der dierenwereld, dat mij gisJijn eede dag op Java \ras teren zoo g pijnigd had. een dag, die mij in ruimen mate met foltereud ollgcdulU had bedeeld , en toch mogt ik dit, zelfslliet in h t min L laten blijken. Eindelijk kwam de lang gewachtte, tocn h t voor lleuell rceds te laat \\ as, mijn dierbaar ten ",en~ch te vcrvullen. llecds van verre lak hij zijne haud naar mij uit. "Vergeef mij, oclor," zeide hij, lIik \\ 0 van daag mijn eig Jl ban Jli t, ander' zou ik recus lang gekomen zij ll. De Gou verueur-Cl ncmal hnd zoo veel naal' de zaken in 't vaderland te vragen, dat ik !liet kon hengaan. Ik zat zoo go tI als gij, op gloeijelllie kolcn, maar toch heb ik den t ijd niet nutt 100 Men voorbijgaan. .. ' 015 ecn oogcnblikje g duld, toL ik Jllij wat onttuk ld heb!" Met deze woordlll trad. hij heL hui.s binllen en kwam eer t na cenigen tijd tel'l1g. 11 Nu zal ik u vertellen;' z ide hij, en zcLte zich in de gema1:kelijksto houding. - 1/ Yooreer t, u\\e zaken zijn gan eh cu al ge 'ehiU. De Gouverncur-Generaal IH:eft U gche I \'an den c1ien t auu het ho 'pitaal onbla- - ;)1 Gij blijft du bij mij. 1s dat zoo lIaar uw ûn?" ,,0, hoe zou dit and r zijn?" riep ik uit. IIGij overlaadt mij met onverdiende weldaden!" "Daarover niet verder!" zeide h ij en schudde mij llartclijk de hand. 1/ ~org maar, dat ik mijn arm weldra weêr lot mijn di nst heb! - Hier stil te zitten zou mij den dooi! doen' manr op Java zij n bezigheden genoeg, de ehoon te die ik ken. - Danr hebt ge de jagt op wilde paau\\'en en dan de tijgerjagt, waar ik lIaar verlang als hcL kind Jlaar de moederlijke bor~t. Dan moet gij dc heerlijkhcid dc~ land ' 7.iCll eu hei ,olk lceren kcnurJ1, al hetwelk hier in W cltevl'cden lll~ar half mogelijl- iH . 'Wij mocten cl' op uit, de bo schen in! Houdt gij V:lII jagen; schiet gij goed P" "Ik geloof ja," zeide ik op Ollbrijkellden toon; IImanr er ligt mij nog iets ander op hpt hart." "Alla! Ik \wct het al!" viel hij mij in uo rede. "Oij wilt jagt makcn op Oomes? -u, dien zullen wij ook wel vinden, hoewel ik VUIl daag bij den Gou\'erncurex 'l1era31 , cmomen heb, dat hij reeds !;inds lang nict mcer hier woont." 11 :Niet meer hier?" riep ik, en kon in hei eerste oog ublik van deze vrec~ 'elijke tijding mijne trnnen nuauwelijk weêrhoudcn. J)c In specteur heeft lwt toch 7.00 bt,panld verzekerd? gen. -,:,z 11 Dat is zoo ! Hij heert u gewis ook de regte waarheid verhaalt, zooals zij hem bekend was,' zeide do Kolonel; IImaar ik geloof, dat de reis, die gij zelf gemaakL hebt, u heeft doen inzien, dat er vrij wat tijd noodig is voor de berigten die van hier Haar :Europa komen, en wij hebben Goddank, eene gelukkige vaart gehad. Al:; gij 1I U in aanmerking neemt, dat Cl' veel gewigüger berigten naar Europa te zenden zijn, dan de veqJlaai inb vall ('11 oIlicier van gezonuhcid naar Soerabayn of cene andere garnizoensplaats, dan zult gij begrijp'n, dat de Il1'pceteur zijlle zaak zeker dacht ie zijn, toen hij n vertelde, dat uw oom hier nog woonde, gelijk voor dezen. De Gouverneur-G eneraal heeft mij echter gezegu, dat hier ell Liplap in dienst is, die de naauwkeurigste mededeelingell kan doen." Hoezeer deze berig tCIl al mijn verwachtingcu iu duigen wierpen, trok het vreemde \\00 d TJiplap mijlle opmel'k7.aamheid. I' JJiplap ?" zeide ik, ",rat is dat!" "Aha?" zeide hij lagchend, "ik rergaf, dat gij cell nieuwliug op Java zijt. lIcbt gij van daag gecn men 'ellen gczien, knappe lieden, die cr "'UL donkerder in llct gczigt uitzagell dan wij, ell toch vc 1 licht 'f dun tleJavanell cu )hleijer'?" "Ja wel 1" zeide ik; IImaar ik wi:t niet, , at roor I. nu lUl hrt waren. l'ot de .I~ur()pcallcn kun ik I'.C niet rcken~n ('[I tot ,lr inhnorlinb''' 1 tnch nol lli(>1." -n J.) - "Dat waren Liplappen ," zeidc de Kolonel lagchelld, 11 fU ben ik cr toch eigenlijk nog niet veel wij7.er uit geworden ," hernam ik. 11 Dat is ook zoo I" ging hij lngehend voort. "Gij weet, dat er iu onze IIollandselJc taal zonderlinge uitdrukkingen gebezigd worden. ~oo betitelt zij dun de kinderen van ecu Euro!Jc ehen vader cu ecne J avaansehe moeder als Lipla!Jpen. En zu11" een J.Jiplap bevindt 7.ich nu iu dien t van het ou,·erncment. 't ~ijn welgemaakte, schoone men 'ch n, ell gewoonlijk zeer bruikbaar in de dienst en begaafd. ])e huwelijken tu schen blanken en Javaau che vrouwcn zijn zeer !llgeme n en daarom zult gij hier in dit land ook cene menigte van dic Liplappen ontmoetten." "Dus morgen zal mcn on bel'igtell, wuar wij den oom llCbbcll te zoeken, uan gaau wij Cl' op los, want aan de dicnst ben ik hier niet gebonden en verlof kan ik mijZclYCIl geven. Ge ziet dus, dat ons niets in ueu ,re" staat. ' Des vol;;cndcn morgcn \'ro g ging ik met den Kolonel naar den .Liplap. Dezc was en knap lllensell met heldere gelaaiskleur el1 bijzonder vrien del ijk. De Kolonel deelde hem mijn verlwgen mede. "Ricbcllcr? Ben Duitscher? zeide ue Liplall' '\Yel zeker 1 Ik llCb dcn ouden heer zeh'e !log hi r gekend. llij was officier van gezondheid en i \'oor vijf jaren l1anr oern- ,m - .ib- baya overgeplaatst, toen het garnizoen daar verlegd werd. Na dien tijd heb ik echter niets meer vau hem gezien of gehoord, want hij komt in mijne bocken lliet voor." 1/ Daar is een and re betaalmeester, die u zeker met genoegen alle inlichting geven zal, die gij verlangt." Hiermede was de zaak afgedaan en ik had eene teleurstelling meer. Maar z66 kon ik toch niet van den JJiplap scheiden. "Gij hebt hem gekend ," zeide ik j IIweet gij ook nog 't een of ander aangaande hem? I hij zoer oud?" "Jong was hij lliet," hernam de I.iplap, "maar lIog buitengewoon sterk en gezond. IIij kon zich vrij wat beter aan het klimaat hier gewennen, dan de meeste anderen van zijne landslllt lIij was met eelle Javaan che gehuwd en had een kind, dat toen omstreeks twaalf jaren ouu kon zijn." 1/ IIij zat er warmpjes in, want llij was een ij,-erig man, en wist op eene bijzondere manier outzettend ve 1 geld te verdienen." "Zoo?" zeide de Kolonel, flen waarmetÎ dan, Heer Betaalmee ter ?" ,," el," ze1 de Liplap, Nhij was de knap te scherpW schutter van Weltevreden, en dag aan dag op de j agt, wnnt zijne dien t in het hospitaal gnf hem bitter weinig te doen. Zoo vond hij en eigenaardige soori van geldwinning uit, namelijk met heL schieten van vogel~, wanr- - .J.J r~ vun hij de huid zeer netjes prepareerde en droogde. Hij stak dan altijd een kleillcn vogelhuid in eeu grooten, en zoo tot tien of twaalf in elktlur, en verkocht ze toi llOogel1 prijs aan scheep kapiteills, die naar ]~ uropa vertrokken." 11 'roen hij op deze wijze een aardig sommetje had opgelegd, deed hij eene gelukkige sllCculatie in de kollij, en werd er rijk bij, want de kolfij die hij goedkoop had ingekocht, begon toen jnist op te laan. 1'oen nu deze zak n hem zoo goed van de hand gingen, waagde hij grootere en nooit is cr hem een tegengeloopen. Hij moet tegenwoordig ecu groot vermogen bezitten. Zooals ik zcüle, is llij met ene inlandschc vrouw g tromvd en had eeu kind, toen hij naar oerabaya ging." Dit was alles, wat de IJiplap mij med deelde. Toen wij thui kwamen, moest de Kolonel zich wcg ns e11 aantal bezigheden verwijdertlen en ik bleef aan mij z hen overgelaten. Om de waarheid te zeggcn, was ik pijnlijk te moed. Waarom zou ik het ook verbergen, ik had iu stilte het. dcnkbe Id gekoesterd, dat de rfcnis van den oom, waarop hij iJl velo zijner brieven gezin pecld had, mij ten deel zou , ralleH, en al woog dit uitzigt ook niet zwaard 'r dan het verlangen van mijn hart om hem te vinden, toch was het e lIe der drijfveèren geweest, die mi.i Europa hadd n dOPIl V( rlaLrll . Rn hi,i hnn lIilllrnl'f -- 57 - geschreven, dat hij getrouwd was. In geen en decle was dit regtmatig gehandeld. "\ lJarom kon hij mijn vader de waarheid lIiet zeggen? ])aeht llij mi chien , dat Ül we~rwjl "all zijne drillgellde uitnoodigillgen, zijn neef en petekind toch niet kom '1\ zou? Maar dau bleef het ev uwel trouweloos en slecht vall hem. Ik wa' dus wederom tcleurge$teld en bitter genoeg. Ni t dat d hebzucht mij g leid had, mailr wie kon het mij kwalijk nemen, dat ik de igen , Hij\! illige verklaringen mijns ooms geloofd en daarop in mijn eenvoud gebouwd had? Een weemoedig gevoel, dat door bittere teleur telling n zoo ligt wordt opgewckt, ovcrviel mij toeu de Kolonel mij kwam opzoeken. 11 Hoor eens Dodor ," zeide hij op medelijdendclI toon; 11 ik geloof dat ik "an daag uw hart "'e~r doorgronden kan. ~cg nu, zoo aIs ge 't meent, zonder ternghouding, 11 b ik g en gelijk?" I/Dat is zoo," zeide ik op \'a ~len toon. 1I0oed," hernam hij. I/Oij zijt arm, lieveloetor, dat heht gij mij gezegd en "ij zijt bier op .Java gelomen in cl h op, dat die oom yoor u zorgen 7.0U, of wel u tot zijn erfgenaam mak n. Is dat niet zoo 7:' lk moe t locstemmen. 11 l;~ u than valt clie hoop op een' in duigen gelijk zooveIe \1Creltlschc \'crwnchtillgell. Oumpje ill g troll\ld, lIeert e Jl kind ('n de crfeni~, daar komt llicts \'an. Gij Jlebt dus op zalld gebouwd. Och, zoo gaat het iedereen, die zijn hoop op menschen ge t ld he ft; maar wnt smart u dit? Gij zijt jong. Gij hebt een sland, die u ouderlloudt. En nIs gij een tijd lang in de kolonie gedi nd llcbt, kunt gij op een go cl pensio n rekenen. "\ am'lijk, de go de God heeft het beier met u gemaakt dan al die menscheu." "Daarvoor ben ik Hem dankbaar I" riep ik uit. I/En gij hebt daartoe ook reden ," hernam hij. ,,·Want zeg een , wat had gij g daan, als gij al uw goedje hadt ver p 'cld om op Java t komen en daar door uw oom voortgcholl)en te worden en gij haelt vernomen, wat gij thmls weet? Gij zoudt er zeker gek am toe gell'ee t Zijl\. T u kunt gij den hoed afuemen ell des noods oompje lateu fluit n." "IJnt kan en wil ik niet ," z 'jele ik, 11 wunt daarom alleen ben ik waarlijk niet hier gekomen. Oom i de eenige bloedverwant, di 'n ik op de wereld beb. Mijn llart verlangt naar hem, ik moet hem opzoeken." "Dat is prij selijk cu ik heb cr vrede meê ," zeÎ de Kolon 1. "Daarom zullen wij cr ook op uit, zoodrn het. maar mogelijk it'. Ik heb u dat alle' ook alleen manr gezegd, omdat ik zelf zoo dikwijls oudervonden heb, hoe dwaas het i , op zwakke menschen te vertrouwen. Orootc \'erwaehtingen koe teren i gevaarlijk, ,\ ant zij pijnigen het hart, wanneer zij gelijk zeepbell n ~) uitcen springen. W ces God dankbaar, dat gij officicr van gezondhei d zijt en laat God verder zorgen, goloof mij." Dit WilS alles waar, en ik rlieht. Talrijke Oh in ez ll, mannen, vrouwen en kinderen stouden, zaten en hmktcn in d meest verschilleude stellingen rondom het pI intje , wan r een 'l'andak of dan werd uitgevoerd. 't "\ as hier ganseh ander dan in 'Europa, waar al het jonge volkje aan den dallS deelneemt. Eenige llongging of dansere seu voerdeu dell dans alleen uit; dcze Rongging maken van het dan.cn bun beroep en worden cr voor betaald. Hare kleeding be toud uit veelkleurige ligte tomm, en wel uit eu vrij lang, wijd ollderkl 'ed ell een naauwsluitend rokje met mouwen daarboven van eene verschillende kleur als het onderkleed. Oroote ringcJl "ersierden de ooren cn het we lderige zwnrte haar w rd door een rijk vergulden brn bijeengehouelen. Zij lIi lden waaijers in de hand. 't \Yn echter een dans, wa:n-nm wij bij OI1S \'olstrekt geen bCtirip hebLen, want zij bewo.,;cn zich voor- en achterwaarts, draaiden zieh regt' en links, bog 'n en verhie\'en het ligchaam en dat alles zeel' 1:11l3znam en stijf. Al deze beweginóen en passen wcrdcll eeMer begeleid door cene muziek, zooa] ik nog nooit in mijn leven gehoord had. Ik han l' gecl1e b tere uitdrukking voor vinden dan die van mtzr!tclll. OOl'rrrschcurcnd \001' 011., \'3~ zij erlltcr \"oor - 6:Z. - ue toeschouwers welluiuend. De instrumenten bestondell uit een ru IV bewerkt ding in den vorm cener viool, doch slechts met twee snaren, die bovendien in geello barmanie met elkander stonueu. Hierover treek dan de muzickant met een ru\rcn strijkstok en veegde de Snal'Cll met kracht en magt. D, n was cr nog ecne trom, die met de handen altijd door ge lagen werd en drie koperen panl1ell, waar tegen de muziekanten als razenden met kleine ijzeren stokjes rameidell. .lan maat was bij dat alles ui t te ucnken. Somtijd zelfs geraakten de muzickanteJI in ccne ,,-aro razernij j de dan ere ell bewogen zich dan ieL sneller en al de aanwezigen oud en jong barstten los in een gezang of liever een verward gcscbreemv waarbij geen ander gezang kan vel'geleken word n. En daarbij begolln n de 11eille zwarte oogen in de taaTlklcurige aangezigteu uer Chiuezen te schitteren, dat ik er bang yall W l'lI j li t scheen alsof zij rnzcnu waren geworden. De Kolonel zag mij lagchend aan. /I lIoe beralt het u, Doctor?" vroeg hij. /I 't J s om uol te 11 ol'den !" riep ik ui t. /I Gij hebt gelijk, zeide hU ," 1/ maar nu Ie rt gij dit wonderlijke volkje ook e us in zjjne yermaken kennon. Evenwel \'alt cr nog eeno andere zijde van dit ~ e't ~p te merken. Ga eells mede naar die afzonderlijke gl'Ol'lljes daar gin us. Ik volgde hem iot een iullwccgs vau cl n vree'!':c1ijk (j:j --. schrceu\\'endell troep, waar bij het licht der fakkels Chinezen cn Javanen onder de boolllcn lagen cu zich op een elleboog steunden. Op hunne door het fakkellicht helder verlichtte trekken wa h vige harL togt te lezen en r.clf de goedaardige aUI13ezigten der Javanen vertoollden deze lage en \\'oe te uitdruH.ing. ~ij peelden hei 'l'opbo- pel, bepaaldelijk een spel van "i uilen en verliezen. Ik heb nooit vau mijn leven gespeeld. Altijd wa mij het spel, van welken aard ook, een gruwel, omuat bet de woc te hart togten opw kt cu hebzucht en begeerte te oorschijn roept, wier magt den men eh iot een ralUp7.alige maakt, hem diep vCrJleclcrl. ell de bel re menscheIl sI ellt· roet cen gevoel van di pe verontwaardiging bc7.ieli. In Europa was ik dikwijls in de gel geilheid gewec~t, speler gade te slaan; maar nimmer had ik ze af~chul\clijker gel.ien dan hier. De leclijke geele geziglen del' hillezen, met die loerende yulsche oogen, waren werkelijk door de hebzucht verllTongen. ,,0, laat 011 gaan, Kolonel," zeide ik. I/Dij dit akelige toonecl vind ik het zingen el1 dnnsen f;'ind nog elloon." "Dal is 7.00," zeide hij CII volgde mij, terwijl ik met rus~e schreden Ilaa1' de plaats ging, waal' de koelie OUI.C paarden valhield. /I.Ta;' zeide de Kolonel onderweg: iu het goedaardige karakter der .Ta\'auell i Je 1 lwoed eelle zwark 1 - U j· - schaduwzijde. Haar kan hij nooit weêr taan als de gelegenheid zich slechts aanbiedt, en zoolallg Jlij n03 de klein te som gelds onder zich heeft, blijft hij cr vatbaar voor. ~oo\\"e l vrouwen als mannen staan onder de magt van dezeu hartstogt en zelfs de meer be:;chaafdell , zelf:! de Liplappen uit de aallzien lijkste standen zullen voor lIet spel alles laten taan. ]n /liet tot tijdvcrdrijf geven zij zich daaraan over , uit winzucht alleen; altijd 'Iorde/l zij door de begeerte geprikkeld en zelfs de voorname vrou\\ en schamen zi ch niet, om met hare bediendeu 'l'opho te p 'lcn en hUil de karige v rdienslell, die zij hun hadden to geworpen, weder af te wÎllllcn. Het hart togtclijkst :.:ijn echter de Uale ijers en Chinezen, die de Já\':men op eene lu\\"e en Ji:;tige wijze hUIL laatste geld welen afhandig te maken. 1 'iet zelden ontaardt dart hut pel in een bloedigelI strijd, \I aarbij de hi ', die gpkromde dolI" , welken ieder vrij Jayaan ell .\1aleijer altijd in den gordel drangt, cell nees e1ijkc rol sppelt, ell immer t.'Cnigc lijken op hei lngveld blijvrll liggen. Deze mcdedceling V:lll den Kolon I bragt ona in een levclldig ge. prek o\"er llrt hcillooze Y('1'dcrf, dat rle '1"oede van het spel ol'cr per onen ell fall1ilii;u g<:brngt heef! en ]\C]nas nog altijd brengt, en onder de ernstif;ste bespiegelingen kwamen wij eindelijk weder Ol) lH't Waterloopleil) Dan. T ' -. J~cn lange, 7.eer lange iijd is cr verloopen, edert ik ue korte be 'eltrijving yan h t ::&chuwclijk Chineesche fee t iJL mijn dngbock heb opg nomen. Geb urtellisscn ,'an allerl'i aard hadd n plaats gehad, en mij voortdurend belet te schrijven, tot heden, - en maanden zijn er sedert reCl}:; voorbijgegaan. Ach, hoc ,cel is cr sedert in mUn leven en mijne om tandighetleu verandcrd! Hoc veel h 'b ik moeten uit taan en llOe menigr srhoone \'l'l"Iltlchting reeds ten grave moden brengen! lIoe diblijls zijn mij de woorden des Kolonel iutlaclilig gr\\'orc1cll, die hij mij 'Il":1nrschuwcnd zei dl', toen ik \'an drn belnnImee ter de eer te bel'igten nnngaancle mijn oom Olltving. Doch ik wil mij alles nanu\\.h.eurig herinneren en nids vergeten, dat mij htl Op~cIll tjl n wanrtl schijnt " - liG - Ol1vcrzettelijk el1 vast had de I":olund bc~lotcu, mij Haar Soerabaya te ,'ergez Ilen, te meer, daar cene aanzienlijke afdeeliug van zij n regimcnt ald aar ÜI garni zoen lag. Hij wildc cl' zich daarom ook eens laten zien 0111 op te nemen, hoc het met oldaten, wnpens en benoodigdheden stond. De uitvocring van 11 t plan werd eeMer langen tijd vertraagd, daar de 1010nel door een langdurigel1 aanval van koorts op het ziekbed geworpen wcrd. Ik week nacht noch dag van den mij zoo dierbaren llIan; maar toen hij weder begon te gellcz n, werd ik zelve door d in llatavia voor alle aankomcli /lgen uit Eurolla zoo gevaarlijke, heerschende landkoods aan den rand dcs grnfs gebrngt. Gedurende dezen tijl!, to n ik mijn dgcn gen cc heer moe t zijn el1 e Jl del' doeloren van WeH vreuen mij slechts als hulp ter zijde tand, heb ik de liefJe \'3U dcn wakkeren ]{ o) n -I erst regt leeren wllard eren. oorwaar, een vader kan niet meer zorgen voor zijn eigen kind, en het niet zorgvuldiger verplegen, dan de Kolonel mij oppaste. Dikwijls 7.ag ik trancn in zijne oogen! Dikwijls zat llij uren lalJg aan mijn bed en bewaakt mijn om usiigen slaap. En zelf llad hij daarbij nog aUlI de zwakte te lijden, die zoo langen tijd na dell h vig II aanval ,"oorlduurL - 07 Toen ik eindelijk dOOl' Gods genade aa u het dreigende lcvensgev!lur on trukt ,ras, werd hij nog zorgvuldiger en alle mogelijke ver terkeIJde pij zeil , die hij kon bijeen krijgen, bragt bij mij, om mij des te poedigcr op de been te llelpen. Maar dat ging zoo snel niet. Alles moest zijn tijd hebben . lIij llad mij niet gezegd, dat hij 1Iaar mijnen oom onderzoek had gedaan. Een zijner vrienden was hem hierin te hulp geweest, en deze had geschreven , dat Doctor J!'rits lliebcncr, sinds lang de dienst verlaten ell in den omtrek van oerabaya een landgo cl gekocht had, waar hU met zijne familie leefd. Daarbij schreef' de vriend, dat hij geenszins in een goed blaadje stond. 1gemeen was 11ij bekend al - CII onverzadelijke woekeraar cn de akeligste vrek van de wereld. Nicttemiu had de Kolonel, in het hevig t van mijlle ziekte, toch niet verzuimd, hem te schrijven, dat ik in '\V ltevreden wns en gevaarlijk ziek lag, cu dat hij t.och bij mij moe t komen, daar zijn goede raad bij de b llandeling der ziekte van veel gewigt kon zijn, en ten anderen zijne kom t alleen rpcds een gUT!. t.igcll invlo d op mij hebben moest, daar ik in mij ne ijlellde koortscn dikwijls Zij1lCll lIaam noemde cu zoo vurig naar hem verlangde. ] e vriend vaT! den Kolond was 7.clf bij hem g wee ·t ä* -(j en had hem den brief in per oon overhandigd. Hij had beloofd , dadelij k op \I g tc gaall, rua:u', ,rie cr kwam, mijn oom niet ! Grenzenloos was de woede van dCIl Kolonel over zulk celle liefdeloosbeid, die met zijne brieven en vroegerc handelingen zoo lijnregt in tegenspraak was. Hij vernam echter , dat zijne vrouw, celle Liplap uit Palembang, die hij om hare schoonheid gehuwd had, en die zoo veel in jaren ver ehilde, dat hij llaar vader wel zou kunnen zijn, bem geheel cu al bellCcrschte en zijn karakter zoo veranderd bad. Daarvan had hij mij niet het minste gezegd. Misscrucn dacht hij, dat ik het altijd nog vroeg genoeg hooren zou, en daarin had llij gelijk. Zoo was mij dan voor langen tijd het voornitzigL benomen, van naar oerabaya te gaan, want de gezondheid des Kolonels herstelde zich eerst lang:;mam, en ik had niet minder lang de gevolgen te yerduren yan llCt ofrer, dat ik aau Java g bragt ]lad; mijne vcrzwakking liet volstrekt gcene vermoeijenissen toe. Dikwijls dacht ik aan mijn oom en :lCide den Kolonel, dat ik aan hem \rilde schrijven. '1'11aD5 kwam deze eerst met de berigLelJ over zijn le~'cn en doen voor den dag. 11 Ach Kolonel, waarom hebt gij het hem niet laLcn weten, dat ik hier ziek lag?" hernam ik ern tig elJ op hnlf Y<'Twi.itl'lltlplI tOIlI! - GU De Kolonel zag mij lang en doordringencl aaD, als \;!de hij beproeven, of ik kon verdragen, wat hij mij wilde mededeclell. Ik doorgrondde hem en riep: 11 Gij hebt mij meer te zeggen, dat gij verzwijgt? Ik bid u, spreek en wees open hartig." 1/ Nu dan, in Gods naam!" sprak hij op ernstigen tOOll, en deelde mij toen alles mede, wat ik reeds had vermoed. Ik kan niet ontkennen, dat dit mij diep en pijnlijk :ullIdeed en dat ik in den eersten tijd mijn gevoel bij na niet meester waS. :Men behoeft zich slecht. mijne omstandigheden voor te stellen. De vriendelijke bricyen van oom hadden mij genoopt, mijn vaderland te verlaten en DU had hij Diets meer voor zijn neef over! og nooit iu mijn leven wa ik zoo teleurge teld. Maar ik wendde mijn blikken omhoog, wanr de eeuwige I,ieide woont. 0, hoc verlaten is hij, die zich op men chen "erIant! Dit zag ik thans in, door eigene ervaring geleerd en yerootmoedigd. De Kolonel beurde mij op en herilluerde mij aUlI hût b tuur der Voorzienigheid, dut mijn leven teeds geleid had. In alle blijd chap des geloofs erkende ik dai en drukte met wamlte 7.ijne hand. Vn torh ycrbng ik r naar , hem t ziclI ," zei! e i l.. - 70- "Dat zult gij ook," hernam de Kolonel. 1/ Zoodra wij beiden weder geheel hersteld zullen zijn, gaan wij n allr Soerabaya, want mijn pligt roept mij daar. Wel ~al ik geen llaast maken, want de reis derwaarts I:> "'aat over zee; over land zou zij ons te veel ophouden en bezwaar geven." Wederom verliepen cr ecn paar maanden eer wij ons reisvaardig Konden maken. 'l'en laat ' te gingen wij te Batavia scheep en bereikten na een vrij gelukkigen overtogt Soerabaya, de bedrijvig te handel stad van het eiland. Rier herhaalde zich l1Ct toon cel onzer aankom t te Batavia. Eene overgroote menigte kleine vaartuigen. door de Javanen 'l'ambangan genoemd en maleische pra:lUweu naderden het schip met vcrmet Ie beheudigheid. Ile voortbreng~elen van het IUlId werden ous te KOop geboden, en daar benevens tamme papegaaijen , kakatoe' , apen in all rlei soorten, wier akelig gehuil iemand dol zou maken. en dan nog laarzen, sclJOenen, stroohoeden ell gouden en zilveren sieraden. 't Wa cene b drijvigheid in wier bont gemengel wij on zouden kunnen verln tigen, wanneer lliet de vrees er bij kwam, dat de str ijd om clkttar vooruit te zijn en de koopwarcH het eerst aan deu man te brengen, eenige vau de kleine Tambangans zou cloen om laan. l[aar toch gebeurde el' gren ollgcluk en eerst laat werden de koopli den na hUl - 7t - UO 1 bereikt te hebben, of daarin teleurgesteld te zijlI, genoopt, on te verlatel1. ~ulk cu Tambangan is en zonderling voorwerp. 1[jj bestaat uit een zeer smullen uilgeholtlen boom tam, waarin, behalve de kleine lading, slechts één man als roeijer cu stn urmall plaats vindt. 11 n zou zeggen, dat zij onmogelijk op het water kunnen blijven drijven, maar door cene e nvoudige en vool'declige inrigting zijn zij voor omslaan bewaard. Over het achterste en voorste gedeelte zijn twee ligte bambocsstokkell vastgemaakt, die aan beide zijden ver over dcn rand van het smalle vaartuig uit ' tekcll. l\nn hunne uiteinden word u zij door evcnwijdig met de boot loopende zijstokkcn verbonden, zoodat over het eheepje een groot vierkant raam ligt. Door dit raam wordt het overal voor omslaan behoed. Wij waren de avoJlds op de Teede gekomeu, maar wilden oos eer t don volgenden morgen ontschepen. De hitte WilS onverdragelijk en noodzaakte 0115, den ganseh n nacht op het dek onder ecne tent door te brengen. De naeM was prachtig. 130ven on schitterden de heerlijke sterrebeelden van den zuidelijken hemel ell daal' onder het s hooue zuidelijke bui, met eonen nooit gekenden glalls. De zee ehitierdc in dof gouden gloed ell de kruinen der golv n spatten in duizeode vonken niteell. 1\.lom heersehte de diep te stilte, alleen afgebroken door hP.t "han (ler ,.,olven tegf'n de \\'lIndeJl van on '('hip - 72 - Voor ons lagen de bergen des eilands in donkere omtrekken; maar een dcr:r.el veil trok meer dan de ander n, mijne aandacht. De Dromo, digt bij de stad Passarocaug gelegen, een ontzeLtend hooge berg , is een uer ele vulkanen van Java, Hij lag links voor on' schip, wel zeer vcr, maar toch voor 01lS nabij genoeg om de geweldig vuurkolommen te zien, die uit den krater op tegen en ecu gedeelte d JI meI in vlammen zetten. Als no korenschoof steeg de vuurzuil tot cene aanmerkelijke llOogto loodregt ten hemel en ver preidcle zich omhoog al, de schoof in hare aren. 13 tooverend was dit tooncel en mijn oog bleef daarop geve tigd, tot de la:lp mij overweldigde. 's :Morgens naderde de praanw, die wij be ,tcld hadd n cu schielijk roeiden wij in de bav 11 van orrabaya, die door den mond ,au de rivier Knliman iu de z e gevormd wordt. rietlegrIl ·taande het nog ze r vroeg wa , h erschte hier toch reeus JlCt grootste gewoel van groot cu kleine schepen door clkrl:\r eTI 1101, schn;euwcn, tieren n ,loeken nan alle kallt ' 11 was bijna oorverdoovenu. ])e Kolonel beval on:r.· mann n sneller Le roeijen cn :too vlog n wij door heL gcdnmg tier schuiLen J) hootjes, en bevonden ons weldra in de Jlabijheid vall een logemenL. in dat gedeelte del' stad, wnnr voornamelijk de Eurol)enllen hunne wonillgen hebben cn waar ook het p:lleis vall d n R sidcJIL ligt. Deze J<:nrop aLlcn zijn 0\ Cl' het <\1- -- 73 gemeen 11iet allen \'an de be te oort en menigeen, die hier in rijkclom n aanzien eene groote rol speelt, is in ziju geboorteland eelle onLeerelide straf ontvlugt of heeft llaar brandmerk op het verre Java met zieh gedragen, omdat hij danrdoor te huis van alle verkeer \Vas uitgesloLen. Reeds te WeHevr den en op het schip had de Kolonel mij de geschiedenis vnn dergelijke llersonen medegedeeld, die mij dezen al het uitvaagsel bUIIs lands cleu n kennen. clen hunner hadden zich geb terd eu wal'en nu op den weg om met regt te verlangen, dat men hun vroeger leven dool' de viJl gers zag; anueren echter waren , hoewel in andere vormen, uezclfclen van vroeger. ,Vanneer men dat alles weet, worden OllS de mensehen niet beminnelijker; op zijn minst gevoelt men een zekeren ~chrooJl1 om met hen om te gaan, omdat men eenmaal het vooroordeel niet kan nJtegg n n ze altijd mi trouwt. Jk sLond aan het ven ter van on logement, toen een luid ge prek onder het vensLer of liel'er voor hetzelve, mijJle opmerkzaamheid trok. J [ct werd in groote luidl'uehtlgh id ge\'oerd en kwam van drie personen , een ]~llrol)enall cu twee Chillezen. Danr zij IIollandseh praken, kon ik h t ge."pr k volgen, daL ov r den verkoop van een aanzienlijke partij kofTiJ uit D Jeribon handelde. De Europeaan was cen rijzig man; wien haar reeds begoll te grijzen, lIij stonu met den l'U" Jlaar mij toc. -HJn mijn vaderland was ik wel dikwijls getuige geweest van de hatelijke drukte, die de Joden hebben als zij een koop sluiten, en vlln al dat chreeuwen, springen, tieren en bezweren, in weêrwil van de grof te bedri gerij j maar hetgeen ik hier vernam, was oneindig hatelijker ti verachtelijker, en de Europeaan was in dit opzigt nog erger dan de 'hinezen. die erg te Joden van clc \Y rcld. Lang llad ik reed gelui terd eu mij zeI ven reeds de vraag voorgelegd, wie meer te v rtrouwen wa~, de Europeaan of de Chiuezeu, waarbij het antwoord ten gunste der Ohinezen uitviel, zoo gemeen was llCt gedrag van deu Europeaan, toen deze laatste zich op een' llUar mijn kant wendde, cn wU beiden met een uitroep vtm verbazing bij elkanders aanblik terug schrikten j want voor mij stond een man, wiens aangezigt volmaakt op dat mijns vaders geleek, hoe\\ cl met eene geheel andere uitdrukking. "Uijnheer Ricbener!" riep ik uit, en het gevoel van bloedverwantschap hemam zijne regten en verdrong den onaangenamen indruk vlm zoo even. "Ne f Frit !" riep hij en reikte mij de halld. Zonder op iets anclers te letten, vloog ik door de zaal na:u: buiten. " Waarheen?" riep de Kolonel, die m t den Acljudant papieren zat na te zien; maar ik had ge n tijd om te antwoorden en weil1ige minuten later vloog ik mijn 00111 - 75- in cle armen. Zijne ontvangst was hartelijker clan ik aanvankelijk gedacht had. Zijn duit ch gemoed was nog niet zoo ego'i t.isch geworden, om zich in dit oogenblik niet ui t te storten. "Ik heb zeer naar u verlangd, l' ecf Frits, sedert ik weet, dat gij op het eiland zijt. Maar ik zie, gij zUt OlTieier van Gezondheid? Dat heb ik niet geweten. Zijt gij dat cel' t op Java geworclen?" 1/ n oom ," zeide ik, "ik ben het in Rotterclam geworden, omdat ik op de univer iteit te Wurtzburg mijn doetorgraau bekomen heb." " ~oo! zoo!" herhaalde hij langzaam en het scheen als trok een ligte wolk over zijn g laat. 1/ Was 11 t omdat gij Doctor zijt, of zijt gij voortgeholpen?" 1/ Maar," hernam ik, "ik ben aan uwe welwillendheid verpJigt, dat ik heb kunnen studeren, gelijk ik ook door u\\'e dringende en herhaalcle brieven bewogen ben, mijn vaderland te verlaten cu hier te komen." Thans trok llij zijn voorhoofd nog sterker te zamen n zeide: 1/ u, uat wa toch eigenlijk niet zoo gemeend, dat gij in elk geval uw vaderland zoudt verlaten; alleen dan, wann r het u tegenliep eu gij in uw bestaan belemmerd werdt.' 1/ 't I.. mij slecht geno g gegaan, om tot daL besluit te komen, hoewel uwe brieven, die ik bij mij heb, in 't geheel geene voorwaarden bevaitell. Ik wa ollgctwij- - 7- 70 - fcld ook wel te regt gekomen ," ging ik vood, I/waml er in mijn gemoed nog niet een ander gevoel gehuisve t had. Vader en moeder waren gestorven, in Europa had ik niemand meer, en daarom verlangde ik 119ar den eenigen bloed verwant, dien ik op de wereld heb, naar u, waard n Oom, vooral omllat gij ons gemeld hebt, dat gij zonder kinderen zijt." 13ij deze woorden zag ik hem scherp in het oog, en kon op zijn gelnat duidelijk eelle groote verlegenheid b peuren. " Doctor," riep de Kolonel, 11 moet gij een zonnesteek hijgen, dat gij zoo zonder hoed buitcn staat. ' 11 Goed," zeiue de oom en maakte eene buiging voor den Kolonel, die zich cehter niet vervaardigde, hem te groeten; 1/ dan zal ik cerst mijn koop sluiten cn kom u daarna afhalen om naar mijne woning te gaan." lIij drukte mij de haud en ijlde de Ohinezen achterna. Ik kwam in het logement terug, waar de Kolonel mij met verwijtingen ontving eu mij onder bet oog bragt, dat wij "'aarlijk onze po itiën zouden moeten verwi elen; hij moe t Doctor zijn n ik Kolonel, opdat ik mij niet aan de grootste gevaren van het klimaat zou blootstellen. ],agehend dankte ik hem voor zijne zorg en beioordt beterschap. 11 Wat zult gij nu doen Doctor, al oompje ter ugkeel't?' vroeg hij. 1/ Ik wilde om ccnigc dagen verlof vragen ,Ol zeide iJ" denk nde aan mijne militaire b ·trekking, 1/ en dan wanD cr de r olond het goed vind~ met oom naar zij n bezitting gaan." I/'k Heb cr niets tegen ," zeide de oude man op erntigen iOOll, 1/ maar vergeet een Javaansch spreekwoord nict ! ' 1/ Ik ben hier nog zoo vreemd op Java, Kolonel ," zeide ik; fI mag ik u om dat preekwoord verzoeken?" fI Ja," antwoordde hij, 1/ onthoudt het dan goed : 'Vanneer een blanke en een li1)lap het eens worden met elknt(r, dan krijgt de duivel het in de hel te kwaad!" 1/ Dat klinkt vreesselijk I" rj pik. De J oIonel trok de schouders op. fI Een blanke op Jaya ," zeide hij, 1/ vcrlie~t eer zijn hart dan zijne kleur zegt een ander spreekwoord , cu ik geloof dat wij daarvoor naauwelijks een bewijs nooc]ig llebben, daar de ervarÎ1lg ous iederen dag overtuigt, dat en liplap van zijne ouders alleen het leehte overerft en in zich b ,raart, maar het goede bijna nooit. Zoo zou meu z cr gema1.kc1ijk den oorsprong van het ee1'5te spreekwoord kunnen vinden, en niemand twijfelt daaraan. Daarom, oogen opcn Doctor, en bcdeuk wel, het i~ nict altijd goud , wat cr blinkt!" De 1 omst \ an den .\dj udnn t brak het gesprek af. Hij lIldl '.' 1 l ' o'uw] , dal (1 I' e:ol(i ·nL hlh. \I.,eht l a.· - 7 De Kolonel gaf mij de hand, en zeide: "Nu, doe geen domme Lukken! 13inncn zes darren wacht ik u tel'U"'!" Ik kon niet zeggen, dat de omstandigheden onder welke ik mijn oom gevonden had, mij bijzonder aangenaam waren. Ook zijn handelwijs WilS ni t, zoo als ik had mogen verwachten. Wel werd dit door het spreekwoord van den Kolonel duidelijk, namelijk, dat een :Europeaan Ol) Java eer zijn hart verliest dan zijne kleur, hetgeen bepaaldelijk doelt op de liefdeloosheid en den eigenbaat, die den Europeanen in dit land eigen i . Vooral had zijne uitdrukking over de brieven mij pijnlijk aangedaan. Ik Jmaldc mijne brieventaseh voor den dag ell doorlas dcn laatsten brief. Deze was nu \l'el vicr of vijf jaren oud, maar een latere was nieL tot ons gekom n. Ik las alles bedaard na. De inhoud was voor geene andere uitlegging vatbaar al die, dat ik moest komen; hij zou voor mij zorgen en ik zou zijn erfgenaam zÜn. Had lIij een kind en dus geen plaat meer in zijn hart voor zijn lleef, dien hU dan toch aau zijn vaderland ontrukt cn half en half bedroO"en had JlU " duu wilde ik ten minste het genot en '" voldoening de smaken, om hem vernederd en beschaamd ,'0 r mij te zi Il. Ik begeerde niets m er \'all hem. '1'ot zoo "er wa' ik in mijne overpeinzÏJlgen gekomen, toen een ligt rij tuigje aan het hotel stil hield, met mijn oom er iJl. llij verzocht mij haa~l te malen. I:) '" 7!J - I k liet mijn goedje oppakken en recd daarna met hem becn. ~oo lang wij nog lang ue gcmet 'clde kaden van de Kalimaa reden, waar tallooze landhuizen het oog boeijen cn de drukke b weging der tod voortduurde, spraken wij over onverschillige zaken. l\faar toen de lleel'lijk be!:îchaclu wde rijweg in e ne bogt langs Soerabaya heen ell op de zee aanlie , vatte ik den draad van 0115 gesprek weder op, dat door ue waar l1u\\'ing van den 1(010ncl afrrebroken \l'US. iet zonder bitterheid zeide ik hcm, dat heL mij uit zijne woorden geschenell had, als lIoemde hij mijne komst Ol) Java ecn oubeduehtell n baUarcn stap. 11 ])at nict !" viel hij mij in de rede. 11 Iedereen heefL imm r heL regt, to uoel1, wat hem ge ehikt ell doelmatig \'oorkomt, teil min te wallU cr dit al een regt is. Jk wild ' lllaur zeggen, daL ik toL zulk eelle gewigtige daad gCCllC aanleiding gegeven heb." 11 Dali zijt gij sellert lang d 'n inhoud u wcr briercn \ ergeLen ," hernam ik, terwijl ik hem zijn brief overllalldigde. lIij doorlas dezen 111 t opmerkzaamheid. 11 faar vun wanneer i die bri fP" riep hij uit, naar de dagteekening wijzende. "lIij is de laat lo, di en mijn goeden vader ontvange}l heeft," zeide ik. 11 Op al zijne latere bneyen is nimmer aut \loord gekomen:' I:) - '0 Omdat geen enkele mij in banden i g raalt!" IJ 1'Dam hij. 11 Daarom schreef ik natuurlijk ook niet mer. I k moe t wel vermoeden, dat gij allen gestorven waart, en daarom - ben ik getrouwd." 11 Daaraan hebt gij wel gedaan, oom," zeide ik. 1/ Gij Jladt het reeus eerder moeten doen en het 011 dan be~ ri~ten. Want hoc zou llCt cr met mij uitzien, wanneer met ~ods barmhartigbeiu alles zoo ten goede voor mij geschIkt , en mij in staat gesteld had, voor mijn bestaan te zorgen." ,~ .Dan zou ik voor u gezorgd hebben," z ide hij, schiJnbaar met eenige merdere hartelijkheid. "Tn uw oom zoudt gij u nooit bedrogen hebben, al hadt gij ook gecne aanspraak meer op mijne gehecle nalatcnschap. ~och s.preek daarover nu niet mecr. Vcrheug n "'ij 011 hever In de vrpugde d S wederzicns." TIet cheen, als "ilde hii den olJtrunsti"'en indruk Ol 1:> I:> van het be prokene on voorgevallene tu'schen 011 , ,., heel 't' I 1:> Uh\VI~SC len, zoo vriend lijk cn \'oorkomond " nl thans zijne 1louding, ell weldra hield het wngentje op bij een . prachtlg la1Hlbuis, dat op cen hcU\"rl gelegeIl , llCt schoon te uitzigt had op ocrabaya, de hekoorlijkc 0111streken en de zee. 11 Ollder de vCl'allda of het "ooruitspringellde dak zaten 1wee vrOU\Tell. dit, oprezen, toen "'ij nabij kwamelI TJe oud"tC:, LCJ1e "t vlge, doch uwtLcmin . hÛOllC VrOIl\\ \\"8- mijne tante ell de jongere, in waarh itl een beeldschoon meisje was mijn nichtje. n ideo vestigden in groote spanning hare blikken op mij, maar 11:1ar het mij scheen ook met enig welgevallen. 'l'ltnns traden wij nader 11 de veranda binnen. Ik groette haar met alle mogelijke beleefdheid cu de oom stelde ous wederzijds aan elkander voor. Een plotselinge sehrik scheen tantes gelaat te ontroeren, mnar het nichtje tak mij vriendelijk haar handje toe, ell ook de oude herstelde zich weêr en haalde al wat zij hartel ijks bezat uit de diepte vall haar gemoed te voorschijn, om mij hare eerste ontroering te doen vergeten, wanneer ik deze som berner] t had. Mijn nichtje was een wild, vrolijk kind; zij had ecne vrU go de opvoeding genoten , sllrak fran eh en een weinig duitseh, dat zij mi 'sehien wel van haren vader geleerd had, en wist bov ndien nog' van het een en ander met! te praten, 'L geen hier te lande vrij zeldzaam IS. De duit cher had zich !ti r nu ook niet geheel en al kunnen verloochcnen, want de \'er tandsontwikkeling der kinderen is hem veel waard, en hij gelooft, dat d ze lIevens de opleiding tot ware got1:vrueht voor heil het grootste ge ch nk cn beste erfdeel is. Onder vrolijke ge~pr(;k1:cn en aangename scherts hegon G - sz- - dc avoad ie vallell. De thee verscheell ell wcldm ook de tijd om llnar bcd te gaan. H et huis had eveu als de meestc gcbollWcn op Java slechts ééllc verdieping, u mijne y u ters kwamclI Hall den tuin uit. 'Was hct Jlacht lijk rumoer vau de veelsoortige dieren mij reed te Wcltcvredell zoo lastig, (Jat ik eerst den slaap kon vaLten, als de vermoeidheid mij geheel had uitgeput, hier was het nog lunderlijker en geweldiger, ja van ccn gansch andcr karakter. Daarb(j kon ik door al lJCt gcbeurde vaLl den dag, niet zoo gemakkelijk den slaap vaLLen. :JIn ar ik "ist ook dat niets dien tigcr is om de venijnige iJl ekten 1\ l\foskiLo' te lokken, dan celle brand ell de laars. ne zeeluelJt woei zoo verkwikkend over de geurige bo_<:clten cn wouden, dat ik mijn licht uitdeed, eelle pijp 0lJstak en in llet opene ven ter giug zitten om mijne gedachten 11 n vrijen loop te laten. lk meende, dat lillen in hui r ed in di pe luimering verzonken waren toeu ik in den tuin 'cn halfluid ge"prek llOorde. Het sehern vall uit dc yeranl]a te komelI , en ik beken, dat llet mij vel'dacht voorkwam op dit oogenblik, in deze eenzame en afgelegene plaats, en den algemccn n bekenden rijkdom van mijn oom iJL aanmerking genomen. lk leunde uit llet ,'en ter, maar overtuigde mij welura, dat het gespr k 11icts verdacht. had, cn ook lIid dOOl' , :3 vreemden, maar door mUn oom cu tante gevoerd werd _ en - m ij betrof. Lk 11ael nog nooit in mijn leven luistervinkje gespeeld. Ik haatte het als iets ,ernedereuds en onbillijks, maar thans leerde ik ue magt der verleiding kennen, en de uooze lust ill mij gaf aan die verleiding gehoor. Ik llOorde helaas! 'l'hans hoorde ik eehter, dat ze met huu drieën wareH, die daar sprak 'u. De derde persoon cbeen mij uit hare stem eelle oude vrouw, en den volgenden morgcn overtuigde ik mij ook, dat ik mij daarin niet vcrgist had. lIet was de moeder van mijne tante, eelle on de afscllUwclijk leclijke Javaan ' che, die ik cehter \'nn daag nog niet had aanschoU\n1. In de onzamenhangende gedeelten vau het gcpl'ek, die mij ter oore kwamen, lag en onverholen misnoegen over mijne kom t. :Mijn oom sprak zeer zacht, en wat llij slJrak, kon ik alleen opmaken uit JlCtgecn de luid pratende vrouwen daarop antwoordden en aanmerkten. Wanne r ik dc los e uitdrukkingen bij elkander voeglIe, gaven zij de vree te k nllen, dat ik aan praak zou mnken op eene schadeloos telling, op grond ,"au de brieven, die ik in bezit had, en die toch door latere brie\'en van mijn oom niet kraclltc100s gemaakt wareH. T:!' "erel ,"cri o,'er eu ,rcêr gepraat, maar ik kon chcid op weg ter jagt. Onze trein wa zeer groot, want behalve de ruitcrs werden wij door een troep Ja VmlC/1 , met korle pieken gewapend, vergezeld. Deze zijn gcwoonlijk de drijvers en sluilen den tijger iJl Jmunen kring zoodanig in, dat hij in de hoog te woede uf den kring van lanspunten moet doorbrek n of, wannccr hij niet door een doodelijken kogel getroffen wordt, daar over heen springt. In beide gcvalleu vindt h\j iu de pieken zijn dood. De Javaan is wel vrcesachtig en laf, maar zijn moed wakkert aan, wanne r hij nict alleen i , omdat iedcr dan de hoop koestert, dat zijn buurman en niet hij door een ongeluk zal getronen worden. De groote JlOop van Javanen groeide lIog aanmerkelijk aan, tocn wij den kampong Ilabij h . . nmcn, waaruit de tijger de jonge mocder en haar kind had ontrukt. J.. rog een half uur togen wij v reler , waarna wij het ba ehjC' voor on zagen, dat dcn tijgcr in zich nlo('st b~\'attcn, Djt ba 'ch was prachtig schoon. Nooit nog h. " rrevr:UI 0 \rat "d hij weten moest om aloud mee ter 11 L doelmatig t zijne schikkingcn te maken. Gaarne liet men dit aan hem over, want mijnheer Iti ben er was algemeen als een uitmunteDll jager b 'keno. '!.'oell wij allen Londen, hij aan mijne }inker- n de Kolonel, clie z~jne spanning ell zijn ongeduld naaU\\clijk kOIl weêl'houdel1, aan mijne rrtitcl'h:1I1d, - gebood hij diepe tilte, liep daaroJl snel met de Javanen heen, wpc d 'zen hunne standl)laatscll aan, van Ir:lar 7.ij in en halve maan naar onz ' Jl bnt 1l10e~tell heendrijveD, 'n kecrlle uaarna tcrug. lIet wa zekcr, dat de tijger :l.ieh ÜI het bosehje bel'ond, }; .n ver.ch spoor 1icl) lIaaf billncn, maar geen naar buiten. Het l:ilu lI'e dier had zijno zinnen Ol) den nabu)'ig~lI kampong' "ezd en ~rclcrt hd ('clIlIlaal IJl J1~chtll\ lecHli gqn'ucfd had , ~C hll'll hd !);j h ier te 1\ iJlen loeren lot Well' CCH aroloos ~lagton'cr hem iu drll muil zou 100pcJ1. 1 de jagers stonden onb \ rgcIijk stil ; gereed om te 'chicLen el1 met de oogelI op den zoom de::; wouds gevestigd, llalld n allen sI eMs een doelwit. Pa op mef! riep mijn oom mij flu istercnd toe, ik geloof, dat hij ginds uit die opening in het bosch komen zal. De r oIonel chudde ollwillig het hoofu en gebood slilte. 1 ru begon het gmrclll n rumotr der J ava:l11sclte l1rij," CJ'S, die tamelijk SlIel naucl'dcu. Allcs was dood"ti], ell ill ge paDnen \ erwaehling. 1\1aar niets Y Cl'1'ocrdo zich. 1: rergens \ras iets vau dea koningstijger te ontdekk 'n, die bovendien IIOg een bijzOlld 'I' grootc cn sterke moc ·t zijn, zoo als de Javanell, die hem gezi 'n Iindden, verhaaltIelI, ]~n dat had nog al wal te beduiden in een land, waar de tijgers toc11 al zoo vrec 'cIij k groot zijn. 1 'icmnJul kon zich daarvan l' kcnsehap gevcn; zelf::; de oud -te en mrc. t 1'1'1 arelIe tijgel:ingcrs ch uddell lid )wo!'(l. l~indelijk kond 'n wij de Juraanschc drijver::! nallschoU\rrn, die al- eCII 1' rcndo muur aanrukten Oll met dreigend' gelLliucn hunne llickcn v or zich uit staken, Nu was el' bijna gecn tll'ij~ ,l mecr, De tijgcl' lIIoC~t Cl' Ili 'L ge\\'!' 't ~ijll of hij was ullh 'lugL - !)ü - Wij zijn beet gcnomen," zeide de Kolonel toornig CII wierp ecn grimmigen blik op mijn n oom, 11 Mijnheer ltiebener, gij hebt uwe jager kunst afgeleerd ," riep hij, met een laeh, waaruit men zoo wel toorn als verachting kon opmaken. "Hij is in lIet boseli J' riep mijn oom gramstorig: 1/ hij moet hier in dit digte bamboes zitten, daar vlak bij ons. Ik heb mij niet vergist J" Met deze woorden was hij het bamboes tot op tien of twaalf schreden genaderd. Op een ruischt liet door de takken. }Jen vJ'ee 'selijk gebrul decd Illij hooren en zien vergaan en met Mn sprong stortte de ontzettend gJ'oote koningstijger zich uit het bamboes, loeg de zijden met zijn geweldigen staart en \rierp zich iu volle woede op mijn oom, die ouder zijne klaau\\'en en tanden bloede11l1 nederzon k. De plotselinge en zoo geheel onYerwne Ite kom t des tijgers had al de jngers en zelfs de nog kort gelec1ell zoo ovel'moed igen Kolonel zoollanig verrast, en zijn ge'ligt allen met zulk een outzetting ven'uld, dat cr geen enkel schot viel, cu than , nu hij den ouden man zoo in zijne magt had en den staal't omhoog in cle 11leht krollkelc1e, kon niemand, noch ,,:m verre, Jloeh vall nn bij sehieLeu, omdat zij vl'eesuen, met d n tijger ook oom te trell'cn. lk had mi.i illtu~~chen :.poedig \':111 den i'c!lrik hc]'~tel , die mUil nouget' met meer regt. de StormkanlJ plagt te 110emcn. Reeds op de ]1('('11r is llad de Doctor olll!cTI'o nden, hoe hel hier . poken :kOII, ell 11Oe\\'el hpt hem niet aan moed outbrak , g \'oelde - l ill hij toch eenigen aJlgst, toen zij deze wateren bel'eikten. De Kapi[ iJl vall het schip lachte hem uit, maar ontving re d den volgenden nacht traf voor zijn overmoed. Een torm brak 10 , ~oo g weldig, als geen n atroo op het chip ooit had beleefd. Drie dagen 11 drie nachten raa de hij door met wei uige tu ehenpoozen, in welke hij lechts adem scheen te zoeken om op nieuw te kunnen voortwoedelI. Reddeloos was het ehip aan ]1em overgegeven. De ma ten W3re11 gebroken, het roer was v('rnield j het wrak werd lllagteloos heên en weêr gelingerd e1\ overal drong het " 'aLer met zulk een geweld in het ruim, dat de man chop het mct den Doctor nIs enigen pa agiel' verlaten moest. Spoedig daarna was het chip vergaan. Onder ru teloo wor telen met de golven, bereikten de schipbreukelingen na talloo7.C gevaren eindelijk de I' aap, tad, van alle ontbloot e1l doodarm. Zij werden echter liefderijk door de lIoll a1Jt1 el' opgenomen, II konden, na zich ]Ier Icld te hebbelI, hunne reis voortzetten. De Doctor had alles v rIOl' n, wat hij bezat, Dlmeer eenige particulieren bem lIiet welwillend en W hadden oud l'steund, zon de verdere terugreis hem onmogelijk geweo t zUu. Tot zjjn geluk l1acl hij zijne bri venta eh met zjjne l)apieren gered, en onder deze ook oenige ::mnbevelingsbrieven vnn den Gouvernellr- ,cneraal van .J. cêrlnncl eh TnclW. JZ2 - Arm , als hij eens voor tien jaren Rotterdam had betreden, kwam hij cr tban terug; tien jaren ouder, ouder aan martel ijko ondervindÏ1Jg, en bittere teleurstellingen; maar toch vervuhle hem een Oll uitspJ'ekelijk, zoet gevoel. 't \ Vas toch weêr Europa's grond, di en hij betrad , Europa' lucht, die hij inademde. .En in zich voelde hij de kracht om op nieuw te beginnen, daar, waar hij voor tien jaren begonnen wa. IIij wilde zich als geneesheer hier of daar in IIolland n derzetten en daar een wcrkking zoeken. Zijn pen ioen verzekerde hem een nederig be ·taan, en de paarpennillgen, die de edele Kolonel in het bankiershui belegd had, zouden hem altijd in dagen van nood kunnen te pas komen. Vurig dankte hij God voor zijne he turing en yoor de redding uit Let levensgevaar, waarin hU yerkeerd had. W I martte hem het verlies "au zijn gocu n van de verzamelingen, die hij op Ja,'a bad gemaakt en die hem vooral dierbaar \laren, omdat de Kolonel hem dikwijls daaraan geholpen had; maar het eheen al waren z~jne lotgevallen op Java gellCcl afge loten, als be tond cr geen band meer tus ellen het leven, dat hij nu iu Europa aanving n dat, hetwelk hij op Jav:l had geleid. V el had de goede Doctor verdrageIl n veel had hij leeren verduren. 1 iet te vergeefs had hij de leer eh 001 ues levens doorloopen. Maar op Ood had hij zijne hoop gebouwd en dit was imm r de grond~la' - J 2:$- geweest, waarvan bij uitging. Zoo berustte llij dan ook zonder morren in deze verliezen en liet met stille kalmte zijn verder lot aan God over. Ook de In pecteur, die hem voor jaren zoo welwillend had voortgeholpen, rustte si nds lang in het graf. IIij had dus niemand meer in Uotterdarn, en be loot naar het bankier huis te gaan, ten einde daar aîrekenin<'11 hart. Hij begeerJe geen dank, hij wilde alleen de belangelooze liefde des Doctors, en deze bezat hij in de hoogste mate, zolfs over graf en dood. Nu had de Doctor dan ook geen lu t m cr om in Holland te blij,'en. lIij ging daur heen, van waar hij naar de verre landen was uitgegaan, Daar zijn dierbaar Wurtzburg. Wel bragt zijne kom t aldaar een schrik onder hem, die hem een zulk een blij vaarwel hadden toegeroepen, onder de heer n eollega'ti, lUaar hij troostte 11 n dadelijk met de boodschap, dat hij gcenerlei plan had, om hUil afbreuk te doen. Groot was zijne vreugde, toen hij den ouden l)rofessor, nog in leven vond, die hem door zijn aunbevelillgsbrief aan den Tnspeeteur te Rotterdam de loopbaan - U5 - geop lid had. Wel was deze hoog bejaard, lllaar toch iJl staat zijne inuige dankbetuigillg mct aandoening te ontmugcn. De grijsaard wa ' ook bijl1U de eenig waarmede hij zich ophield, en zijne jong te dochter werd Doctor Riebellcrs VrOU\L 11 eell IJrachtig landhui buit 11 de stad leidde hij met zijne echtg lIoot en den oudeu vader een kalm cn gelukkig levelI , dankbaar aau God, weldoend aau de lijdende mensehheid cn liefderijk voor huune onder1100rigen . KindCl'cll had hij niet, maar mcnige arme knaup werd uoor hem in taat gesteld , ~ieh te ontwikkelen, Tl voortgeholpcn, tot hij zich e ll stand in de wereld vorkregen had j menig behocftig gezin nam hij dell last der zorgen af en droogde de tranen del' ramp poed j menig llUlpeloo grij aard had dool' helO een g rusten oUll<'n dag Cll menige arme weduwe vond in hem haar ~tCl11l cu staf. Tn den 'c!lOon ten zin noemden zij hem vader, n bemillden cu zegenden hem, terwijl hij door YCl'sch ·idclIe liC'fdadigc instcllillgen zijn hart verlustigde ('11 daarbij nog VOOI' het toekom 'iige zorgde. "\Yel had de zoekende neef zijn oom gevonden, maar Jlict dien, welken hij zocllt - d n trouwen licfhcbbenden. Maar do liefde God , die bd , eenig te hulp, ,"ond hij 0"e1'31 eu deze deed hem eellcn oom "inden, dien hij niet gezoeM had. een troU\\cn, liefderijken , rlr'll KO]Oll"; - L2ü - Wel hem, die zich niet op men ehen, maal' alleen op God den Heer verlaat, wnnt Hij leidt de harten der menschen al waterbeken , en de be te, de zeker te uitredding weet lIij alleen. Vertrouw op Hem mellschenkind , en het zal u goed zijn! DE BOEREN -FAMILIE KLAARFONTEIN. "R8 - VERHAAL UIT liET LEVEN DER IlOT,LA NIl enE IlOEllEN TN Z ro·AFRIKA . VA.N W. 11 '1 ' o. Ilf:'I' '1' 011 H ,OB lW. 1l00r:I)t;11' ~ 3l1rt uirr 11, ~t3nlylatrll . HAARLEM. V ZWAARDEMAKE1l.. I ;)6 1. DE nOEREXF1)IILIE LlV KL1\RFO~TEI. -. !lIet den Jlaam ,"au boer worclt si nd lange jaren ue IIollallusche gl'olltlcigennal' in hei K::wplmul van ~Ilid­ _\.frika betiteld. Cl ·woonlijk b ,zit hij eell til·bied, dat jn uitgestrektheid met reil der kleine Enrop~e:clw HH"stelldoromen gelijk staat; doch het bC~Ütat meest 1 uit eene \IOC. t en door zemllchittc uitgerlorch' lnlllbtreek, ,raar ~lccllLs met tre( k \\Citll-ól'Ollcl, CI1 de gdJ(lI\\\'cn waren dool' n'l' lIitgc~tl'l'J..Lc akI Cl:; "I t)linen ollll'ingu, 011 ell door 1-1eillc bllalcJI b ·hoorIljk \cl'fris('l!t pn bl"IJl'ocid; jn, ml'U IIDel \,111 uit het Lui" lIamdi.p-: nan dc \1(', t;:ijdl', lwt llilzigi p teue groep bOOlUt 11. .\('uci \' -, • fimo.rl:;, z(; tot Urn roet !Ior'oe - ;~ ri f,- 11 varenplanten, renise wilde dier boom en en zelfs lel'schciuelle pel'ï.il,e/l, dil: de bU llonel's met hunne l a teli.ik vruchten "el'briHell, J)e hof8tcde wo groot. Het \\'oonhuis ,ra \ an -teclI , slechts (:éne verdieping hoo;;, Il zag r op den tijd, waarin onzc gesehiedeni' igcnlijk beginL, namelijk in het jaar 1 '3 ,) enigzins uit, of het niet ondcrhouden wa , of lielcr, daar het door ue voon'aderen van den boer ge ticht wa', droeg liet de poren der yergankelijk11 iel, waaraan alle menl>ch Jl\\'erk i.: blootgesteld. De wanden waren naar de gewoonte de lands dik met leem be:streken, Jat rermcn6'cl met, koemest en !'Undcrbloed, wel i waar C dUlIl'znlll<' beuekkillg, maal' ill IW 't geheel geen sehoonen ann bli kIlpIer 'ri. lIet lage duk \\0 met ril:t en biezcn bedekt, \\'aaro\'cr dwal'lattel1 geplaat"t warcn om ze bij clktLar te houden tCl'II'ijl ecnigc lllaite tcenm dl'l.en wcderom ten steuil \\'aren. Kleine ,'(;ntertj , \'cr~chaftell \an binnen li Iit, doch niet in clie mate, waarin \lij het öcwoonlijk "oor 01lS verlangen. Het \\'oonlnti' be~loeg' CCIIC aanzienlijk uitge,.trtktheit! gronc1~, "'O hetgcen aan hooote ontbrak, JI1oe~t aan llt lengt. cn breedte vergoed 11'01'<1(,'11 0111 gcnoegzame ruimte \oor '\'0011- cu l:ilaapn'l'trr1,kclJ cn keukeIl te levcn'l1, Alm het \\OOlllllli· gl'dl 11('n geh(;('l overeenkom,·tig (t('bn\l rel(' 1':1 o \'(lrn hlll'lI rop' ':1" 1 C lUrm , lOOf -1'11, lil;' ,J cn OIn"Jole11 ai .. eeu enJ..cl gebou\\ de biliJl 'lIpiaaIs, \Iaai' tam gevogclt en een groot aallbl OJlü:aggelijkc \\"olf,,houden rOlldliepen, of in de cltaduw lagen te luijel' 'Il. Dit g bOllW heette de Rond I'orm, omdat het in de daad rOlld \\'as, Het b sejm; f Cli uitgebreid n cirk 'l , 1\ as van teellCn opgetrokken en meI, hetze! rde ha rdgeplei ·terde Ol' rtrek .. cl voorzien al dc Ol' 'rige grb UI\' 'n ran de lt of~tctle of },13at , gelijk zij daar gello md \lcrd. liet b zat in ..gclijk slcchts ~~ne \'cl'dieping, 11 Hl ar , tlaar bOl'en 1I0g cen gl'\\'elfdm vlo 'I', omgeven door cene mUIlhooge borstweri ng met tinllen, uit Iricr tu~scltenruimtc men op 7.ijll g 'In ak kon ,chietcll. Ook de aonl '11 buiten wal was in het rouu ter hoogte vau de bol' ,t mrt ('C IIC menigte smalle, nnar binl1cn ureedcr wordende bI' CH voonlClI. De deurell lIaren yall dil" te\ig hout cn I'an buiten met koper bcslngelJ. Uit deze brschrij 'ing zullen mijlIe licl'e h~zl'r~ ollgctwij~ 'ld hebben opg('maakt, dat wij hier t, dOCH hadden met ecn toevlugt~oord bij vijandige owrrolllpeliugell, met ('('Ile plaats tot r >ddin:;, vcnluuiging 'n bC'c!trrUltng, En dit \ \'n - dan ook de bc:-temmillg vall den HOl1de\'orm, ,rieus bintH'11. te vuufl'n -te ruimt groot genoeg \Ia' Olll Icven -mirldcll'u, kn'c CIl gord voor lnll,!)en tijd te bl'rg(~n ell tevrll ue gcll's('nlil'id te H'l':chalicn, 0111 dell \ ijall(l uit eene veilige hilldcrla'l,!j het mc(:~t llIo"('lijk(' lla(kl·1 10' te hr\' 'gcil Jle historie van dl' phats 1 bnrfollteill, had l1ict wClnig gCl'ullen te ycrmeld 'n, \\'au1'i n de bCIl'oncrs der kolonie hicr to \'lugt vonden ril zich tegen de ol'Cl'l'allell vau Jlo:;ehje~mallu 'u ('11 l' nlre1'8 m:1llhaf'tig verdedigden, tot duL Cl' hulp bram I an de naburige hof~teden, en J1iet zeldcll wn: de viJand JUet bloedige kOIJpen naar zij ne bergen ell woud '11 teruggedrevell. Die tijden \lUl' n llU echter mecl' en meel' YOOl'bi.i, waUllcer niet onver~landiieter of lJiet van Daanen was een waard ig Jlakomeling van de kraehtvollc voorvaderen . lIij wa yolle zes voet lang en van rcm:lchtigen Ii; hnambouw, CClle eigenschap die hij mct de Jnl'e:t boeren des Ianu~ gemeen heeft. llu t , gezonde eUu i, lang t'lnpcu en gebrek aall alle b weging hatldcn g('(ltIft'Jlue CO) tamelij k lang leren (hij was vijftig jaar) zij n oITI\ang mcrk lijk doell toencll1eu , ClI wnlm cr hij op den drcmp -I trad t OU.CH , -7met ue dampende llooit lwud "'oldende pi.i P, \ ten tijd aan h t Yl'n~tcr, ureide of ]laaido aan do leder '11 broeken \'au k,1'c drie mUlllul, gelijk zij l~ict, lau' cn all plagt te ]loemen, eu had uitgenolllen it -]0 - de grootste hitte de daag', het stoofje steeds onuer de voeten; zij deelde hare bevelen, raadgevingen cn aanwijzigingen aangaandc het beheer de huize n del' keuken in alle l'igtmgen met grooten lladl'uk uit, en stond nu en dan op, om dcn bez\\'arelldeu gang van omtrent tll'intigtappen naur de keuken of uaar CIl achter in het woonvertrek uitkomende laapkamcr te uocn; niet zondrl' cn luid gesteuu n heimdijk gcklang, dut het men ellelijk le\'cu toch zoo \'01 nrbcid cu moeite is. 'Wanneer mcn cehter "ilde vooronderstellen, dat JufVl'onw Yaatje voor gecu hooger opgewcktheid, \'oor geen innel'lijk leven u iunerlijke werkzaamheid vatbaar was, zon men zich grootclijk ' \cl'gi 'scll, '.\nnt kll'am el' maar eene oll1taudigh~id, die haal' in bc',\'rgillg zette, dan was zij vol le\'cJl en \Yerlzaamlwid, dan verliet ltaar die natuurlijkc traagheid van lijf ('11 gee t, en Jufvrouw Kaatje was ecn gan:seh ander mcn'eh dan zij vroeger sche n. Aan d tweede vrouwelijke gebiedster ynu de "roote 1mi houc1ing moeten wij 'elle ong WOlle aallllaeht wijden. crbcclden wij on , dat h·t vroeg iu den morgcn j~ : Jufvrou\\' Kaat,je zit aan h ,t ven~t(;r. I)aol' wordt de deur, die toL (12 keuken lei H, geopend, cu ('ClI mcisje van hoogsten zeventicn jaren tr celt billltell. Hnre gcstalte is niet groot j maar wel geGvcnl'edigd, schoon en 1J zonder gebrekcn opge\\'u en; hare handen Cll yocten zijn zoo fijn en klein al men ze W Cllllg zict. Een wijde, plooirijke, doch niet al ie lang rok vun dezelfde siof al jllfvronw raatjes japon mgolft hare edele vormen. Een k ur"lijf meL korte mou\\en bedckt haal' zcdig lot d u 1131 " om welken eIle woel' gln8panl'len j. gehecht. Zij draagt geene kou en of moccnills aan hare voeten, maar ~ehjttrr nde ringen ,·an cht zilver omsluitcn bride ,'oeten boven dcu 'ukcl cu dergelijKe ringrIl beviJlden zieh om haal' \'oor:1rm, digt ollder l.nrc hand. H aar hanr i' zwart al rav nved 'I' , doch Jliet ~oo kort en wollig al dat der 110clljl'smallJlcll. Hare Kleur is een helder l'ooclbruill doch in lallg nieL zoo slerk van tint, dat de blo harer waJlgclI niet ziglba3l' ~ou zijn. Het "'elaat i cdel Vall uitdrukking en zclf~ bij deze klrur zeerehco!1; \'ooral in het ,rlinterende oog ligt iet· le,·cndig en grc ,tvols ; 11 t yool'ltoofd is hoog 11 trotseli , de tallden in haal' kleincn mond zijn ~ehitterend "it, en lmfc Jippell hpbbcll 11i -ts oVI'I'C'enkomsiig mct de gezwollen lippcn des llegeJ's. lIet mei~jc behoort tot het welgemaakrste en cuc1ste volk \'all ~uid-.A('l'ika, tot het volk der Kofl'cr~ rn wcl I tot hun seltooJl. teu :;tnm, dc ~ mol Otia'~. Zij gaat mrt ligtcn tred, el1 hijna wo ol1111el'kbaar, !lat het 001' naauweJijks haar billllcnkomcil be~pcul't, 113nr Jufvrouw Kaatjc toe, !luistert un IIgocdcn morgeu ," - ]2 - ..Knielt Jl c~r cu le"t haal' bc\'alhb' hoofdje op dOll ehoo! uer 5011001le nou\\', uio haar met 1Il0cucdi.Jke teeucrheicl aan~tanr!, haal' np llt't \ oorhooftl Kust en hanr dan de lland op he1 hoofll ICót als om hanr te ~('gcllell, .Tufuouw h anljc heft hare hand op lCl'\\' ij I hd lJl('j:;je 7.Îeh \'oor haal' 01i t vall J)a:lllell jnlllmer\'oUl'll tijd, ~ijnc (JUd~l'~ waren bei dIl! gr 'tOl'VCII, terwijl hij C 'll groot jaar gckleine Jr.n 1I0g als zuigclil1g' aan frouwu wa", en Kaatjcs bor"t lag, ]Je zomer vau lS:W, 7.00 koel l'H onvriendelijk, l'c3cnaehiig en nat iJl Em'opa I wa in ue I:l -- .\fl'ika 700 h el, droog cn onvruchtbaar nl' men 7.i·h kOIl hcrilll1el'ClJ. De hitte bereikte CCII bijna yersehl'oeijcuden graad. Al llCt groen wa gest.orvcn, verdroogd, ill den gronu gebrand, ~P)fs de doomige lagc t1'uikclI, dir in Jl(·t woe~te :;tecnachtigc land groeiden, vertoonden gt'ru cnkrl blaadje meN, Hct was de ecrstc maaJ, llat kla:\l'fontl'in bijn, teil ondcr ging j de boolllcn en he6g'cn, di dt's midclag' ueu tuin zoo lommerrijk bc 'c1mduwden, ~tondcn bladerloos, en de pcrziken , toen llOg 7,('cr jong, lietcn hurll1e ccrste vruchten, olll'ijp cn tot :steCl1 illgcdroogc1, tel' aarde \ allen, Het koom was nmll'oo::;tl. cel' het in de aren ~chi>ot. Zoo vcr mell "all ril' plaats iu hrt rond zien kou, ~n3 meI! slechts de graon \\'geele kh·ul' vnn het ~all(l j l'cc(h vroeg in ckll moroen trilde de lucht \ '111 d ~ hitte; t:llrJjkc- ~allllhoozcll bc\ ogen ~ich hecII CI1 ,,·t·I~ 1' 0\'Cr c1ll \\oestcnij CII "dllllldCII hnre zundmas a's plolicJHl O\'CI' dcu g'nlJld UiL; dc 11 IJwl nrtool1clc g 'cn wnlkjr. cu s{;t!crt mn:llItlcn was cr gl~'l1 l'nkele rl'i,;cucll'O}lpd f,c\'allC'lI, lIet tl'cu('ig~te \1 as , t1.lt h t arme H'C tot d orel' been wa' uitgt'1llergeld , gl'''n melk llll ('r h: I) \'001' de kalrcrl'll ~n lammetjes en ,1:1gC'lijk ' acht tnt tien st uks dool' den hOl1gcl'llood \'I'rlool'. ,'dHll'ell mn roof/.llf'ltii;;e gicrl:ll ï. ~'ccftl\!u hO\,('l1 ueu woc teil groutl cn bOIC'lI de l,raku )'Ond, om zich \,cl(!ra 0l' hare JH'ooi te ~Iortc!l • - 11- en deze af te knagen tot op bet gebeente, dat dan in de ZOII lag te bI eken. De to tand van Piet wa radeloo·. EIken morgen ging hij aan de deur CII lid zijn 0 g rondwaren of er geen wolkje aan dell h mei t zien wa , uaL de 1100p op regen zou kunnen aallwakkeren j maar morg 11 vóór, morgen mI ble.f het luchtruim aan gesmolten lood gelijk en geen enhl dun wolkje kwam te voor ehijn. AI dat lang zoo dnren moest" dan wa Piet binnen vier of ze~ weken doodarm. Eu eiken dllg stierven er meer b cslen. Dikwijls zat hij fe zuchten of bli ~ zijne rookwolken zwijgenll \'oor zich heen, terwijl hij den link 'r voet orcl' de regter kuie legde 11 hem met de reglerhand vu ·t hiclu. H ij sprak gecn \\'ooru m cr ell J ufuollw Kaatj e ~tortie trunen oyer hunne elleude. 1'ocu zeide oom J'Inas op ecn morgen: ,,1 iet ! moet uw we eelle ~pi.i. worden voor de giert'fl?" I/Kan ik gras laten groeijcll, gelijk dld.lUlagtige, die on kastijdt ~ . , wa ])i'b antwoord. ,,1 -ti;' hernum oom ]{Iaah: 11 Daarom jui t, \'Tllng ik: 'Wat let on', om over de lloonlelijkc bergcll in het gl'Orfl(, Grigualuml te trenen ~., /I )foct n \\c dalI dool' de giftige pijlen der Bo.rhje!TItlllllen, üoor Ul' nttngnnijcJl (~pie.'~Ul) (kr Kall'e!tl vennooru woruen;" HOL'':; llid. 1:; I' Als wij alleen gingm, ja ," hernam oom Klaa j mnar de boeren lrekken allen met Ol! , want zij zijn Cl' lIog ~llmm('l' aan toc dan \\ij aan llc 1 laarfontein. ~i.i hebben 7.dfs geen \\'lIter meer:' Ilier 7.wer g hij. 11 Ik wil eens roudgaan II hen oproepen toL l1en togt ., ging hij Jla eenr 1)00 voort. 1/ Unan zij allen lllede, dlla is cr geen braael bij." 11 Probeer het ," zei J)ict zonder vall hOlldillg te veranderen. Daarop nam l\lans ('cn van cic kleine langharigc Afrika:lIl~ehc paardt'n IJ reed !tecll. ] lij bleef vele dagen hiJ' ei 1H1 cl i)' achten' '11 \\'(", tot ' . ' k tel U!!k\nl.lll, uitroepende: 0 11 .\.cht hOllll,~rtl boeren gaan l111't Oll~!" Pi t 7.ag hel11 t wijfclcllcl aan, mallr liet \I a zoo, en ::il)oetlig braken zij met llllllllC kudden 0l) en trok keil lIet gehel'gtr. in, vonden vOl'der n yeUe \\ eiden , CH llUllllC kUlhlcll ,,'llrrn g(·l'('u. ~ij hatllltn niet· VUil wallrtle te hui~ gdatl'll, dan dl' ledif;e I11UJ'rll cu eenige Wlüou\\tle J[oftt'ntot!clI nis Opzidt('r~; voor de geboU\H'll wn~ llid~ te VIl' Z('lI, want in de h.aapkolonÎt· hecr~chte di"lJl' \Teell·. 11 ()()g~tcll~ \\ a~ cr e -nig gevaar te duchten \all dl' Ckehhmg(n ('n Cobl'n-('npcllo\, heL giftige (JIl"edicl'tc ti 1anu" dat ziel! tlanrill zou )mllucn Jle~tl,len, Eehter l.w\'(mtl :t.ich onder ue ~ mnnquu" een giftdoktel' til ~lllllgentel1\ml'r, en dClhahe bel!ocf,le ll1CU d:\ar\'oor llÏet lJijWllll r bezorga ie :lijn, nl.' men tefug- 11 ~ l. 1:) - Ili - keerde op dCIl tijd, walmecr de regen \I eel('rom ll1 uw lev II aan JlCt land zou sch nkel1. lIet uitblijven duuru' echter ycle maanden lang en ue wild volhstamm '11 waren vredeliev nel, uit vrce~ yoor het groot!! aantal boeren Pil , '001' huulle doodaanbren~ellde 1'0 'ren. Zoo nameli.ik noemt de boer het lange zware ouucl'wetsche \'uurstecllgewel'l', zoo al~ men deze voor Jlller clan honde!'!l jaren iJl on lalld 110g hier en daar kon waarnemen. De boer is Htok - ijf aan het oude" hecht. "Dit 1'o"r;' 7C.;t h ij "heeft mijll grootvader, mijn \auer 11 mI.! gediellll. Jlcn, oeh daaraan dat men \lat in dc hnlld heeft. \' at geef ik om uwe kindrracht ig Jicite jagtgc\\'ceJ'tje? Dat i goed , '001' killdcrcn, CJl die llC'blll'1l ge ell roer llooelig !., Die HIli. ketten 7.ijll "el Zl'CI' olldef\let>('h, lllnnl' c1u bocr weet ze in dl'n bl' 'tc'1l l:itaat te Olllkt1lOIllIclI. ... ïctt('geu, taande zij olltilbaar zwaar zijn, ~prillgt de 1'('\10ael ti;e boer er met ue grootste huntligh('id mcê om, terwiJl z:.J Z' '1' \'(;r dragcn. :.'Iraar hij is ook l'en !'ehutter, die nooit mi,t, \lat hij op zijn \'izi '1' hetft gcnolll 11. De diefach tige BCI'cltje mUllllClI , die thalIs, IlH de bocreIl vereenigprillgbok in groote ho()v cl l('id aangctl'Ofl'cn , Deze behoort wel tot de kleinere .1 lltilOpC1t Cl \\'(,I'gt oncien'cr vijftig llond, lIla:1r zi.in I'lc<"C'!t i: zrrr mal. ('h ('11 hijzOlHlel' aUlwenaam an aal, ~i.in 1 (lll eIl ;' jue Of t 7.1,;11 ,lil, UI' rug br; I ct do lll.e .r ll.li ,I tI Luik helJ L' \ ] - -1'>- :loMig geel. Hij leen lil groofr. kudden. Zijne nchtcrpootcn zijn langer dan zijlle voorpoot n, 11 daardoor is ll ij ju staat, met buitengewone gelllukkclijkheid de ge\leldig te •prangen te do 11 en zeer Hel zijne vijanden te ontgaan. Daar vontl men ue oho01lc blaauwe Antilope, ul!n llietbok n geheele kudden \'an Quagga' , een schoon dier, dat veel op een lJaaru gel ijkt en een fraai getcekend vel bezit. De overdoed van deze jagtdieren had ccMer ook den koning der dieren en wouden, den leeuw, den blo dgierigen vijand van al wat leeft, den tijger en de heimelijk rOJlusluipende bloeuzuigster, ue lJyella, hcrwaartl:! "clokt , en deze vijandcn vond 11 het ve 1 gemakkelijker, iJl de kralen iJl te brchn n zich daar huune v Ue hapjes uit te kiezen, dIm deze in hun uitgestrekt gebi cl ondcr de dieren der wildel'llil:! met moeite to bcmagtirren. De drijfveCrell, die den boer op dc jagt dd n gaan, lngen dus yoor de hand. Ginds in de verscJuo ide vlakte van zijn eigen grondgebied ,varcll <.Ie rijell zijner dieren door honger cn grbrek geuulJd: hij moe 'L dus schr om\"allig zijn om ze uoor slngtcn tot zijn I veil onderhoud nog meer te doen afneIDl'l1. I~n door d jugt kon hij zich hier het hcerlijhte vlccseh iJl oyervloeu arm 'chufrell. Zoo werd hij door zucht nnnr igclJ yoonkcl ell zelfs dOOI Jlood ill geh rgtl' ('JJ ho~ch gelirt" 11, Uluar ok dl' - I!l - tweede nanleiuing wn' e\,pn dringcnd. lIij moest I.il-n "uIzirr n Vij'allU• zij'ner kllUdtJl, leem\" tij'!rcr en hyena o 0 • . .... cn zeU's den VH' s:leht igcll jaHals op behoorlijken afstand houden, W3JlltLCT Lij llid elken morgen Jlieuwe oir rs wilue beklIlgeIl , cn in het Kaapland bevond zich vrocger ell bevindt zich nog- CCII buiteJJgewoon groot aantal leeuwell, groot cr zelfs clan uat der tijger. Ook Piet Jl Kbas lJamen hunlle roeren op schouder, 'taken hunne jaghne'sen in den gordel, de pijp tu sehen den hoedeb:llId , IIi ngeJl dtu tabak zak aan den gordel , bclasU II nog borendi Tl de ku0l te chutters onuer de Hottt'ntoiteJl met leren 'll1iuIlelell, CIJ trolken dan uit, om dikwijl s ,,"eken lang iJl de groene jagt tJ' ken Vfm h t boschland dool' te UrelJgen . ])e buit weru dan door de Hottentotten llaar huis gûbrngt. :too "aren zij dan ook op den tijd, dat ue .\Illako "0" de 13o~('hje mannen vcrvolgdclI, m 'cr en meer het tOOli el dezer vervolgingen gClluderd , zOllder echter (en tier trijdende partijen te ontmoetell. Op zeker 'n dng waren zij gedurc1Hlc de heet te uren op dcn top vall een JlyrulIlide-\'ol'migcll heuvel gelegerd, die door cenige i:'chndmHijkc UOOlllCli hedekt was en \litJl ' laO'p r li 0:::> rrr'Clld hout den rustrllC II alle uit zj ~ t, O· zoo\\"el nabij al:; in de Vl'rt\' blnam. 13ij l'iet en Klaas bevonden zich chic JTottclitotten. ]~Lll van dezen \I a:< :11, ~chil(h "acht uit; zet cn de overigen huddeJI zich onder ~ - ::11 het vcrkwikkeIlde lommer aan tkll zoebiclll,lUp ov 1'g('gCVCII. De Hottenioi, die r.ijn pligt als schildwacht naauwkeurig keHd , sloeg scherpe blik keft naar alle zijden om zich heen; maal' do gan·che natuur was in rmt, uitg put door e ne branuende hitte. Geen gero p van vogeL, geen pikkende specht, geen al,clig huilcnde aal> deed zich hooren, gelijk dit anders dag en nacht iJl de woudcn pl aat· h:ld. Maar toch ontging bct aan de blikken des Hottentots lliet, dat cr in hei kreupelhout bcnetlcll celle ligte beweging kwam. Niet het minste zuc1ltje van den wind deed zich in de hitte van den middag gevoelen. 't KOIl daarom slechts eeH sluipcnd mCJlsch, of eClllecuw of ecltig ander lid uit diens bloeddorbtige verscheurende famili zijn j hoew'l dit laalste hlijfelachLig was, daar ook deze WC7.ens p zulke tijden des daags de donkerste schuilhoeken der wildernis op7.oekeu 0111 te rustcu. TaauwcliJk harl de Hottentot de bewegillg in llCt krenpelboseh beme kt of hij pakte zijn roer beet, en bragt den holf trgen ZijllC ,,"Aug, zonder daarom deIl loop \ nn 7 ijn gC I\ crI" of zij tie 1:\lIgr 7.\\":lrte geda:mte aan ue bli1.1.cn '.11\ lwt nadCl"I'lltle "c;~eu bI lOL te ~tcllcll. llij lCtide zich i'elf~ 0]> (1(, ('Ule l\llie ('Il plnat~te hei borellein(l nlll deu loop op ('°'11 ror i~(,ll t: k in het ~truikgc .,.a~, die 11('111 zl,l,.crdl'f 111, al-.tl' Ynl\ 7.ijll 'cllot, zonder zijn rOl cllcud oor; in dl'lI ,,·e~ te :t.ijn l - ..,1 -- \r ldra 7.ag hij eCII Ho chjcslIlall die als eell kat over den grond kroop. Zijn koker ,ras ol vergifligue pijlen, wi el' poeuig en vr e clijk dodende werking in ZuidAfrika algemeen bekend is. ] [ct ontgi ng den Hottentot niet, dai, hij loerende blikl-cn achter zich wierp, als verwachtte hij , dat iemand hem zoude volgen. II t kon evenwel geen vervolger zijlI , dien llij vreesde, anders zou hij poediger cen veiliger schuilplaats gekozen heb. ben. Een dikke boomstam , juist in het schot van den Hottentot g legen , dicnde hem tot eeu ui tmuntende hinderlaag. lIij keerdc dell Hoiientot den rug toe en vermoedde dielIs nabijheid in 11 t" minst IDCt. J radat hij zich achtcr den stam had nc(~rgehurkt, greep hij naar eeH l'ijl, be~ehouwd e dezen zorgvuldig en legde h '111 vcn'olgens op zijn boog om zich tot lIet doodcl ijke, nooit mis. ende sehot g reed te houden. \\"ederom hcer~ehtc ccue angstige, hui eringwekk ude stilte. Het hoofd en de pijl van den Dosclljesman warcn gCl'igt op 'elle opcniJlJ in het bosch , ter regterzijde van den hcu\·el, waarop de boeren en hunne mcJge7.cllen rustten. riet lang duurde het, of het voorwerp, waarop de auJltlacht van den Boschjesl11an gerigt \Ins, vertoonde zich j want uit die openillg tr 'dend , sloeg eene jOlige Kdrcnrouw mct ecn zujgelillg op clen arm den pitsm ]leu"cl 0111, J\r3cloo~ '11 zonder het mÏJlstc rfc\'am' te vennoeuCI1, zeile zij scllij nbaar iJl di pc gedachteu haren weg over hct grocne gra. tapijt voort. Naauwclijks wcrd de Boschjesmau haar gcwaar, of ue pees van dcn boog werd stijf ge'lJanncn en sisscnd gierde uc pijl in hare borst, zood at zij met ecu lIa:lU\\'cn gil levenloos llcûrzonk en de zuigcling schreijcnd in het hooge gras viel. TIlikscmmcl rigltc de vcrraderlijkc Dosehj man zich op, en greep naar CCll andcl'ell pijl om ook het schrcijentle 'chcpseltje in gloeijenden ijver voor zijn stam de moedcr na te zenden. lUaar dit wa ' toch eindelijk voor het geduld \'all den Hottc1Itot te veel. Zijn roer brandde 10 ' , cen vrces_elijke kndl volgdc, en de Ba elljesman deed cn sprong iu de l]()ogte en storltc toen met het hoofd omlaag in de teellllehtige dio]lte, die nevcns zijne stulléJIJlaats lag. IIIj was goed geraakt cn verroerde zich niet meer; ma:U' al de shpers werden op cns wakkcr, stonden blik cm nel op de bcenen, J1amen even zoo snel hunnc roeren op en waren ehietvaardig, eer nog een woord ge prolen wa . 11 Kerel!" riep Piet, 11 waarom hebt gij gc 'choten ? -, Lagehenc1 keerde de Hottcntot zich om, en verhaalde, wat hij bijgewoond en vcrrigt had. 11 Dat was braaf, CUIJido ," zei Piet, 1/ lUaar 't zou nog beter geweest zijn nIs je diml homl van een Bo chje man doodgesehotcn had, ccr zijn" I'briftigdc pijl de arlUe vrOU\\ kon trell'on:' - 2~ - Cupido, zoo heette de Hottentot, z ide, d3t alles h m eigenlijk te vlug was gcgaan. lIij had l1aau wclijks de vrouw gezien of zij was reed, ncdcrge7.onkell; ombt zij dcn 13oschjesll1an vroeger hall moeten zien dan 11 ij. 11 JJoop nu heen," riep oom Klml , 1/ en red het arme worll1pje, eer het door de wilde bee 'ten wordt opgcg teil." Cupido zette zijn ge re r tegen ell boom, liep heen cn bragt weldra en allcrlief,t klein all'crmei~c, dat 113fluwelijk zes \\' keIl ouil kon zijn en thans vrees clijk schreide, Piet 11 nüas aanschouwden het Hnd met deelnemende blikk 11. 11 • laar ·t i . toclt ne ramlMnlige bezoeking, zoo'n klein ding;' zei l)ict. I/,rat zull'u wij cr met1 beginnenP" 11 Gij heht gelijk," zeI llmt ' THldenkend. I/\\"eet je wat, Pi t, als wij het een met Cupido nan Kaatje Jlaar lle tenten zonden, dan zal ZIJ wel wetcn, \lat haar t· doen taat. Wij weten toch "all zulke hislori es niet af! " "K1ll1P gesproken! " ant, 'oordde 'Piet, CIl terwijl hij het kind in Cupido's armen lc;:> 0 O'eleO'erd waren, en J ufvrou IV Kaatj e legde d arme wees vol moederlijk erbarmen nan -t haren Jan aan de borst. Zoo groeide het kind op en wij zageu het weeler als eene bloeij cm1e maagel jn het hui van Baa Piet. Maar ho ~ kwam d Amako a-vrouw in dit oord, waar de boeren op wild uitgingen, zoo alleen en vcr \,;\1 de kraal van haar I 'olk? Zoo ver men ue volken vau Afrika keilt, heer~ch L er geen twij~ 1, uat de Kaffcrs tot de meet ontlrikkelde illboorlinrren \;au Afrih behoor('n, zoo zij al niet iu dit o opzigt den hoogsten trap bekleeilen. De Kafrer is verstandig en voorzigtig; behendig en Imv berekent hij wat llij doen zal. Wanneer c n OPIJerhoofd hier of daar Jlaamvkeurig kennis wil 11 111('11 van elen toestanu in de kolonie of omtrent eenig voorval van ge\\igt \Iil ingelicht zijn, dan z nut hij nimmer eCIl mun ab v rspiec1er uit, waut hij vreest, dut men in dit gcval gemakkelijk het doel zijner komst radcu zou; hij zendt cene vrouw J1 wel ue ,choon te n behendig te, \ ert:mdigste Il meest onb, ikkeltle vrouw van den g('hccl'J1 stam, de vrouw, die uit de ovrrgrootc menigtc van voorwend el , die haur ten dienste {aun om den blank te bedriegen, j ui ·t dat kiezcll zal, 't welk haar Let do 1matig t en in betrekking tot haar zehe het gdoofwnardigst schijnt. 7.00 w et zij zi h zond r erg of li~t in de hingen d.. r bl:\IIkrn te b w geu, Z 0 ollschultli .. , d.t, -------- - llot)- ,rie de l1uudelwijze der KnIl·crs ui t kent, vnn de honderd keer 11 negen eu negentig maal bedrogen wordt, en zij haar doel zoo zeker bereikt ab de slimste vcr pieuer. Zij ver awijnt d:m gelijk zij gekomen is, cn de uitkomst toont, met w Ikell diepen blik zij onuen:ocllt en be pied beeft, wat haar tot hare komst aanJeidillg gaf. Randili heette bet jonge opperhoofu uer Amako aKuilers. Tot hem was het berihrt doorgedrongen: ~ie, de baloengo's (blanken) zijn hi er hcen gekomen in de w ilandell der GI'iguas, om het land te onderzoeken cn te behouden. lIoe spoetiig zal het ge ·ehietien, dat zij kom 'n cu in dez~ grasrijke treken ·cellc woon plaats kiezen n zieh uitbreiden in h t land aan gen zi.ide ucr berg 11 j dan zullen zij de weilauden \UIl Kar1" rland bÎlmenI'ukkell en u \crdringcn gelijk zij tic Holtrlllotlcn uit hun laml ycrdrongcn hebben, Het i· cen hehzuchtig gesheht, die bI ckl' gezigtcn; leugen en bedrog zijn op llUune lippen en boosheid is in hunn harten. n,larom, wee op uwe hoc<1e, andili, gij jeu3t1ig opperhoofd der Amako a's; uw grbi d grenst het naast aau dat, Ilaar de Abaloengo' hU1Ine rijke kuuucn drcJll'cn, Olllllat in de 'lalt!' slecht. blik"cm en donucr nu dcn h meI komt, lUaar geen Tegen. 'Yee op mre hoede, 111ldili, dat zij niet m\"e Jlaburen en \utlcrrcr woruen! Dezc boothehul) wos door een hoog bejaard 0Pl,erhoofd nau S.uHll1i g('zollth:u, ClIl oppul'hooftl, dut al de ollrcgt- - 2G- vaardigheden nog ni t vergeten was, waaraan de blankell zich in den loop del' tijden haclucn ~chuldig gemaakt, sedert de eersten hunllcr den bodcm van dit land b treden en in bezit gemomen h:üldcll, en dat de overlcyeringen zijner vaderen bewaarde, die oplJorumell tot den t ijd, toen de lIollalldel" \-001' het cel' t in het land der Hottentotten waren doorg drongen en dit volk door br:l1ldewijn eu allerlei middelen aan zich di n tbnar g maakt, en bedorven haddell. SanJili, uie tot nog toe alleen met de Do eitje mannen had te doen gehad, schrikte zeer van dit bengt; want hij wi:st slechts bij een oppervlakkig gcruellt, dat de Abaloengo's hunne weidegronden JlaUf het Gl'igual:mu lladdcn overgebragt , omdat zij iu hUil eigen gebü!d gecll voeder meer hadden voor hun \ ec. Peinzend trad het jonge opperhoofd zijne hui binIJ Jl en sprak tot oeta, zijne vrouw, die juist haar kind, de vreugde van anuili, aan hare bor:st gelegd h:ltl, oyer de bood chap van het grijze opperhoofd, en llr'OP'; haar op, om met het aan breken VUil den volg naen dag naur het Grigualnnu te gll!lll til einde te n :rncrncn, \Int cr VU il de komst van die blauken, die Ahalo(·ngo·s te duchten \las, ('n of hpt werkelijk hUil plan \HIS, :r.ich daar t 0 Yc~ligell. Zwijgcnd behoorzaamde oela harelI bemind II gauc, hoewel n 50mb'r voorg('vocl haal' inwendi" lked . icl- 27 deren , lliet zoo zeer voor de Abaloengo's al wel voor dcn gloeijclluen !taal, der schmknehtige BoseltjcsmanneJl , die toch zoo kort geleden nog dool' do attagaaijen cl '1' Amakosa's 7.00 bloedig warelt getci ter el en g tuehtigd voor hunne verllletele vceclicl'crijcn. ~ ij durfUe edlter niet tegen te spreken cu brgoll haren togt; maar nog ni t vcr van andilïs gebied veJ'\\'ij dord, werd zij door den ycrgi fligdell IJijl d('s 13o:schje.:mulls g lrofl'cll ClI llOt vcrdere i:s on bekend. Door tusscllenJ-omsi \':Ill IIoUenloitrn en Grigua" yernamen de J-afl'cJ's weldra het betigt, uat de kogel van 'cn yuurroer den Bosehjesmah had getrofl'cn, loclI hij den pijl in Soda'.' hart gescholell cu tcvellS, zoo voegde het lJruatje cr bij, het ki nd getroffen 1rad , dat dcn VI'CC -"clijken dood del' vergiftiging gesion'en wa!:'. Ook Sandili kwam dit yrrhaal tcr 001'011, ell lung 7.ee1 lallg treurde hij om oeta en d kleine _-oha die hij 7.00 trelltr had lief g had, en hij zwoer bloedige wraalmln iederen l~osehjc man, waar !tij ilien ook vinden VoOlt. Zij n volk d clde met hem dien ingrkallk rden haat tegen het SC)llukachti"e gebroed, en de Bo~e11jesmannen troklen terug, vcr vun de grenzen der ~m3kosa" (>1\ digt('!· hij dl' kge'rplnats van du hlun"kell, waal' I.ij hUlllle 11 'imelijko l'ooYCrijtll \ ool'tzetten, en illlm<.:l' nrmcleler \1' nkn, tot ook hier (;Clle gcdl1chte~ Jleclerbag hun deel 'Ieru en hen wcdu'om dit;lJcr in IJ ,t bergl:nllil 'rllg drt f. Vaal' "ondelt - 7.1j m oe uitgestrekte jngtstreken voeu 'el genoeg voor eelle vraatzucht, uie dit jammerlijh, boosaardige , diefachtige yolk bijna tot een trap van ru \\"0 en grove diedijkhl"id verlaagt. Do uitmUlltonue raad vau oom Klaas had aan de boeren duizenden van funderen u sehal)en gespaard, die flllders ongetwijfeld allen eene prooi vau uen hOllgcrdood zouden geworden zijn. 'Toen eiudelijk ue dorre zandwoestijnen door deu regen weuer in groenende weiuen W rden herschapen, en Klaarfont in Ireder lH'lder als 1.ri~tnl opborrelde, eu de bOOl llNI om Klaarfonteiu ,,'ol1r uitliepen en groenden en de Loer met gerustheid 'en uieu v gewas aan den voelltigen grOllu kOll to I'erlronwen, tOCll keeruen de boeren weder tot de woonplaatsen hulltH:r vaueren, n Piet en Kaatj e met dell eloor alle boeren hoo·,· • 0 geloofden oom rluas naar Klaarfonlein, gel'olg<1 door hunne vette kudden en de geredele knh-eren on lammetjes. Aardig en H'rtrouwelijk h chtte zieh IlCt jOJl;o YaO'e1'mei ~ e , dat l-ehts enigc maandcn jonger scheen uan Jan, aan de b \'lillige mo dcr en met waarachtige, \'fom' christelijke li efde bood zij het de lcvomlmakcnde uron der moederlijke bor t, w ier onuitspreKelijke rijkdom zelf::; niet door d n kraehtigen kuaap kon n:rmindl'ru worucll. De kinderen lagen in ééllc 1\Ït'g bij c\ktmr ell zclf:s l)ict l):ld bijzonder "cel schik in het kleine rooilbl'uÎJH' din" ;!!J -- dat hem mot zijne verstandige ooge11 zoo helder aanzag en zoo innemcnd kon toelagchcll. Tu den beginnc dachten zij, elat de bloedverwanten van het kind het zouden terug cisehen, cn al \\'a baas l>iet ook ocn boer, die in het kinu eeTlC toekom tige kracht berekende, welke hem nu ttig I'on zijn ill uen arbeid, zoo was 1ij toch ycel te braaf lan iubo1"t, om het kind in 7.ulk geval, eun oogcnbli1.. langor bij zieh te houde!l, hoc smartelijk h 'In en Kaatje de scheiding ok zou g vallen zijn van het kinu, dat zij iu dien kort -n tijd hadd n lief gekregen. Zij ",i . len eehter niets ,'an het ' opgesmukte yerhaal, dat tot ,llndili's ooren \Ias uoo1'gedrollgcn. Had dezu ook sleehts in hot min 't I,u1Illen v nnoeden , dat zi.inc 1 r olla 110'; le(;ftle en in handelI V!lll de geh:latte .\balocngo' was, hij zou zijil " olk IlCbbclI opgo1'o 'pen om den kostbaren 'ehnt , gocllschi],,~ of met den \'crniclcJIlII'I1 aUa"aai te TU" te cisehcn. ~oo i d:m het killU bij .Piet o 0 en raatje bon:ll hopen 1'11 dl'l1J-ell geblcVl'll, ca ;~ij ,"Ol·aden het. op ab hUil eigeJl kintl ('11 bc~chOll\l'dell het als z00danig, e1\ .Jan ~'r()('itle met h3:11' op, te,t eindelijk dl! dn.; \all dcn hoili,}'11 doo I uallIJr:!l , to 11 Ik DOlllili': uit de r.ta lall dl' hfJCl"lll lil !lmllle al'JI·h-gule 'nllillg'I'1I I. (,mI t 0111 hlill ::1 I(,t.!' tu !'lcrhll ,'n hlln dl' 11 'ilic(' ". ('1". 111 IIt ,I ti' I (lil'.1 11. Il i Ld (l (lOj l'n \\("nl h ut ti 11 1It. m I •• rin dl',!,'1 1.1 • ·30 - lIaar zij dcz 11 I'ceds van Juf rouw Kaatje ollLmngeJl had; men )lOemcle haar ehler ui ,t 11ar;a, maar met cue cel geliefde verkortiug Mietje, cu :.\fietje was cl, JievcJiug der geheclc boerenfamilie, zelfs vau oom j laas, die anders niet veel met kinderen op ]lad, en vau al cle dienstbaren ell laven. Slaven? vragen \I'elligt velen van mijne lieve !e;(er '. Hebben dan de ElIgclsehcn niet alle Javell vrijgemaakt? Gellis! Ook Daas 'Piet had, gehoorzaam aan de w t, \,·1 is waar Hl t ou\'erdc1rrbarrll haat t 0 d"ll ..,. II ' o J::lIgelsehmall in het hart, zijne ~laven bijeellrcrzamcld eu hUll met dof "rom mende stem verkondigd, dat zij vrij waren en gam kond n waarh ell zij wijden. Hij mogt echt 'r de oll\'el'wachte bijzondere voluo 'Jling maken, dat slechts eniel 'u hunner van de vrijheid gebruik maakten, lIamclijk ecu paar 130 'ehjesmallnen, die weg ns hunne schurkerijen meermalen deu sjambok of zwcep van )'hil1ocero huid zoo lladru],kclijk gevoeld hadU:ll, uat ue herinlleriu:;, daaraall zelf' in ]Ull ilO 'tompe ZIel wa' bl ij \'cn zittcn, zonder echter ids tot hUIlllC bet 'rschap bij te drn:;en, beucrC'1l C 'nig-c luije Hottentott 11, trrwijl de overigen allen Da. g Piel, cu Jllfvrouw l\:aafje !le haudcn kutlO en hun baucn, om toch \'001' heil altijd zulke rri nddijl:UCht het juk "an l3aa Piet voor Zljll volkje wa'. Spoedig genoeg echter kwamen dc wcggcloopen Uoseh.ie~ll1anllell en Hottentottcn terug, uitgehongerd ell mo de van het rOlldloopen, maar teYCII ' van den haruen arbeid, die zij bij and\!rc boeren voor en karig Joon hadJ 'n moeten \errigten, en nu verlaJlgd u zij hunne oude plaats wc~l' te vervullen. :.\I~ar :lij hauJen zich in 'Piet van Dmmen \ crgi -t. Hij hief cl II stok van rhinoceroshuid omhoog CII zeide in ziedend n toon: 1/ Pak u weg an mij, gij ondankbare dngdicrcll, ell probeert het niet meer onder mijn oog of in mijne halen te komen, of ik zal den slaf z\\'anijcn. \ree u (Cll hierbij zwaaide hij andermaal zijn stok); dan zal ik mijne honuen op u mmhitscn, opd, t Zlj u ycrsehcurell. \\ l'g, uit mijn oogen en van mijn CigcllUOJU!' En zij ~lopcn heell ell Jiemanu zag ze meer. .,. ict op een tijd,tip hebn:lk \\ij on.' thulls '·oor.-:tell( 11, wHIc!' te bv,!'hrijn·ll. )Je I';ngl'bchl~ l'l'gel'ing in de K:l~p~tad I,as dool' cl' JIulJaml clte illljezet ncn de: l31H1>- gehaat, I:oo\\el om de ahhalling der slarl'lnij, die liLt land met lnij(' gCI'onrlijkc l!ns-l1iercll rnltll' C11 de bOl'ft'Tl tot armol c hrngt, als eoor IJl tdlillgl'll CII \\1'( kn , C h· \ uur (kn to ·,t 1J/.l tIer ku- lonie schadelijk en onpa, end waren. Maal' nu had zij zich daarenboven door de \\'cd!'1'l' gtclijke in hrzitnClnillg van ell ui tgesirckt grondgcbiec1 llen haat "an het talrijke Cll Illagtigc volk der Kaf!'!'!", op dcn hal' gehaald. Do gemoederen \ral'cn gc"paJlncu cn de mogelijk!1 id was gegeven, dat cr C(;II oorlog met de r alIcl" zon uilbrchn, dic tOl'en' een oorlog \'all de oorspronkelijke bewoner te;;clI de blanke indringer:; \\'ordell kon. De boeren zagell het oll!:eil nadel'!'lI, en als bcdl'oel'Cllc1e yoorboden dedcn zieh reeds nu en dan l'oO\crijell op de kuIlden I'oor. Ui.! nl,!;emccne . temming was gedrukt cn .olllbcr, \'ooral ouder de boeren Ïtl den omtrek van Klaarfolltcin, hoewel het nog ui t 7.eker \\a:, of diefachtige Doschjc;;munllln dan lId \'i.)'mdigc r al'(:1'3 hiel' de l'OOl'crs warell. Om 'treeks dezcn tijd gebl'Ul'de het, uat tT ufvrouw Kaatje ue kamer uitk\;'am, waar hnar gemaal nog in hllg uitgehaalde Kc·cH.!. nkrn, clie men hij 011 .norkcll noemt, lIet bewijs Inwde, JIOC :1,Oet JlI'JIl de 1Il0rgellslaap maakte; hoewel het krieken van den dng voorbij \ a. , ell de 7.on reeds hoo:; ,tond. Zi.i wilSt al vall te vorcn, cn hoorde trouwens 0(,1, dnt hct ferme 1,aff'':l'kind, h t aardige Mietje l'(~ctl lallg 11\ de kcuken bezig I\'a' (,Il zclrc de Juijc lfottcntotsclle meiden wakker had gemankt. Schommelend CH langzaam be\\'oog 7ij -:31 - zich naar de keukcndeur cn riep: ,,)Iijn stoofje I" Oogenblikkelijk zlI'ecfJc Mietjès bevallige gedaante de kamer hiulIen, groette m t iuuige liefde lle moed rlijke Jufvrouw , zette ha01' stoofje op den grom! en kniclJe neder, om baar 7-egell ie 011 tvallgcll, Deze kinderlijk vrome hulde Yall het meisje Ij tIJooit na, J, t hart der goede moeder te Lrell' u. Zij hukte l1ictjc hartelijk aau haar hart, kuste haal' op JlCt voorhoofd, cn legde zegenend hare hand op de donkere glanzige lokken, En uit Uietjes scJlOollcn moud lietcn zich wederom de woordeJl J1Oore1l: "II t theewat r is klaar I" "Wacht no ó eCII oogellblik, liefküld," zcidec1eJikke vrouw j 11 Baas is nog niet wakker. lIebt gij de melk al Jlezorg<1 p" "Ja," zcüle 1I1ietjc, "Ik ben al in dcn tuin óe\\'e st om de gr/Jenten t· lJegidcll," "Wat zijt gc tlJch "Jijti:;!" zei Jufvrouw raatje, cu terwijl zij de lederelI bl'O Ic \'all lranr ZO'lJl 113111 om de nfge c1,eurdc k1100pell Ol lmllllC lIla at tc 11 l' tdJm, ijlde JlcL bruille wei J , vlug al c1c \\ ÏJld, O\'CI' de lJinncn plants nanr dcn tuin, "'aar nog alla re zaken voor 11:\ar ie doen \;'ar 11, Zij had eve1l\1cl lli taan Jufvrouw Kaatje gezegd, dat cr Jlog iCIllaJ1d :ll1uers in den tuin was, die haar had gcholp(~Il, en thans 11 u 7,ij hcm moc t verlaten, zich op cen stecn 11 bank had 11Crl'gczct, die hij uit mo~, aarde cu steeuen had 0llgebouwd, en daar zijllc rookwolken in de h ldere warme lucht omlloog blics; zij haeI (Jok niet gezegd, dut zij Lcm daal' weêr hoopte te vinue11, lIet was Jan, wiens hart, zich dool' de veelgeliefde zoogzuster wl\veêrstaun baar VlOeIde aangetrokken, 1'oe1l zij terug kwam cn hem wilde voorbij sneUen , vatte h(i het meisje hÜ de lieve kleine halld, Dlozeud zag zij llem aan, doch iu hare IJlikkeu lag eeue uitdrukking vau ougevcinsuc JHlrtclijkheitl. 11 Laat mij lus J au," zeide zij, // ik wilde het uijellyelJ wi clcu:' Maar ltij trol llllar tot zich op uc hank nede!'. .J: raaulrelijlts echter was zij g 'zeten , of met en gill Hden kreet sprollg zij p. // Wat selt1~clt u :Mietje," vroeg Jan vol ontzetting. Zij kali niet autl\'oordcn, l1laar wee naar Je plek, waur zij gezeten hau, ECHO vrce selijke geelslang, een d r vergiftig ten vuu het raapland , ontrolde zich met trillenden tong ell kronkelcnd lijf, uit de los aaneeuge\'oe~de ~iukken der hauk cn toonde duidelijl hare1\ toow, DacJelijk raapte Jan ecn steen op, en smeet den kop van het ti1'u \Y lijle ondier te pletteren, Toen wendde hij zich tot }[i tje, die bleek cn aan al hare leden sidderend, voor llem stond, 3 Jij - Zijt gij gebet n?" vroeg hij met angstigen haast. Zacht schr ijend lispelde het mei 'Je: 11 Ja." Jan nam haar in zijne armen eu droeg haar in huis. Cupido, de oude Hottentot, stoud tegen den ingang der plaats geleund, met den 0 ellhoorn in de hand, waarmede hij bij het wakker worden van den Un:lS, JlCt volk, :woals de boer al 7.ijne kleurlingen noemt, bij elkander blies. 1/ CU!JiJo!" riep J au, 11 gaauw, gaauw, den gifdoctor , :1\1ars!' Cupido zag Mietje, zijne lievclillg sedert hij haar bet leven gel' d hel, iJl de armen van Jan; hij z:Jg haur mcer en meer in en zinkeu , cn hij bleef gccu oog nblik in twijfel, aangaande hetgeen er met ~lietje gebeurd was. IIij vergat gehec1 de hem aangeborene traagheid die door dcu ouderdom nog vermeerderd was, ijlde naar de hut vall den .lramaqua, die ondt'r den naam van }fars bekend wa~, en joeg :iju 'brros of mantel van sehapeIl\'acht had uitgcspr -id, 11 rookte zijn pijpje, terwijl hij zijne voeten aan een hoolljC glimmende kolen warmde. Hij scheen lliet van zin' om op te staan, omdat hij Uupido niet juit begrepen had. Cupido echter llUm in radc\oozell angst zijne krachten te baat, pakte hem bij de been en en trok hClIlllaar bl.li11 :37 - ten. '1'oen ging de Jamaqua eilHlelijk mede, terwijl hij zijne smerige vuile roode wol1<'>11 muts digter over het gekroe ' ue zwarte haar trok. Eer ik met de geschiûdellis voortga, dien ik nu wcl mijlle lieve lezers met deze gifdoetoren van Afrika Jlader bckend te makell, 11 hun mede te è1eclen, wat vele uibtekendc en verirouwde mannen djrnaunga:mde hebben waargenomen. 't Is genoeg bekend, è1at God. aan vele men ellen zekere buitengewone 11 bewonderenS\Yanrdige krachten ell ga\'Cll h eft \'ed elld, waarvau zij, die ze bezitten dikwijls zelYe onbewust zijn, en ze niet een vermoed. hadden, tot zij ze door cene of andere aanleiding in zieh ontdekken. Tot deze krachten behoort ook vooral die magt, die vele m n eh n over de dieren hebben, en dic heil in staat telt, om zelf wilde dieren alleen door }lUllue blikkeIl te t mmen. lIet is bekend, dat cr in Egypte en 00]' in Azië menschell zijn, die over de nftichuwelijke en om haar gif zoo zeer g uee de slangell cen wonder volle magt bezitten. 'Wanneer zich in en gebouw eenelallg bevindt, voor wier nabijheiJ mell met regt bene ·d is, dan \\'ol'dt de slangen temmer gc]luald. Ilij 11eemt een klein lluitje, en begint ombcre , tlroef.;eestige wijzen te pelen of zingt ze ook w 1zonder zijn Jluitje te gebruiken. Weldro. komt de slang te voorsehi.ill. Zij zieL (lID zieh heen kruipt haren srhuil- - a,' hock uit cn nadert dcn slangen temmer , dic in het minst niet bevreesd voor ltaar is; somtijJs gaat zij voor hcm mct het bovenlijf over ind staan, somtijcl kruipt zij tegen ]lCm op. IIij vat haar aan, zOllCler tIat zij zich te weêr telt of bijt, cn Legeeft zich mct haar, waarh een hij wil. Hij breekt haar ook wcl de giftanden uit en rigt haar af om zijne bel'elcn te gchoorzamen, alsof zij IlCm uegrijpt; ja in Egypte zi t men menigmaal, hoc hij ze tot dan 'en wcct af tc rigtclI. lIoe vreemd clit moge luitlcll, het is nicttemiu ollbetwistbaar zcker. Zoo ziju er ook in Indiü slangclltemmers, die de vergiftig te slmjgcn met zich rondl'oeren om ze z kere kunstjes te laten verrigten. In het Kaapland zijn el' vele slangcn, wier beet spoedig, dikwijls binncn weinige minuten recds doodclijk wordt, vooral de geelslang, zoogenoemd wegens hare kleur, en de kleinere zwarte Cobra Capello of Cobra di Capello. Zij zijn zeer talrijk en kruipen gedurende de koude nachtcn van Afrika dikwijls in de b dden ja zelfs in de kIeedereIl dcr slapenden. J)e minste beweging die de slapell(l alsdan maakt , tergt het gcvo lige ell wraakzuchtige on ti icr, JlCt bijt, cn den volgenden morgen viudt men den mrllsch dood in zijn bed, zom1er dat mell zou weten, wnt d oorzaak van zijn dood gewcest wa , \ranneer me" lli I. de ver ehijn elen der YC1'giftiging kende cu de dikwijl onmerkbaar kleine wond ontdekte, tcwecggebrngt door de giftanden dcr afsehuwclijke slang, die re a lang de lllaats verMen heeft, wnar zij d 1\ lllOord volhrngt. '[aar ook in dit lallfl onturc -kt !tet on Ier de inhoorlingen geen zins nnn dcwlkcn, die el'cn nIs hunlle all1btbroetler in Egypte cn Azii: cen geh imzinnigc ruagt over deze diercII beziL1en CII ond r dell naam van slangentelllmcrs of langcnbcz\\'eel'dcrs in lIet land bekcnd taan cn iJl geval vall nood g llaald lI'orc1cll. lIcl. zonderling t zijn el' 1\ wcl dc gifdodoreIl. I s er iemn11Cl door cene lang geheten , dan gen zcu zij hem tdk 11 lllaal, al hem rle elood 110g nieL geheel ell al overw 1digd heeft. De wijze waarop, en til: l11Îlldclen, waarmede zij dit "olhrcngcn zijn het zonderling t en wonderbaarlijkst van alle. Zoov"cl i , ten min 'te 7.ckcr, (lat reeds de levcnde langen voor hen bt;vree d zijn, h 'll ZOC"kCII te onLvlugtcn Cll ]taar afkeer jegen IlCn, op al1el'lci wijzen, voeral door een aug iió gekroukeI te keuJ1 n g vcn. Het sellijnt hunlle uitwa ' ming, hun zweet tc zijn, uat 11 t vergif van zijne werking berooft, en "unrvan het dier zulk reil 0111' rwinnelijkcll afkerr heft. Onuer de slavcn I'an J3nas l)ieL vun Daanen wa de tot hct volk d r 'amnqu;!'s hehoorendc Hars als de knnp~tc gi flloclor wijl) en 7.ijd hchnrl ell beroemd. lIoc talrijker cl gecbl:llIgell zich om Kln:l1'fOlltein bel'OlIl1C'lI) de.· te meer gebeurde het ook, dut dieren en men CllCH door haar gebeten w relen. Tu zulkt> gC\'UIlf'll lill was ~o - Mars steeds bij ue lland . Alle n door zijne met zweet doortrokken roode wollell muts \'erdwencn ti vre 'l;clijkn pijnen en vergiftiging 'ver 'ehijusclen, omtijds zeer ~l)oe­ dig, somtijds langzamcr, al lIa:ml1ate van dcn hraad vall vergifligillg of den tiju die r verloopen wa cr hij komen kOIl; maal' altijd met het b 'stc g volg. Daarom was hct ook Jan's e rte gedaehte ge wee t, hem zoo spoedig mogelijk te laten roqJcn. De liefde, die alle bewoners van Klaarfon!ein roor Mietje koesterden, had Cupido' ehrcdcll bed cugcl tl , eu eerst, tOCll de trnge _ rnmuqua hoorde, dni Mictj<' gebeteu was, ver nelde hij zij Il galig naar het \rooul! ui s, waaruit een luid gejammer hem in de oor n droug. '1'oen Jan het sidtlerrnde bijna reeds bewlt tdoozc meisje op 7.ijne armen uit den tuin in hui!; droeg, vloog Jufvrouw Kaatje met e 'll aJl3 tkreet van hare zitplaab op, want het doodclijke aanzien van het meisje, ue ui tdrukking \'Un aug t op Jau's gelaat, cu zijn llliu hc\· 1 aan Cupido om M. r te llaleu, gaven ha r de: over!uig-ing, dat het mcibje door ccnc vergiftige ~lallg g bel en wa:. Jan uroeg haar, zond 'r een \Toord te kUUlll'U t'llreken, door het woonvertrek 113ar harc sI. apkamcr, WCJk0 lIlla t die van Jufvrouw l'aatje lug, 11 legde hoar zacht, op het bed, dat haar dezen llUeht lIog tot ru~t gediend had en r us \r r geheel jJl ordc en netje' opgemaakt wa~. 'l'oc:n knield 11 ij voor la;t bld nedl'l', zll" 11'\:1. - ,1 ·1 lDet onuitsprekelijke liefde en allg t in het trakke, tloire oog, hield hare bC\'\!IIdc h:lIIu iu de zijne en bad nu eens hevig ontroerd om Gods grlladig hulp, dan wcd '1' l'iep hij haal' IlUfUU, dnu wcder dien van ~Iars tlen ITamaqua. Het gansche hui,gezin was bijeengeloopen. Oom Klaa stond in bange rel'!wijfcling naast zijne zu 'ter , die m t gevouwen handen ~tonu te bidden, t rwijl ecu troom vau trancn haar over tle wallgcll rolde. ,,-eellend 810udCII de zwarte meiueJl n h1er hen, en Dans Piet kwam UOOl' heL l'UOlOCr g'wek1, naaU\\clijks half gekleeu t e:mellell. Allen g voelden hun hulpeloo~en ioe"tanu, . 111lIjlcloo', omdat zij bij ondervinding wi ten, hoc uooJelijk ltet \. rgif i , CII daarom riepen zij iu het gebed den lle{'re a:m, die uit tlcn dood J'CdtlCll kon, en zagen illIJl iddcl "crlallgend uit lInar )131' '. Ycrschrikkelijker Cil \'cr~chrikk.elijkcr toonde zich de "cl'kiug van JlCt \'Crgif. Mietje lag verstijfd ell als lcvellioos ncuer. Haar wijd gropelld oog wa ' WIJder do min te uitdrukking rn b \\'céng. IInJ'c kleur waR al , die de tlood~. llaar adelll w 'rtl afgebroken; graauwgroello dekken, .h.\\amcil op Jtnre hllid te voor:.chijll en vcrli('pen weldra tot looûklcurigc sirellcJl, terwijl het kOllue dootl~~\\cet haal' ligchaam b dekte el1 de heup, waarin haar de lang 1;;ebelcll had, allelIg nce~ 'dijk hegon p te zwellen, --- .- - J·2 - 11 Mars! Mars I" riep Jan in dood angst uit, 1/ 'mar blijft hU? Zij sterft!" Op dit oogenblik stormde de Tamaquil binnen. Een ellkele blik op het meisje wa gcnoeg, om hem van het gevaar te overtuigen. 11 1 bragt hij zijne vlakke halld in de ok~elholte onder d 11 arm, wreef danr die llalld eenige malen krachlig heen ell werler en hield haar daarna het meisje onder deu neu. Oogcnblikkelijk hegon l1a[1f ligchaam te heven, en hl)e IJl er hij dit ]1erllaalde, hoe meer dai beven in hevigheid tr>Cllnm. ol Ju Dam hij zijne van zweet doortrokkene mut , bevochtigde die met water en perste llCi vuile vocht in een klein napje; daarna. herhaalde hij zijn ecr te ]\andeling zoo lang, tnt het meisjç zieh kramll3ehtig oprigtte, en goot haar toen het voeht in dt'lI bewu ·tcloo geopenden mond. I! ",ree gCl'U t, Janbaas ," z ide hij toen, 11 zij zal niet sterven:' Maar Jan hOl)rdo deze tron trede niet. Va ter hielcl hij de wcrbare ]JaJHl in de zijne ell staarde op het krampachtig vertrokkene gelaat. De rTamaqua, die b uartrCl vuor het bed stond, om de w rking \'an zijl! walgelijk maar immer onfeilbaar milldel gade te .la311, had Ollllertu schen volkomen grlijk. net mei,je was indcdnac1 \'rl'! kalmer; hare adcmhalinJ werd geregel.1er <'0 het koude doo I~zweci "0['(1\, ren. De ij 'koude handen werden weder warm. De uitdrukkinS van haar gelaat nam we())' de vorige natuurlijkheid aan, en hanr oog toncl held reler. Zij zonk op het bedkussen neder n langzamerhaJld viel zij iu diepen slaap. Ook de vrees clijke vlekken op de huid verdwenen. De famaqun glimlachte te reden. 1/ ~ij sterft niet, .Tallbna ," zeide hij met de groot te zelfvoldoening. 1/ Laat ze nu ru -ten." lIij gebood allen cle kamer te verlaten. Alleen Jan verliet haar niet. Hij lag nog voor haar op de knieën. De gehecle hui elijke orde, de oude erwaardige yoorvaderlijke zec1 n war n uoor dit ,ehrikwekkende voorval geschonden , ell een man als Daas Piet kon dit illoeijcli.i k verdragen. Uupido hlie voor heden ma:n' eens niet op zijn os enhaam, want al het volk was ged eltclijk in de kam r, en stond gedeeltelijk in het portaal met de hoofden bijeen. De Baa ging voor de tafel ta:lIl en alle mutsen vlogen van de hoofden, all ril chaarden zich in een hal ven kring. lIij Ham den kosibarelL Bijbel van de pl:mk, -loeg den !Jl P 'al m op cu la dien m teen diep geroerd gemoed hardop voor, want ook zijn hart was vol vau dankbaarheid voor lUi tj s reclding. '1'0 u hij In t bevende ,tem dcu Palm gelezen had, vouwde hij de ]tandCIl n sprak een g 'beel uit, waarin zijne zi 1 ûch uil torU in hulde aan dril Heer, die hUil 8mcckCll had verhoord. lIet wa auder' altijd cello heilige g - .1.. woon te, dat cr een Psalm gezongen werd, doch thalls maakte hij op dit punt eene uitzondering, om den verkwikkenden laap van het meisje niet te slorcn. lIet volk verwijderde zich. "Mar ," riep hij tot den Namaqua j "van nu aan zult gij bij mij in mijn lmis wonen en \'all mijne tafel eten." De Namaqua sloeg de handen krui eling o\'cr zijne bol' t en 7.eide: ,,13aa ij zijt een goede Daa ! :Mar dankt TI:' De lIottentotschc meiden bragten nu den zingenden theeketel biunen bcne\'ens het vleesch, uat Mietjes hand had klnar gcmaakt, n Jufvrouw Kaatje moc~t zich uen :marcn al'b iel vall het in~chenkcll gctroo:slcn, dut )[ietje anders f,ewoon was le uoen, en 11:1ar thans mcnige zucht afper tc, ,rertl cr op anucl'e tijden onder het "'cg wigtige \Ierk van eicll en urinken al niet vcel l) ~ prokcn, lh:lll hect'chtc cr eenc doouelij ke Wtc. Duizeud g uachtcll ging n de aanwezigen door het hoofd en dc afwezigheid ran Jan droeg uiet wcinig unnrtoe bij. 10en de maaltijd geëindigd \ra', yerlieten PieL I'Il oom Klaa het hui cn begaven zich Jlaar de kralen. Daar w rt! h t ,. e g teld en door de z\\ art eH iu de weide gedreven. Daarna gingen Bna Piet en oom Klaa in den tnin, wanr zij de DOg stniptrekkende gcebJ:lJlg \'ondeJl 11 door Mars lieten verwijderen. Bciden stonden voor de bank en bliezen dikke rookwolken uit hUlllle pijpen. 'fen laat te nam Pi t de zijne cell oogcnblik uit den mond. I! D, t leclijke beest I" zeide hij langzaam cn slak oogcnblikkelijk cl pijp \\'el~l' iJl dil mond. 11 Dat lcelijkc bec t!' llcl'haalde oom 1\.1:1 as. 11 )'lietjo moet hier zeker gezden hebben, \Innt daar j ' het gat , waaruit de slaud' gekome11 i~." 11 ~oo i het;' hernam Klaas, '11 beiden "111 N'en danrol> ::> " in huis en 7.cttcn zich in hnnne leunill"sloclcn le·relell " '::> het ene been over het aJldl!l'c Cll rookte u Z\lij;;Clld voort, terwijl zij llUunc gedachten den vrij en loop Ii >ten. '1'ocn de manuen naar de kralen gerra:lll \I'arell ' :braO't ::> :> Jufrl'ouw Kaatje weder eUll bezo r~k in . [i etjc~ kr mor. ])e lij(h're sliep nu ru~tig cn CClI zacht Z\\'('ct bedckte hare poezelige huid. raatje leJrle lwre ll:md op Jan'::; ~choudcr en iludcrde hem iu, dat de thee op hcm '(ond te wachteu. Zacht en \'l'icndcliJk 7.:l~ hij de moeder aun en 'chudde even heL hoofd. Toen ?:\re"g zij, olll!lat zij hem begr cp 11 ging zwijd'end w(·êr aan haar \lerk; maar toch had zij voor zich zehe geen l'U ~t. Geheel teg n hare ge\\'Gonie kwam zij " ldra terug, luistl'l'dü Jlaar de ademhaling yan het mei.je en lniktc den geliefden zoon glimlngclwlJd toe, al~of zij rcggl'Jl \Iildt,· :t.ij i ' g"l'cll J(j- Jan vouwde de handen voor zijne borst cn zag dankbaar omhoog. want van daar wa ~r hulp gekomen. ])0 moeder zag den glans van verrukking op zijn g ,laat cu sloCJg een diepen blik in zijn hart. Zij zuchtte tliep cu ging toen \VeJcr Haar hare plaat aan het venst r. Op t1it oogenhlik traden Piet ClI Klans binncn. Zij knikte 11l'1l glimlagehcud toe eu mei gwo(e voldoening yenwmC zij het blijdc berigt uii dien t;limlach. lI Vooridmcnu heer 'elite het diep ,tc stilzwijgen , uat slecht periouisch weru afgebr ken door het 'igenaardige klluppcmle geluid, waarmede beide lUunll n in behagelijkc blm.c llUlill rookwolken bliezen. Zoo \reru Let van lieverl Je middag. ])c cene pijp vó6r , ue nudcl"c pijp ]la wa ' a,m:; ' tok II en ;;CCIl enkel \\"Oord wa' nog o\'cr LUllllC lip] 11 óekumell. Eindcl!jk "cmalllcn zij Sedruisch in de kam cr van a lijdcl'cs. Zij was \lakker ell Jan boog zich over haar. 1/ Uue gaat lIet?" vroc.; hij. MeL eene niLurukking van trcuere liefdc druk.c zij hem oe l1a 11u cu z idc fiuUerellu: /I het önai ti0e(l, maar ik heli zeel" moeLIe cu t1orti~." u \ loog J Ul\ Haar bui ~c'\. Zijn Gelaat zag bleek ols \'an eell lijk, maal' zijue oogcn gliustcrdeu , :\11 Heugde. "lIoc lS het ?.. vroeg de moeder. - j·7 - "lIet gaat goed," zeiile hij, 1/ maar zij wil orink n." Hierop nam hi.i ei!n glas en ijlde na ar de bron. '['hallS gingen allen tot Jtaar eu druktcn hare zwakke hand. l llar spreken kOIl \lij nog- niet. Jan kwam ru e~ 1 1C~ lleerlijke water tcru ó ' n toen zij getlronk Il lwd, liet zij ecn dankbareIl bIj k up lr 'JU rusten. O"k <1e Nalllaqua l,\\ am \I eocr billll '11 , :;liOllachte t vredcn en zeitIc : Laat lranr oriukcll eu dan rusten. ]Jangzamcrhand k cron hare kracht II terug, wount zij t "cu 0<'11 avont! weêt' up cen sLuel kou zilt ll. fiemuml echter yocldc haal' gCl1li' wo ZL'er als Jufrrou w Kaatje, die llU zelve het l euk > llwerk moe t verrigtcn, ua~ zij ~caert jal' '1\ IIjc~ geclaall had ell menige ~ucl i ont~Jlapte haar over clie buitclIgell nne iu~panlling. Olltlcrtus~chell scheell 0 dag-, uic recd ' zoo v I druk.c gcciC\'C'u had, niet zunder uieu',lc ~ehc urtenis 'en te zullen voorui.igaan; want Iwau\\ 'l ijk· wa' de zon glocijend eli rood tot den we -tciijkt'1l horizont gcnaderd, ur Uullido ixatl billllen riep: /I ::llnou !" Dit woord gal C(,IIl-lap ' Cl'JW al;Cll1eClli! op ' chuc1dillg. Jufrruu w Kaalje liet c1e g"O\(' ]l3a1tl vallen, waarll1cu zij 1):18 !log vl;jtiij bezig oe" re~t \\:1 1l1n eeltigo scheuren iJl 1, 'L bui van Jan digt te lIaaijell. Pid liei zijn mes zillken, waarmede l1ij een stuk :Jliu..o_ahout aau 1.1cillc ,plintertjc$ ge JI den lml, cne - j.' bezigheid, die !tem reeds eenige uren had vermaakt, zonder de pijp daarom een oogel1 l lik meer rust tc gUllnou clan tot ui tkloppe1l cn stoppen l100dig WUS, eu oom Klaas nam de pijp uit den mond Cl! zctte >lijn linkerbeen, dat tot nog toe Leed op de regter kuie gerut had en door zijue rcglerhanu va. tg houden wa ' , weder op cleu grolld. lIij keek l>iet aan en zeide: /I Eindelijk! Ju, die is lang uitgchle'vell." Jall deelde ('\'01l\le1 wcillig ju de7.c op chudc1ing. IIij zat naa t )lielje, hidd hare hand steed~ ill de zijIIc en "'1 clele hlilkcn met haar, dic ll1cer zcidclI dan dniz lIel woorden. Piet stond eindelijk op ging naar den hoofdiIlg:l1lg, en hoorcle daar heL piepende cu hak 'ndc geluid \'lm ,vielen die om droo;;c n~scn wenteldell Cll het gd:llnl der zweepen ClI het telk '1\' herhaalde holln! ho' elut. de uitgeputte 0 en voortdred, die lallgnalll ('cn grooten vrachtwagen \'oOJ'ttrokkeu en lallg~ de geb0l1l\ CI1 ,au Klaarfontein dell hooftlingnll3 JlUch:nl.11. Eerst moel ik eehler nan mijne lezers mctlcUld n, wat llCt woord fimolls hicr ;.:eg3en wil. De hmlc1 Lgeest zoelt CYClI al aan alle oorden der \rel' 'W, ooI" in het Kaal,lnntl zijnc bijzondere "('6(,n , die de Z<'llt'lI, geurllil'('11 ('Jl ldlol'ftCII des lUllds IH'rn "oorg('~clll'e"en IlCbbrn, eH lli hij door TUellsehclijkc bel' kelliu'" bel,(J1(lig w cl in 1(' slaall -4U - D boer, ontzaggelijk vcr van de Kaapstad verwijderd, in eellzame streken gevestigd n vall alle verkeel' met de buitcnwereld ver Lol "en , komt zeer zeI cl en , meestal lechts cens in zij n 1 ven in cleze stad en sedert dc Engel ehen daar gezag \'ocren, voelt hij zich niet bijzonuer gellcigd, om mei de gchautte vijnnucll Y311 zijne ra ' t, zijn geluk CIl zijne ten denheid in eenige de min te aalll'aking te lwmen. ~elden ziet hij en vreemdeling op zijne eenzame hOL tede; tenzij nu en clan een r~i;.:igcr, die "UII zijne ga hrijhcid gebruik maakt. of de yccllund laar, die zijne 0 sell komt koopen, of de ''"01koopel', die de opbrengst van zijnc chaapskudcle over11eell1t of - clc 8IllOUS, die mcL zijn wagen vers eh ijllt, om dool' een rijkelI orenloeu van koopwaren ill de behoeften der eenzamen Ü' voorzien. D smous is de reizende, gc 'lep<'lle , bedl'iegzuehlige koolJman, clie zich voor dure prijzIjn van allerlei ver~letene en beschadigde waren outdoct, cu dezc met radde tong al: het beste en 01lvcrslijle1ijkte goed tel' wereld weet aan tc llrijzcn. 1: og een ! Tn de enzame afgelegene woning vau den boel' dringt zclden cenig bcrigt door aangaandc dc geb urtenissen, die in de wijdc wcreld en bij de verwij id. "Bij de kuelden ," llCrnam Cupido. // Baas Jan is uitgered 11:' 11 poedig, Cupiuo ," riep } iet, /1 Heem ::'Ibrs elI de t rce huLrueidell met u Cll roep het ,"olk naar hui::;. Zij moeten de luuden aan zich 7.cl\·e1\ 0\ erlnteu CH 1Iaar huis komelI. Gaauw, CU!lido." 1)e Hottcntot num zijn os 'cnhooru cu ijlde weg. 11 Wat "ilt gij meI. het volk uoen P" \"Toeg KJaa 1/ Oom Kluas," untwoordJe })jet, die zich wcder herteld had ell tot ziine \"olle b~dunrdh id wa~ ü;rurme00 kccrd: 11 \Iij moeten all s wat waarde he .ft, in dCH flolld"\"ol'm J)(·1'(('(,I1: Jr·n-n.l iel(lp] '11, water rn J" 'ui(l ('n ~ G~ - lood. De lIottentotten en Mars schieten goed. Wij bezitten twaalf roeren, daarmede kuunen wij nog al \'mt uitrigten. Is de zaak zoo als gij zegt, clan moeten wij all n dezen nacht iu den Rondevol'!U bij elkander zijn. Gij weet, dat die KaO'ers als de bliksem daar zijn en de meeste vool'zigtighcid on niets baten z:ll, wanueer W1J m hui blijven . Mijne vaderen hebben het ondervonden van de Boschjesrnaunen, en die zijn lafhartig en geen KaITer. ,Vanneer zij komen, dan gebeurt h t niet bij het vallen van deu naeht, lUaar op den dag, want dan lapen wij het va t, denken zU. Ik k'u hunne li ten bij deu aanval; maar wij hebben Goddank HOg den tijJ om on zoo veel mogelijk Ol) het gevaar yoor te bereiden. Komt het niet te pa , des te b ter. Waar is Mietje?" 1/ Ik weet het niet ," zeide r aatje, maar zij stoud op om haar te roepen. 1IIie~je kwam uit den tuin; zij had al gedaan wat zij kou om de duidelijke poren van vergoten tranen \Y iS te \I is 'ehen j maar het was haar niet gelukt, u evenwel was ]Jare diepe neêdagtigheid zigthuar gC'noeg. Jufvrouw JOnalje zag haar vol ontroering aan: 1/ Weet gij al, kind, wat ons te wochlen taat?" vroeg zij, denkende, dat het meisje reeds met hel gevaar bekend \l"as. :MictJ' e sloe'" hare oo"'e11 neêr: de tranen roluen wcacr o 0 - (jaover lmre wangen en met eelle treurige tem antwoordde zij: " Ach, ik heb er toch geen chuld aau! Mijne ziel" 11 Wat zijt gij toch dwaa , kinJ, zeide J"an's moeder: wie 7.0U u toch beschuldigen van deu overval, die ons bove!l het hoofd hangt?' Ollthut -t zng nu ~[ietje op. 11 Waarover preekt gij, Tante?" vroeg zij. 11 Ik heb u niet regt begrcpen I" "Ja dat zie ik,' 7.eide de vrouw, "dat zie ik:" cu daarop vel']laalde zij llUar het trenrige nieuws. lIet ru i je sidderde. /I : ijn M od !" riep zij handenwringend uit: /I moet tint uwe belooning zijn, ornaat gij cen kind der mako a's aan uwe borst gevoed en het tot uw igen kilJd gemaal!. hebt, omdat gi.i het tot haul' eeuwig geluk tot CIll'istu hebt geleid?" 'l'rcurig liet zij het hoofd hangen en loeg llare blikken op tI n grond. " " "at weet nw tam daat\'nn?" vro g Kaatje. Bij deze woord!l ehecll er een licht traal door cl 7.icl van het mci~ je te gaan. J~ell oogellblik b dacht zij zich; tocn rigLte zij zich 0[> cn eCIl \'erh ,Iclcl'de glnn' hnd zich o\'er haar g 'laat yer:preid. 11 ,rat wilt gij UOCIl ?" vroeg zij bedaard en knlm. 1/ All ' iu den Itond vorm breng ll, \\'at maal' e lligzilt waarde heeft ," ~cid· de 'L'nnt tOL) (jetje' /I en on daal' Ül veiligheid tellen ell ons \'erdedigcn zoo hmg - G1 - wij kuunen en onze kudden in de wildernis laten, Als God wil, dau zijn wij g red, Wil de Heer het niet, welnu, dan zullen wij onder Illlllne attagaaijen vallen, gelijk van Eith en zijn geûu in den v rIoopen nacht." 1/ rijn God!" zuchtte het mci~je cn sloct) ham oogen ten hemel. Doch na ecnióe oogcnblikk II hernam zij: 11 Ne u, zoo vcr mag IJ ,t ui t gaan!" Zij greep de hand van Kaatje cu trok IJ, ar met zich iu huis, Weldra kwam Jan op de plaats aanrennen. Daa Piet gaf thans ieder 7.ijue vcrschiJlende werkzaamhedcIl, 11 Gij," zeil! hij tot zijlle vrouw C1I Mietje, 11 pakt alles wat wij ko~tbaal's bezitten in h,ten ell ka,ten, II t ki tje met g Id laai oud r mijn bed," zeide hij tot zijne vrouw. 1/ Gij zorgt voor de lcv mmiddelen, oom Klaas, J"an gaat met het ,"olk naar tIe bron om de wntel'\'atcn te vullen; want wij kUllJleu nooit" ct n, wat cr geheuren zal. Ik zal VOOI' de roeren en yoor 'cern zoo \ ('el \'an l1Ct lolk kruid cu lood zorgen, met n als gij IlOodig hebt en zenl! de overigen wedr naar het vee.' Spoedig war 11 de geschiktc pcrsOllen gekoz '11, Piet nam slecht twaalf Hottentotten in dIm lloud \'orm met zieh. De orcrigcll beval bij, den nacht bij berrrle h en. De tcruo"'LUarsch moest na de rr 0 gehoudene raadsvergadering nel in zijn werk zijn gegaan, want de voetstappen bewcz n, dat el' groote haast gcmaakt wa. Hij volgde nog een eind weeg het p or vall de kraal, n overtuigdc zich dat het gevaar van een overval voor heden, ja mi 'Qchien voor immer "'c\\'ek 11 wa. De Hottentot had mei zijne gcwon schel'pzilllJigheid uil de voetstappen opgemaakt, dat het ver'ehijnen vau ~ [jetjo onder de KaJrcr~ e('ne ganch andere w nding aan de zaken gegeven had, n dat het mei je het plan toL den ov t\'al van } laarfont("in had verijel lcl, de Kaffer', die mako a's war n, tot andere denkbeeld n had gebragt , rl1 hen tot een lIcllcn terugkeer ]laar hun land had overgehaald. liet w'lk en' Yl' ugde zij chtcr h·t meisje moe ·ten ontvangen hebben, bleek duidelijk genoeg uit de tallom~ groene takkt:n, die :rondom hunne leg 1'plaat lagen v r prcid, lIret dit vrolijke berigt vhlg hij den terugtogt aan n bereikte Klaarfonlein de nvont1 ~, toen jui i Baas Piet cl z Ifd veiligheidsmaatregelen wilde nemen, die hij in - 7G- uen verloopen naclJt met zooveel voorzigtighcid en bel id had uitgevoerd. Maar treurig werkte uie tijding op allen, die het meisje hadden lief gehad. Zij is voor ons altijd verloren! Deze smartelijke overtuiging drukte tllllD zll'aar op aller hart. Zij heeft zich voor ons opgeofrerd: die gedachte vervulde hen tevens meer dan ooit met de innigste liefde. Jufvrouw Kaatje weende heete tranen. 'rhans gevo lde zij eerst, hoe zij heL aanvallige kind had lief gehad. Zelfs Piet was neèrge lagen en dikwijl , walIneer hij zijne vrouw zoo bItter zag treuren en zoo van harie zag ween en , werd het hem zcl vell droevig in 't gemoed. Ook hij gevoelde, dat zij allen een grooten s hnt verloren hadden. Vaak ging hij naar buiten in den tuin, en zette zich op de bank, en terwijl hij dan zijne rookwolken in dubbelen mate ten hemel blies, streek hij nu en dan met de hand over zjjne oogen n zeide: "lIet is jammer voor haar, dat zjj weder cene wilde wordt! Zij was zoo'n goed kind!" Evenwel kon hij ook somwijlen een zeker gevoel van geru theiu njet onderdrukken, omdat de zaak, die zijn hart met angst en zorg voor de to komst had vervuld, en waarin hij eeDe, al was het dan ook tijdelijke stoornis van z\jne huisselijke vreugde en vrede meende te zien, door dit voorval zoo gelukkig geschikt was. Oom Klaa , di minder hoo 'hartige boerengeullrhtell - 7i gekoe terd had en het lieve, choone Kaflerkind, zonder beraad gaarne als lid der familie zou hebben aangelJomen, gevoelde in tilte innige decln ming met de troo telooze mart van zijll lieven neef Jan en met de dro fheid zUuer bt:milldc zuster, die in [i Lje eene dochter verloren had, die. 7.00 zij werkelijk hare dochter gewee t W:11'O, niet llleer aan haar zou kunll n gehecht zijn, en, door wier gemis zij teven met den nuderenden ouderdom de verzorging cu oppas ing eeller beminde dochter zou mo ten ontbeeren. Jan \\'a echter onb twi tbnur van al de bewoner van Klaarfontein het meest ge chokt. II t geluk an zlJn leven wa met het mei 'je voor immer vervlogen. IIij doolde in stilte rond en zat halve dngell lang op de bank, die hij voor l1aar g bouwcl had, maar waar ook de lang als cene pro~ ti che voorbode haar uen \'enijl1igell b eL had toegebragt . Zijne wangen waren bIcek, zijn blik droefgeetig en dof. Geen lachje kwalU over zijn gelaat. Ilij deed zijn pligL. maar vond in hare vervulling zijn genot niet meer, WOll t _lietje. nicndclijke lach verwelkomde helU niet m r , wanneer hij vermoeid hui wuarts keerde. Voor hem wus zij bestorven , want hij was overtuigd, dat hare t rugkom t cene onlUogc]ijkhciJ zou zijn, omdllL de oogen van den g heeln turn haar zeker zoo 'eherp zouden bewaken, dat Mietje - 7 niet meer tot de Abaloengo's zou kunnen terugkeeren, al wilde zij l1Ct zelve ook. Zij had ûeh tot een ofter der liefde en dankbaarheid gesteld. Zij wilde hare vrienden van Klaarfontein redden en dit kon zij alleen dan, wanneer zij de gedachten aan terugkceren voor immer liet varen j want door deze zou zij de hoog te verwoedheid der wilden over Klaurfontein brengen, da.t dan met alles wat het omgaf gewis eene prooi der vernieling zou worden. Zoo tl'curd 11 allen om haar, zelfs de zlrarten, allen, wier weldoenster zij gewee t wa 11 toeh vermoedde niemand hoc de zaak in elkander had g zeten. Dit was ongeveer aldus. I V. DE lrllAAK VU EF,XE~ nIlSTOOTE~E. Tn den tijd, tOCH Baa ' Pi ,t van Daanen de 'laven, die van de wettige bepaling hunD vrijheid hadden er gebruik gemankt , lUaar zich naderhand het go de lev 11 op J\Jaarfoutein hel'i nnerencle, weder om opname verzochten zoo wo st en toornig had weggejaagd , w rel deze traf h t sterl- t gevoeld door en jong '11 H oU ntot. )lereuul', den bedorven, tot alle mogelijl-cehdmstukkell gechikh'll, CI1 reeds lang door den I-ader ver -tooien zoon van (JUl ido. ln't voorbijgaan zij hier aangemerkt, dat 1I1ell in Afrika even al , in \ mcrikn cle gewoonte had ell nog heeft om aan do slaven do llamrll te ge en, waarm ,de de heidell TI ell voor Christus ko:. ., t hUllne g 'waall ue goden ]lCbb n grnoemf1. Dit gebruil wa~ ook door l3aa ' Piet i n e n ' - '0 - '41 - gehouden, toen hU den vader Cupido, den zoon Mercurius en den gifdoctor :Mars had geheeten. Zoo verdorven al lIlercuur iu den om ;:) 0 met de ,'uuO" ontaarde dierlijke en boosaardige Uoschjcsmallll n geworden was, zoo gloeijend ontvlamde zijn haat tegen Baas Piet. incls hij in vrijheid wa', had hij eersi nood, gebrck en Hende, zwaren arbeid, ober voed el en nog soberd r loon bij de boeren lecren kenncn, in wier dienst hij 7.ich verhuurd had. lIij had op vergeving gerekend, teunende op de achting, di zijn va (Ier genoot, en nu joeg Piet hem heen n in de ellende. J.,ang bC1Jein de hij een plan tot wraak. \r ken lang loop hij om .K.laarfoniein rond, door hel ehe gedachten bezield, mnar te lafhartig om ze uit te voeren. lechts tot argij tigllCid wa hij in sta, t ell daarvoor va Ide 11ij moeds genoeg. EindeliJ'k vond llii den we'" tot eene wrnnkneminll' ' J 0 0 die dieper dan elke andere ln het hart moe·t doordringen. lI~j herinnerde zich "lietjes afkolll~t; hij wist hoc bemind zij bij allen op de l>laats wa. , ('n ook de b _ hekking van den jongeu Baas Jan tot het mei.Je was llCffi niet g heim gebleven. Den baat der mako 'a's over Klaarfonteil1 te br ngen en cic gch~ntte IJ wOllcr ' door ' n geducllt verlie zoo niet door hunl1('n olHlergang te sirafl'cH, hun voor het allcrrnin t hunne lievelinO' te outr kkcu . zi e· a~r h(' \ raakznc lti!;(! plan. d:\ in ;:) h t boos33l'Clige hart van Jlereuur tot rijpheid kwam. D spanning tu sehen de Kaapkolonie 11 de KafIers en de vijandelijkheden, die reed aan de grenzen hadden plaats gehad, boden hem cue gewenseht.e gelegenheid anu. lIij was met den toe lnnd del' boeren langs de geh cle grenslijn van het Kaapbnd volk~Jl1~n be~elld, hij moest del'baJve al boodschnpfcr den 1 ail '1'. ~1.Jzon­ der \\clkom zijn. Hij toog dus naar het Knfl erlnncl heen en bereik ie w ldra hct gebied der Amako u's. Zoo lafhartig de ellendeling wa, zoo s~im wa . hij tevens. IIij wi ·t de dool' hem gc1edenc mI llanuch~lg, die hij werkelijk verdiend had en waarvan llij de. dUIdelijkc 'poren nog op Jlijn rug kon alll1WijJlCn, lil zulk een yerkeerd daglicht te plnaben, dat de haat 'n afsclmw der Kailel" t gen de Abnlocngo's el' door opg "ekt, en hij daarentegen tot een voorwerp van hun medelijdcn wcrd. Zoo wist hij door leugen eu bedrog tot tl~ nabijheid \all het fiere en :3trcngl' ppcrhoofd nudili door t dringen, ell llcze onderrroe3 l1l'1Il naar vele hem bc1:mgrijkc zaken. Hij wj~t zich eenig n'rtromrcn te verwerven cn ~all­ dili zag in llCm ecn g('pnst werktuig voor Zijl1C plal\llCll terren de blanken. 'Y d "it hd opperhoofd Yn1l geUl ol~der 'cheic1 tu. e]len llollnnd('r~ ('n El1gcl. ehm; ook zelf' llit-t yau dOl glOOtCll nfkttr die1l de t"er:o.t; nOtmtlll1 (j :J do batstclI koc terucn 11 :JlcrcuuJ', die zeer go eu met dien afkrcr bekciltl \ra , wncllUc zieh Ir I, hem uit de ehrnling te helpen. IIij vuurde veolc r dcn haat der Kalrel' . tegen allc .dbnloengo'~ aan. '1'oon hij hem eon van do boerenkolonii'n aan dc grcllzen celle beschrijving gaf, kwam hij iu zijn gesprek onge·merkt op Klaar~ ntcin, en \'crhaalde van een scheoll, jong Kaffermci 'Je, ui t den Amakosastam, dat daar woonde. 11 IIoe oud is zij?"' \'roeg andili getrofI'cn, tcrwijl hij op zijne mat lag n roohte. De Hottentot gaf d 'Jl ouderdom op, schiltlerde 1l:.U'e cJloonhcid Cll noemdo haar lavin, Dit I'erbitlcrdo het opperhoofd, daL lCne Amako a eJe ~lfll'in van CtH gchnatlen Abalocngo zo u zij u, Jll" ilden toom gaf Jlij zij n hart lucht en z\\"o l' liet meü!je te bevrijdCJ1, al ma t hij l{laarfontein met den groucl gelijk mak 'H, "Gij zPgt, llaL dc Abaloengo heL mc.:ib'e recus al cen klein ki11d geh gen heeft , hoc ge~ehieddc dat? Wect gij dat ?" 11 Ja zeker 'v eet i het, want mijn vad r, de H ottentot 'upitlo . hoot dcn verrauel'lijken Boschjc.m'lll c1ood, clie de schoone mocd I' met ell vergiftigden pijl h 'eft ,·crmoord. lIet wa in den tijd, toen de Abalo ngo's met hunne kudcl n in het Gri"ualand waren 0 "evltl'.t ' o 0 mdn! dl' wn hu nnr \nirlcn tot a~ch had \ '(' I'Z('II"c1" VUil 11 Wat zegt g~i ," riep alldili, op~pringen(l Al zijne spieren waren krampachtig zaàmgetrokkell en 7 .ijlle oogoll choten vlammcn, 11 Wat ?egt gij dan r ?" riep hij met cene stem als vall den roU uden donder. Ru tig bleef de Hottentot op zij ne hurken zitten, 7.ag het opperhoofd al , verwonderd aan en antwoordde bedaard: 11 Waarom zoo toornig, grooie hoofdman? Uw laaf heeft niet gezegd, dan hetgccn i d reell OJU Klaarfontein zoo goed wect als ik en wat do uaakte, zuivere waarheid is!"' 1/ Die HOUW wnl:! mijne 'octa I" rit'p hcL opp0l'hoofd, "en heL I-ind mijne kleine, lieve 1 r ha! 1\1en heeft mij ge~egu, dat de Bo 'chjc.nilll model' en I-illd hud gedootl:' 11 Dan heefL men u ecu leugen gezegd, 'ullllili," zeide ~rercuur, 11 Mijn der Cupido, die nog op Klanrfoniein woont, heeft, woul' ik u zeide, llen Bocltje:;ll1ulI dooclge ehotcn, eer zijn tweede pijl het I-inl[ 1-.011 afmakell, Ik \\a in de haal vall Baas Piet, ioen llIijll ratler het sehooDe kind aUII Jufnollw raatje, de vrouw zijns lOl:e~ters hragt, en deze llecrt het opgevoed tot hare hui~:,laviJl en zij heeft het 110;5 bij zich, en lIIieljc, zooal , 7.i.i het l\Oemell , i" schOOIIer dan alle vroU\\cn, die mijn oog ooit in den tam del' Amako ' u's gczi 11 heeft. ~end r heoll. Ik blijf hi el' gijzelaar, J. Is ik gelogen heb, loot mij dau neder met ll\lCn attakaai!" li · - ,,' J [et anuers zoo ru ti ge n fiere pperhoofd was zIch zelven niet mee ter. Hij had g en rust meer. Telkens weêr moest ][Cl'cuur hem de geschiedenis op Hieuw verhalen en reeds uen volgenden dag moest roha's ouel te zu ter Goenima optrekken om de zaak op het spoor te komen. }fereuur werd haar wegwijzer ell vier Kaffer vergezelden haar tot de stroombedclilJg, waar Mietje later 1 13ren tam aantrof. Hier bb'eu zij en verborgen zich, ter wij I zij echter ~Iereuur bij zich hielden, ell de ehoone Gocnima , die lecht twee jaar ouder ,,"us dali de I'erlorene 'oha, har n "'eg in de rigting 1'3n Kluorfontein Yoortzette. J.fercu ur had llOar reed' vroeger met de ligging en de bijzonderheden van Klnarfontein bekend gemaakt en haar gezegd, dat zij :Mietje het b t des morgens vroeg in den tuin vinden kon, dien zij onder bedekking van het geboomte bij de bron ongemerkt zou kunnen bereiken. 1I t was in den morgen, toen :.\Jietje van deu lallgenb ct weder eheel genezen en in uen tuin a:m 11 t werk was, dat Goellima zachtjrs in het ba clije trad ell 11et sehoone meisje in de verte alllJ_chouwdc. Zij brefde 'ehi 'I' vnn blijd ehap. Ja z k r, zij was het j want zij gel cel. op 11:1]'C vcrmool'tlc moeder al.' twce \ratCl'droppels op 1kttar' - zij grIe 'k ook op llaar, want zij had toch ~'oo ercn nog har eigene ~cliooll e b cldjrlli~ in heL pil'!!'<:lclIlle \Iute]' 'au Klaarfonlciu" bron :Jan chouwd ell zich iJl die bekoorlijke ar piegeling v rlustigd, gelijk het kind zich verlustigt., als het zijn beeld in een 'piegel ziet. Goenim a brandde van v rlangen, om haar aan ie preken ' lllaar zij hoorde iemand aankomen en v~l'borg zich di~l) .r i n het. bosch, waar zij de minste bewegmgcn van 1\IIetJe ollO'ezien kon be picden. Ëen jonge Ab:Jloengo kwam in den tuin. lIet was Jan. Goenima beschouwde hem naauwkeUl'ig cu rkende bij zich zeh' n, dat. hij zeer schoon was, ja de choonste AbaloClJ'l'o, die zij ooit had gezien. Hij J~derde :JIietje en gaf haal' zijne hand. J n Mietjcs tr 'kken was de licft1c voor dc!u ...'\.baloengo duitlclij1. zigLbaar cn hij met wat zoete ,,"oordje ' spruk hij haar aan! lIoe trok hij haal' tot zich cu dnlkte 1.:\ar aan zijn hart. ocnimn verstond Ilollandsch gcnoeg om ieutr woord, dat "ij ~prakcn, duidelijk te begrijpen. 11a3r hun oe.prek duurde niet lang. Jan vemiJdcrde ûch cn keerde in hui .. tcrug. Een luiu hoorugeblaas dcc zich hoorelI. ~ lietje ijlde wcg. Goenima moe::.t zicll ycrbergell, opdat zij niet ZOIl gezien worden, door iemand, die jui -t \\:ater k \\"am ~ehcp­ pen. Dit viel haar echter in de rU1gte vall net .~n vuren, die zich l'onuom de bron be\"olld, gemakkelIJk. l\[jctje of .1.'oha, zooal' Goenimll. haar lloemde, kwam !Ii('j trrug. Goellim~ had llU geduld Hoodi", In a 11 u - ~(j- namiddag begormen dc boomen hunllc chaduwen op dc bank te \\'cfll('u. Welligt zou ze nu wederkomen, Jan w ui,tgercd,cll. om dc kuddcn tc bezoeken, cn l\fietje ,as lndd ZIch sill JU dc keuken bezig, en dacht dat '1'anto en Baas in slaap waren gevallen. Toen hoorde zij het geheele ge oprek der echtelieden ovcr Jan en zijne liefde tot haar, en de ontzettende afstand die el' tus eh n Jan en haar be tand, kwam 11aar ten ucnmale voor den g~st. Oo;mo:dig . cn be. cheiden erkende zij alles, wat ~~et cn KaatJc Z('ldC11, en met haar eigen ongeluk zag ZIJ ook tevens h tongeluk i11, dat zij' over dio 0 rreliefde • menschcn brengen zoudc. Zij kon bet in de keuken nieL mcc~, uiLIlOudell, cn ijlde naar dcn tuin " aar zij haar gloelJend en wcenend gelaat met hare heide handen bcdekte. 1/ aha!" ri Cl) op dit oogenblik eene zachte, wclluidende vrouwcnstem achter haar, Vol cluik prang zij op en yoor haal' zag zij haarcvenbeeld. Als \'Crlamd liet zij hare armen nedcrzillken en staarde Goenima aan, die llaar met celle uitdrukkÏJjO' van de te aer te zusterlijke li fde ann ehoullde, b 1/ Keut lUi tje , of zoo al zjj in haar dierbaar vaderland, in de ouderlijke kraal heet , keut 1 Toha hare zuster Goellima niet mecr, dc oudste dochter vaB alldib, het o~~p rllOofd ?" Zoo prak de schaanc OOCllima, terwijl ZIJ hare armen opende voor het m i~c, dot zieh te moecle gevoclde alsof er toon n in hare zid w êrklon- - <.,7 - kCIl, dic zij een in vroegercn, lmlg vcrvlag ncn tijl1 g hOO1'd had. lIet duurde gel'uimen tijd, eer lIIictjc zich had hersield, "G ij hebt gcwcend, J ol13 ," ging de ~ehoone Goenilll:l voort, 11 zeker is de .\.balo(!ugo hard gewe st iegen zijne slavin? 0 ga mei mij tot ollzen vader, die naar het verlorcne cn wedcrgeyondenc kind zijnc armen uitbrcidt, gelijk de zu ter ze ih ans va r u opent; daar zal geen hard woord, geenc sla\'enz\\cep u ircil'cn!" "Zwijg ," sprak thans Mietje op vasten toon: "Z \\'ijg , wie gij ook zijt. Gecn Abaloengo hecrt mij ooit een hard woord gezegd, gecIIe zwecp llceft mij ooit aangeraakt. Al s lmar eigen zoon hceft de Abaloengo mij aan harc moederlijke bor ,t gczoogd. 7,ij i mijne moedcr, de Daas mijn vader en Jan mijn broeder. Ik ben cr kind in hui , cn het woord slavin moet ik vall mij werpen al, eenc vergiftigc vrucht, die ik niet ct n mag !" Mietjes woorden verra 'len Oocnima wcl, doch ontmoedigden haar niet. 1 de betaoverende zoetheid, dic de liefde eene gocuc zu -ter ill t!Pll mond lC3L, wendde Goeuima aan, om hct mei~je tot m (~gaall te beweg 11. Maar 1Iietje " êr tand die, want dankbaarhcid en licfde weêrhiclden haar, Daar herilllwrde zij zi h weder het gCl:,prek ron Piet 011 Kaatje. Zij naderde Got'nim:). CIl door liefde O\'cl'I':chligd zonk de zu -ter wecDend nan 1\firtje'i hor, t. 'l'hnn~ \\('rel nol. hrt hnrl \'3n ek/P (lonl' HO - de waarlleid en de diepto vaD dit gevoel overmeesterd. en do zuster herkenden elkander. Toen verhaalde Goenima haar van llare kindschheid. van do moeder, van den vader, die zoo vurig naar haar verlangde en zoo inni!!' , zoo lan"" Daar haar had u.itn-ezien , v o o die om haar gewaanden dood getreurd had. cu al di e hartroerende woorden der liefde trolreJl Mietjes gemoed met betooverend geweld. Zij sprak niet; zU luisterde slecht ; het \Vns haar zoo wel nan het zusterlijke hart, en de zusterlijl-o woordeu drongen immer vleijender 0lJ haar anno Zij dacht aan het gesprek van de beide ouders, zij zag den afgrond voor zich gepend, en haar krachtige, trouwe en liefhebbende gec ,t be loot , zich ten ofrer te breng"n voor het geluk vau IJU ar , die zij meer lief hnd dan zich zelve. Zij beloofue aan Goenirna, dat zij komen zou. Iaar heden nog ui eL ZO wilde gaame Jan nog e uIDaal zien, nog eenmaal alle huisgenooten hare liefde bewijzell n clan komen. ,, 'Yaar znlt gij mij opwachten?" Hoeg zij. Gocllima ldue de troombcduing voor, die ~ lietje kende. Op dit oogellblik riep Jufvrouw Kaatjes giltenue stem: " Mietje!" Nog eel1mnal omarmde de .zu ters elkander n Mietj ijlde naar 11l1is, waar 00111 Klaa zoo v n de tijding \'an den ov -1"\'ul der 1\a11" r. gcbrngt had. andili was echter na het vertrek van Goenima en {ereuur m t hunne geleider zoodanig geschokt door de geduchte, dat een Abaloengo zijn kind tot slavin had gemaakt, dat hij g en rust meer had. IIij was een meusch van wildelI inborst, die zjjn toorn geen meester kon zijn. IIij brak met zijne strijders op om zijn }lUat ten-en de blanken indcliJ'k ens bot te vieren, en niet o ' llaauwkeurig met de ligging van Klaarfontein bekend, hield hij te veel regt aan, overviel de Flaats van van Eith en verwoesLte deze. Weldra echter zng bij zijne dwaling iu, door de mededeelingen der laven van van Eith, die tot de Kaffer overliepeJl en die Uietje Je ndcn en het v rh aal van ~Iercullr b vestigden. Zij geleidden alldili nuar de stroombedding, waar zij lIercuur met de vier Kaffers aalltrofreJl en de overval van Klaarfontein \ferd beslolen. T geil den U\'ond echter keen'de Goeuima terug cu meltlde den vuder, hetgeen de ehoone l olla haar gezegd had en he chreer haar als het evenbeeld der moeder. alldili werd door de~e herinnering diep getroflcn, manr toen Goenima verhaalde, hoc goed de Abaloengo'!, jegeu 'Mietje of Noha gewe t waren, hoe zij al hun eigen kinel was opgevo -u t'n uit de moederlijke bal' t van de Abaloengo had gedronken, toen wilde audili niet tot een overval van Klaarfolltein overgaan n all 'en de boo 'aardige Mercuur, die, omdat alles uitkwam, gelijk T -!JO - Hl - hij gezegd had, lIet volste \ertroulI"cn van andili genoot, langde cr in, dit besluit t doen herroepen en dcn toorn van h topperhoofd aun te hitsen, Juist maakten de chareu zich gereed om op te breken, toen oha in de legerplaat vcr checn. ondil i zag haar eu riep: 11 oela, mijne Soeta I 0 gij i:ijt mijn kiud, want gij zijt haar evcnb cId , zoonIs zij meL mij ten strijde toog! Nu op naar Klaarfontein !" 'l'oen rigtte lIfietje of TolJa zich fier omhoog eu zag met fonkelende oog n haren vad r aan, ,ds dit uw wil?" riep zij uit. "Welnu, dan zOt gij mijn vader niet! Want als gij mijn vader \\aart, zoudt gij heilige dallkbual'heid gevoelen voor de menchen, die uw kind gered h bbcJl van den dood, die het aan hare borst 11 bben gezoogd, die haar erue liefde bewezen hebben, welke een eigen kind allcon toekomt. Dat ik slavin gewee t ben i eene leugen j ik was docht r in IlCt huis, 11 dut ik bij n kom en zulk cene liefde opofler, dat doe ik alleen, omdat ik 11 bet re dingen hoop mede te declen, dan die trouweloOl~e b dl'irger heeft gezegd, die den boer van Klaarfontein haat en wraak aan hem zoekt, omdat deze hem heeft \\. g_ gejaagd. '\ ilt gij u door een ellendeliJlg' luten behecrseh u, groote gebieder, doe hei! Manr dan keer ik u den rug toe, dan zijt gij mijn vader niet. " 'ilt gij Klaarfont in verwo sten, mijne wcIdoeners vl'rmoorrlcu, welaan, dan keer ik naar Klaarfontein terug n strijd met hen, die gij wilt overvallen, g lijk ocn bloedgi rig tijrrer de vreedzame kudde j maal' in mijne borst moet rrij" het eerst uw al!akaai stooien. er gij hen kuut ~aderen, aal1 wiel' hart .rJoha moederliefde, vaderliefde en broederliefde ontvangen beeft!" I [ct mei je had gesproken met al de vervoering, die dankbaarheid en liefde in een del hart kunnen oP\\ k1.en, 011 dl'7.e heilige gevoelen' hadden hare woordeu kracht n nadruk verleeuJ, zoodal zij cellen ontzett uden indmk mankten, MercL1ur liet in h t be 'ef zijner ehuld het hoofd hangen en de houd Bob, ",ien houding naa t [iet je genoeg deed zien , dat hij ieder, di haar eenig leed wilde doen, zou verscheuren, W rd ihan deu Hott ntot gewnar, toen Mietje dien aanwe, Met ecne onbe ehrijfelijke woede stortte het vree 'elijke dier zich op den ellendeling en wicrl) hem Ler aarde, Alle bemoeijingeIl der ] oflcrs om den homl \':tu hem 10 ie ,chcul'en, waren yruehteloos. Zij :maaidell hunne attakaaijen om den hOlld af te maken j maal' Mi tjo riep het dier bij zijn naam en oogenblikk.clijk stond hij nUll hare 7. ij de , terwijl hij den bloedigelI muil toornig l!een en weêr schudde, en met woest geb,rom zijne blikken op dc)) Hottentot bie f ve tigen, die dool' een gelluehte wond aan clen hals in I('wm;gevanr verke rel. De Kaf!' r droegen hem weg, 'Mietje bemCJ'kte den indruk, uie 11are woorden en deze daad van het dier hadden te weeg geb ragt , en nam wed l' ]lCt woord, 1/ Zie," zeido zij op !ieren, edelen toon tot Sandili, terwijl zij een stap nader deed: 1/ De God der Abaloengo" is een regt vaardig God, IIij heeft het dier tot regter gemaakt tus ehen dien ellendeling n mij, die mij beroemen kan op het goede, dat op Klaarfontein allen genieten, die tot het hui behooren, Zijne leugens en snorkerijen zjjn gestraft. Hij ontvangt wat hij verdiende; wat ik gezegd heb, Sandili, weet gij reed, Hier is de hand van nw kind, Neem hoar aan, en ik wil in gehoorzaamheid en li file uw kind ziju, en uw in heilige geh ehtheid mijne hulp wijden, maar Klaarfontein blijve eeu heiligdom , ongedeerd door de hand der Kaller ', van \lelke stam 7.ij wezen mogelI. .r eemt gij deze voorwaarde lliet aan, dan keer ik teru" " naar de plaats, wnar ik liefde genoten heb, dan wil ik met mijne weldoener:> lijden, kamlJen cu ten en. Zeg, hoe gij wilt; de tijd is kostbaar /"' Zoo al zjj daar 'prak, scheen zjj als door ccn hoogeren gec ·t bezieie}, De blikken van Goenimn, ja ,'an nlle Kafrers ru tt u op 11aar met het hoogste welgevallen ell de innig,·te deelneming. Goenima trad llaar haar toe, legde llRar arm om oha's hal en verborg haar weeneud gelant aan hal' bol' t. 1!:1l audili? - Zouden de gloeij mlo woorden vall zijn kind, dat zijn bart met al de kracht vnn een ruwe maar muO'tirre liefde had geboeid, in hetwelk hij het o 0 beeld zijn er geliefde cu diep betr urde gade Soeta weder aan ellOll\\'de, zou het gebeurde met den hond, waarvan :llielje zoo t r juist r tijde had partij gelrokken en dat op de wilden zulk een diepen indruk had gemaakt, zou dat alles zonder iu 'loed op hem blijven? Half verlegen stond h ij voor hanr, voor \let heldhaftige, moedige mei 'je; zijne schitter nde blikken rustten op haar, als om ltaar in het binnellst llarer zie~ te bespieden, en zij weêrstond die blikken l'll tig en onverschrokken, wnnt haal' haI't had Liet meer dno zijn iunig te overtuiging uitgesproken, En toen zij hem als onderpand del' kinderlijke liefde de hand reikte, toen had zij hcm overwonnen, den magtigen gebied r, "iens wil anders cloor ni t te buigen \ras. IIij stootte zijn attakaai, dien hij in zijne regterll:tnd hield, met de pUilt diep in den grond cu hief danrll'1 de rei;terhalld omhoog, terwijl hij ui triep: 1/ r lnarfontein zal heilig zijn (;ll gij mijn kind, kind van mijne S(.ctu, mijn la1lg verlol'ene T I" Hij ln:cidde zijne oha 31 men uit en )lictje lai; aan zijn hart. Al dc Kan'crs stieten hunnc attabnijcn in den grond Cl! hier.11 ecn luiden Yl'Lu!:)dekreet aan, tcnriJl UocJl ima IJ!), l' \'ndrr 1'11 har' 7.W' 1'1' olllarIlHl .. ! T,:mg ·toncl pn rï ~ - DJ, - daar onder het weêrgalmcnd gejuich der trijders, terwijl Dob steed trouw aan Mietjes zjjde bleef, SUlldili beval daul'op een spoedigen oogellblikkelijken terugmar 'eh, en nog nooit had de Amako 'aslam gewilliger aan zijn opperhoofd gehoorzaamd dan 11 deu, :6 ij trokken op, U aar l\Iietje trad nog eeumoal op den steil en oe\'er der uitgedroogde stroombedding en l1are droeve blikken zweefden naar het zuidoosten, waut daar lag Klaarfontein ! :6ij drukte hare handen tegen het onstuimig kloppend hart u zeide zachtk us: \rat ik wilde, is mij gelukt! 1'oen ZOlik zij weeneud op hore knieën en bad: lIeer, geef uw kind stm'lde, opdat lIet mocclig volhoude en zijn eigen hart moge overwinneJl I DellOed II<:n en zegen heu I Geef Jan en mij vrede! l'oeu stond zij op, reikte audili cle regter- en Gocnima de linkerhand 11 volgde hen in de digte wouden, die weldra de geheelo kraal iu hunnen duisteren schoot hadden verborgen, Uaar op de plaats, \\'aar de Kailer d<:n Hottentot Mereuur gebragt hadden, in een Mimosa-bo~ehje aan de overzijde der beddi11g, w rd wcldl'a een troep vraatzueh tige gieren gezien, die een lij k rcrd' op vefl'eu afstand b , peuren. Hoog in de reine on b wolkte lucht, l!lwierdell zij iJl kleine kringen C1I daalden al dieper 11 dieper ncder, naarmat llCL llCir der KnJl'ers zich in de rigting cl r donk re hergen v f\Yijderdr, I':n 10('/1 al!('~ - !Ij- stil O'ewordcn was, stortten zij zich neder tot den strijd met cen llyclla, die toegeloopen wa , 0111 het lijk van Mereuur, dat dnar met hel oog naar boven in een blo dS troom laO' uit"estrekt • Boh had hem met zijne geweldige ::>::> • tanrlell den hal ader doorgebct n n alle moeüe der Kaffers, om met den bloedstroom het ont nappende levcn op te honden, \\'0 vruchteloos geweest. e 1I cr, de ergelder had gewroken, Eer nog Cupido de plaat b reikte, wuur de Kail'el's g legCl'd hadden, bleekten reeds de afgeknaagde beenderen van den Hottentot in de tralen der morgenzon. De hyena had zich aan het vle eh van clen wraakzuchtige verzadigd en de gierel1 hadden zijn gebeente volkomen ofgeknn~g(L Zij hadden echter de l,h:üs weder verlaten 11 de trouwe Oupido zag ui t, hoe het orerblijfcl van den zoon, die b m zoo 'l\'ein10' had geGvenaanl, tot stof wederkeerde. 1\1aar de Heer::> had uen goddcloo:.:e wcên~taall en zijne strikk n vcrnield. - V. VI\EDE I lIlEDE ! EN Toen GEEN VUEDE! Klaarfonl in was gered. 'foen Cupido was teruggekeerd, zeide Piet tot oom Klaa ' : 11 TIet o "evaar is verdwcnen on ik geloof, dat wij uit aan het mcisje te danken hebben, dat nu voor 01lS verloren is." Oom Klaas zweeg; maar aan zjjn peinzcnd hoofdknikje kon men bemerken, dat llij dit roet mari erkenncn moe t. Over } laarfontein heer ' ehte vreue; maar wa' dit ook zoo in Flaarfonlein, in de harten? Geen zin ! lIet eheen als "a de goe t weggevlodcn, die ollm tot vrolijkheid ge temil had. Eene ombere ollheihpcllcndeti1tc drukte zwaar op lIet huiesclijk lCYCll . iemand l> rnk een enkel woont Halve dagen lang zat .Jufvl'ouw Knntje aan Laar \cJJ;"tcrtje, met bcttoofjl olld '1' har· voeü'n, ~e(,Jl woonl 1 \1 am on 1 h:llC lipllf·l1. lila' l' l1H'ni~t' wan !l7- ontsnapte haar oog en rolde langzaam over hare wangen. fietje had alle achtergelaten, wat zij bezeten llad, alleen de halsketting, h t ge.'chenk van Jan, had zij mede genomen. J)it zag de weenende moeder; dit wist Jan' dit had Piet zelfs opgemerkt. Kaatje dacht in lIet eer·t over alle bij7.onderheden na. ']'oen zij ~Iietje uit den tuin riep, had deze ge\\'eend. lIet was de ccr te traan, di n zij ooit in Mietjcs helder oog aan chouwd had. Zou het mei:sje mi schien hUil ge 'prek gehoord hebben? Zij p in de verd r na; zij knoopte het een aan het ander, zij vergeleek - en was overtuigd, dat h t nict anders kon zijn. 'l'oen zij deze overtuiging ge\\'onu n had, kon zij het tilzwijgell ni L bewaren. Nu, Piet, zeide zij op zekeren dag tot haren man, en de tranen vcr tikten bijna hare stem: /fnu Piet, uw wensell i vervuld; heL KalJ'erkind. is been; uwe bezorgdheid, daL Jan haar tot vrouw zou begeeren, is van u gcweken Zijt gij nu ten clen?" ~lct verdubbelde h vigh id sn ed Pi t de paantjes van het hout, dat hij in dc hand hield; blic ens zoo luid. de rookwolken uit zijne pijp; maar alltwoordde niet. 11 TI bL gij u rreds eene schoondochter uitgekozen ? Van Eith Roz tje i' dooi!, eH ik heb mijne l'cgterhand vcrlorel1, en hulp nOD(lIg?" - !) Nog driftiger need hij Iipa:JJ1ljcs , lIog kuallender vlogen de rookwolken; maar lIog altijd zweeg hij. Ta eClle poos giug zij voort: IIZie Jan ecns; zie zijne bI kc wangen, zijn droevig ingevall n oog, zijne onverschillighcid voor al wat cr gebeurd. Gij zult weldra zijn geluk moeten opbouwen, als gij geen doodki t voor hem wilt timmeren." "Kunt gij u verheugen, met mij h t vergif bij droppels in het hart te ~torten P" vroeg hij. 11 Doe het liever alles tegelijk!" lIij stond op en gillg heen, en zij zag hem den gel1eelell dag niet weder. Maar oom Klaas zeide: I! Niets gaat er meer 11aar zijn zin, en ik vrees dat ltij binnen kort nog een meester over d n sjambok (de slavenzweelJ) lf.al moeten aanstellen 1 Doe h m I:) "eeDe verwijtingen meer, zuster 1 net lC\ n in Klaarfontein wordt eene woe tenij, waawit alleen de dood ons vcrlossen kun." Zoo lang droeg elk zijn leed en nu en dan dreigde zieh ne verwijdering te 0lJen baren. J au wist niet, wat cr voorgevallen wa en zag in J\Iietjes heengaan alleen ene edele zelfopoIlcring om llClI all 11 te redden. . Iaar toch v rmoedde hij dikwijls het n n allder , zonder dat Jlij h t regte kon vattcn. Alle vreugde was voor hcm bedorvclI. Zoo ging het leven op Klanrfont -in zjjn gang, rll~lig, ::-til, man!' wnder geluk, zonder \reugde. - !JU - En hoe was het gillds gesteld 111 de wouden vall KaU'erlanc1 ? .r oha (zoo al Ui tje thans genoemd werd) ging onder een zwaar lijden gebukt. Slechts het ofi'cr, dat zij hun gebragt had, die haar eens alles waren, schOlIk haar troost, maar e"emvel geen volkomen vrede. Dat bleek uit de zuchten, die Gocnima met bezorgdheid hoorde, over dag en 's nacht · , als Toha dacht, dat de trouwe zuster sliep. Goenima kende de oorzaak hanrs lijden niet, orchoon zij die mogel ijk somwijlen vermoedde; eer t g loofde zij, dat het verlangen na:u de grootcl'e geriefelijkheden van het leven ûer blanken haar zoo ter neêr drukte, doch weldra zag zij, dat dit ni ct zoo was, want Noha kon zieh gemakkelijk aan de leven wijze der wilûen gewennen. Reed' ll1 nige 5ehoone r afrerjongeling had Toha tot vrouw begecrd, maar zij J1ad ze allen afgewezen. Zij bemoeide zich alleen om iJl Ooenima's ontvankelijko ziel de erste zadel1 van het J~vangcli uit te suooijen cu haar tot Glui tus te vo ren, en dit was haar enig geluk. Dit ging bij oenima's vromc ziel gE'makkelijkcr dan bij haren vauer. EH toeh had het wonderbare mei* cn onbegrijpelijkcn invloed op het fiere opperhoofd, wien ni mand in de kraal een enkel woord zou dllnea tegensprekeD, ja op dcn gcheelen stam der Amakosa':;. 7 - 100 - tJe rooftogten verminderdell hij de Amako a's. Do bloedige twisten hielden op. De woeste gelageJll werden zeldzamer en de toestand der vrouwen verbeterde. De ruwste gebruiken hU hunne afgoclendien t werdeu niet meer in eere gehouden. !\Ieer en meer verrezen er dorpen in plaats van het zwervenile leven in tenten. Akkerbouw en veeteelt werden meer algemeen. En dit alles was het werk van een m i je, dat ondcr de blanken was opgevoed, zonder dat men eigenlijk zoo geheel en al begreep, hoc di t plaats had. lIet was de ~tille zegen van haar gee -t en hart, en in dit werk zocht zij haren vrede, en zjj vond dien ook wcl daarin; maal' toch sprak eelle stem in ]laar binnenste nog immer van Klaarfontein , waarvan zij thall door bergen, sLeppen en rivieren onoverkolllrlijk geseheiilen wa . Ook de uiterlijke vrede op rlaarfontein werd reeds zeer spoedig ge toord. Hetgccn Piet nooit voor mogelijk had gehouilen, gebeurde: de roodjakken , de Engelsehen vertoonden zich op zijne plaats. De herhaalde overvallen der KafferS', welke nu hier. dan daar plaats hailden, ei ehten tot behoud de lands de tussehenkom t vall de regering in de 1"aap tad. Ellgelsche soliIateIl werden uitgezonden om de grenzen van het Kaapland te beschermelI. In Klaarfontein werd eene nfu ccling benevens hare officiers ingekwartierd. Dil woede van U('11 horT wa niet tI' b('~e)lrijv('1l 101 Die vijanden, welke hij meer haatte clan de Bosehjes""'annen moest hiJ' ouder zijn eigen dak herbergen ! .... , , H" En hij dUlofde zieh niet eens daarover te beklagen. IJ durfde niet cens een leelijk gezizt te zetten, want de roodjakkell kenden den afkccr der boeren tot heu en zochten z lfs dikwijls gelegenheid om met hen aan den sla'y te komen om hunnen moed maar eens aan hen te ku~nell koeleI~ lIet ontbl'ak dus niet aan velerlei botsiurren en onaalltl'cname verwi kkelingen, die vooral door de: hooO'moed d~r Engelseben werden uitgelokt en altijd "'ehcel 7en nadeele van del) boer aüi pen. Dij cl ze ;ampen voegden zich nog uitwendige, die niet in de magt der menschen staan en clie een aanvang namen, toen de Engel ehen eindelijk waren afgetrokken. Eene ontzettende droogte heerschte over het land. edert den tijd, dat Piet in het Grigua-lund weidde en het Kalrerkind vonu, waarom zij thans nog treurden, wa er nog zulk eene droogte niet gewest. In vele, vele maanden was er geen droppel regen gevallen. Zeel' dikwijls barstten el' onweders los. ree -olijk rolde de donder, als urige slmlgen :;i teIl de bliksemstralen langs llCt luchtruim cu dikwijls za"', 1'.00 ver men zien kon, de hemel er uit, al of hij in liehtelaaije vlammen tond, en toch volgue er geen urol)P 1 regel), t rwijl d~ hiite bijna ollclragclijk werd. e bronnen clro~gden UIt, ell zelfs Klaarfontein verdi nde dezen Ilaam TIlet meer, want -102 het water werd brak cu troebel !!n nam dermate af, dat de gemoederen in steeds to J1emenden angst verkeeruen. Geen groene halm, geen blaadje vertoonde zich meer. De beesten in de kudden van Baas Piet waren tot "'eraamten vermagerd en hielden het ter naauwernood °in 't leven. .EIken avond kwamen de herders berigten , dut er van Vler tot zes bee ten waren omgekomen. Als het zoo voortging, zou Pi t hard achteruitgaan, wallt de kudden waren zijn geheele rijkdom. .. Hij stelue thnus nog zijne hoop op de akker", op zlJne bouwlanden. Wel waren deze nog niet rijp genoeg voor den oogst, doch zij stollden nog vrij goed. EIken morgen en elken avond werd n zij, zoo "cr cl watervoorraad strekte, be proeid j maar alle krachten schoten bijua te kort om ze "oor hct afweid 'n der ei"enr . h O' Ultge ongerde beesten te behoeden. Daarbij kwam nno" nieuwe knevelarijen van de Engel ehe regering, h t lc~ veren van slagi\'ce voor llet leger CI1 duizend zaken, dit; de gramschap der boeren nog mecr deden klimmen n ]lUn nog dieper hunlle ellenue deden gevoelcn. EIken avond ging Pict naar buiten cn be ehouwde (len hemel in alle rigtingcn, maar het was en hlecf di _ zelfde onbewolkte ruimte, als voor vele maanden, dezelfde wind en hetzelfde hopelooze uitzigt 0lJ reg n. EIken morgen deed llij even zoo en zag weder dezelfde verschijnsclrn. Gedurig kwamen cr b 'riffL ti van tcrfle - 103 ouder bet vee, en c1laren vau gieren 7.wccfden den geheelen dag bovcn de uitge trekte vlakte of zaten , door den overvloed verzadigd, i n groote groepen magteloos op het zand. lIet gehuil der jakhalzen cn hyena's weûrklonk de nachts in alle rigtingen, ,mnt door 11et gevallene vee waren zij in menigte naar de vlakte gelokt , en hadden zelf hunne aangeborene schuwheid voor den men eh afgelegd. lederen dag werd de toe tand van Pi t troosteloozer j zijn gemocd omberder , zUn wrevel grootcr. U eer dan eens was bij hem het denkb cld opgerezen, om Klaarfontein te verlaten en in de groen bergen aan gene zijde van de grenzen der 1 aapkolonie eClle woonplaats te zoeken. edert het meisje verdwenen i , zeide hij bij zich zelven : ru t op Klaarfontein g en zegen meer. lIier zullcn wij vergaan. Voorwaarts ! zij thans Ollze leuze. Er wa nog iets, dat zijn gemoed het me t van alles bekomm('Trle, en dat hij toch niet gewaagd had, aan zijne vrouw mede te deelen, hoew I hij andcrs al zUne lI~oden aan haar ,declnem nd hart plagt uit te storten. lIet wa het denkbeeld om Jan uit te huwelijkell, dat hem ua ann het hart lag. Dan, geloofde hij, 7.0U cr weder geluk, tevredenheid en 1 ven in het huis wcd?rkeeren. p zekeren dag rred hij met Jan over de vlakte, om ('rll naar de Kudden om tr. zien clie hof' lan~(']' hop lOt, - - 10.1 - meer aehteruit gingen. Een geruime poos hadden zij reeds zwijgend ltnast elkaar gereden. Piet zocht naar een begin voor zijne rede, maar kon er geen vinden. Bij Jan hadden de g dachten een geheel anueren loop genomen, zij gingen in het voorledene terug, in uen tijd, toen er nog geluk en vrede op Klaarfontein woonden. 'l'en laatste ving Piet dus aan: 11 we moeder wordt oud en zwak, Jan, zij heeft eene hulp Doodig om haar de lasten te verligten, die zij than zoo moeijelijk m cr dragen kan." "Er is wat anders op ," zeiue de boer, in zieh zelven gelukkig, dat hij zoo nabij zijn doel wa gekomen: /lneem eellc vrouw, .Jan! De boeren iu onze buurt hebben 'choone, brave. knappe dochters. Op Zoom heeft zijn Klaartje , van D luaert zijn Grietje en zoo zijn l' mi sehir.n nog veel meer; zij zijn voorbeelden van hui 'selijkh id." Als verschrikt dein de J all terug, toen hij zij n vader zoo hoorde spreken; maar spoedig liet bij het hoofd weêr hangen cn reed zwijgend voort. "N u Jan, wat zegt ge daarvan?' vroeg P iet na eene Piet zweeg en Jan zag hem aan, al of hij hem hau toegesproken in eene taal, die hij niet vcr tond. /1 Wij moet 'n zorgen, dat zjj hulp krijgt,' ging Pi t voort. lJoos. " iets ," antwoordue Jan. /Ir. iets I" riep on tuimig de boer: "Is dat het antwoord, dat gij aan uw vader geeft." ..lIet is een kort antwo rd," llernam Jan op eerbiedigen toon, "omdat ik u ui t graag door een lang ant- ,,'Wie?" vroeg Jan, als uit den droom ontwakend. "Hoort gij dan niet, dat ik van uwe moeder spreek?" llCrnam de boer verwonuerd. "Zoo?" z id Jan, "Nu gij kunt haar een paar huismeiden meer geven; Per eu , de Hottentot, beeft twee mei Jes, die oud en handig genoeg zijn." /1\ at g ef ik om dat volk? riep de boer mi moedig uit : /lhi r komi belJaald 1nc1taciienlllllp te pa (Ie hts blanken want die worden door de boeren alleen lIlCn8chel~ genoemd.)" /I /I Waar zult gij die vinden?" vroeg Jan onverschillig. Wilt "'ij ook naar de Kaap tad gaall om ze op te zoeken P" woord bedroeven wilde." ,," aarom dat Jan?" vroeg Piet, terwijl hij zijn zoon W van ter zijde scherp aammg. /lOmuat ik geene vrom nemen zal!" sprak Jan op va 'ten toon. "Gij spreekt alsof het n Evangelie is!" antwoordde Piet. "Neen, dat is het nict," hernam Jan; IImaar al gij met uien naam iets bedoelt, dat boven allen twijfel verheven is, 1I0cm 11 i dan zoo, als het u belieft.' 106 "Zijt gij dan zinneloos geworden P" vroeg hij driftig. "Neen," zeide Jan, /lik bCIl goed bij mijn verstand, geloof ik: maar wat ik gezegd heb, blijft onveranderlijk, zoo onveranderlijk als de onbewolkte hemel boven ons hoofd. Spaar, bid ik u, uwe moeitel" "Het Kafl'ermeisje maalt u nog door het hoofd, geloof ik," riep thans de boer in bitteren toorn. "Zij was ook de ecnige, die ik tot mijne vrouw zou willen hebben; maar eene andere nooit. Waarom zal ik dit ook stil houden? Gij llebt het toch remIs laJlg geweten. En wie weet, wat eigenlijk de oorzaak van hare vlugt geweest is? - :Moeder treurt nog dag a:m dag om haar. Met haar is bet geluk van Klaarfontein heêngegnnn. Gij weet heL Laat mij nu mijn lev ns\re'J' ' . ::> JU eenzaamlleld bewandelen, even als oom Klaa , en doe verder geene moeite. Het zou mij veel kostClI, u ongehoorzaam te zUn, maar ik wen ehte liever, door den giftpijl van een Bosehjc man getroffen te worden dan eene andere tot vrouw te nemen. Laat h t nu daarbij blij ven; dat bid ik u vriendelijk." De toespeling op de vermoedelijke oorzaak Vlm Mietje vlugt had den boer pijlllijk aangcda:m. IIij zweeg. In de woorden van Jan lag geene bitterheid. De toon, waarop hij ze gesproken had, wa zoo weemoedig, en pleitte zoodanig voor zijn dicp gewond hart, dat de boer geen woord meer antwoordde. Na een langduri no - ]07 - stilzwijgen zeide hij: "Zoo zal dan Klaarfontein eens ten onder gaan of in vreemde hUJldell komen, al ouze familie met u uitsterft." ,,0, het zal nog vroeger ten ondergaan ," zeide Jan. "lIebt gij niet zelve het denkbeeld uitgc proken om het juk der roodjakkeIl te ontvlieden? - lIebben niet alle boeren aan onze grenzen het va te voornemen, OiO aan gene zijde der bergen van Kafl'erland bij Port-Natal eenc nieuwe, ytije woonplaats te zoeken? lIebt gij geeue vcr pied r uitg zonden, om het land te onderzoeken, even als een Jozua en Caleb gedaan hebben? Laat dat denkbeeld daarom uw grmoed niet, verontru ten. Gij zult de cr te zijn , die voorgaat, dat weet ik 1" Jan had deze wending geen zins opzettelijk in het ge prek gebl'ogt om dit van het vroegere onderwerp af tc leiden, veeleer hadden de eigene woorden van den boer daartoe de naaste aanleiding gegeven. lIet wa hem evenwel g lukt, daardoor in J gedachten van zijn vader cene wijzigi ng te w eg te brcngcn. Want het lteimclijke plan del' boeren, die h t ~ngel 'ehe juk moede waren, wa eens in J.>i ts ge topgekomen n door hem Mom ver preid . n had werkelijk aanleidÎ1\g g geven Lot den maatregel, waarvan Jan daar spl'ak De herinnering aan dat alles woog te zwaar hij Piet, dan dat hij Ihan geen vuur zou gevat hebben. I/Ja;' 7.eiélc hij; "het i wnar, cr ru t een vloek op - JO , KI~arrontein. Er ontbreekt nu niet meer aan, dan de sprmkhanen op onze akkers, en wij moeten voort want ~lct lev~~ in de Kaapkolouie is all verdragelijk ~n die jammerlIjke droogte zal ons binnen weiui rre maanden binnen weinige \leken mogelijk tot den bedelstaf bl'rn rren' Ginds is er overvloed van weiden eu water j gind w~rd~ h~t lan~ no~it door de zon tot eene wo tenij uitgedroogd j gmds IS rUImte genoeg voor honderdduizenden en hier sterven wij von honger. Zwaar zal het mij vallen, de pla~ts te verlaten, waar, sedert Holland deze streek in beZIt heeft genomen, mijne vaderen g leefd en voorslJoed genoten hebben j maar thans is het af of de wereld onderste boven gaat. Hetgeen zoovclen mijner vaderen lIiet hebben aansehou wd, moet ik nu reed, voor de tweede maal.. beleven, het uitdroogen van on land en die jammerliJke sterfte onder onze kudden. Ginds in Port- atal zal een nieuw leven ontwaken. ver van deu vloek der Engel ehe wetten j daar zult gij ook tot betere gedachten komenl" "Misschien ," zeide Jan, terwijl een diepe zucht deze woorden vergez lde. Maar Piet wilde het thans bij cl uitdrukking laten blijven. ze Hetgeen de boer vervolgens nog prak, wa van geheel anderen aard, en nu was Jan er VIUl Ol' rtuirrd dat hij nie~ meer zou terugkomen op het llUnt, van ,~a~r hij was UItgegaan, al scheen ook zijn laatste woord een - lU!J - middel om tot het denkbeeld weder te keeren, hetwelk h Dl het eer t bezield had. ])e anders zoo weinig praak ~ zame boer was in eene buiteng wone opgewolld nhcid. Zijn tong kwam los en zonder zich in de rede te laten vallen, ging hij voort, de gronckn uiteen te zetten en (len zoon in het bI' ele uit te leggen, waarom IlCt ver~ lalen van eleze streken noodzakelijk wa. Nog lang bewoog hij zich in deze aanccnschakeling van voor ·telliugen. die bijzonder el iep in ;l,ijn binnensl.e waren gewOIteld, en toen zij eindelijk dcn grooten kring hadden omgereden waar binnen de hongerige kudden gelegen waren, wenden zij hUllne kl eine langharige, maar zeer olllrermoeide kaap che paardjes weder naar de Plaats. De noordenwind. di bij ons zoo koud en scherp, maar in de vlakten van frih zoo beet en droog i , woei hen tegen en b nam ruiters en paarden schier den ac1em. 11 Ach,' zeide de boer van Klaarfontein , toen zij de Plaats lIad rdeu, "de hemel i al WCt-f 7.00 loodkleurig en ollbewolkt; de zandhoozen dan n gi nd over de eiodclooze bruin ge chro iele vlakte en die aanhoudende lloord nwind "'ecft eene gewelilige droogte in het hart van Afrika te kCJ1n n. :Hij n hart is vol VI' cs, bij de g(;(]f\chte, dnt nu nog de 'prinkhanen en prillgbokkeu zullen komen om ons geheel n al ten onder te brengen! (i ii wect, "pral- hii op ontlcr\\'ï7.cndcn toon io zijn - 110 zoon, op wien hij nu niet meer boos scheen te zijn, lig ij weet, dat, wanneer in het hart van dit werelddeel de droogte toeneemt, de sprinkllanen hier komen en iu dikke, donkere wolken op onze akkers nedervallen om die kaal te vreten. Talrijke kudden van springbokken volgen hen, verspreidcn zich als een vernielende stroom over ]1et land en knagen in ongeloofelijk korten tijd alles af. wat de vraatzucht der sprinkhanen nog ge paard had. Beide op zich zelve zoo verschillen do diersoorten schijnen dan te vlugten voor den wind, die ]lUn, even als al wat leeft, zoo schadcljjk is, n brengen ellende 11 verderf ovcr ons." "God behoede ons I" zeide Jan. Hiermedc nam het gesprek een einde, want zij waren de binncnplaats van 1,laarfontein opgercdcll. Om treeks een jaar wns er IJU sedert Mietje heêngaan verloopen en in al dien tijd IJad Piet nog nooit zoo veel m t Jan, ja in IlCt geheel ge proken. Het cheen als had hU door ?ijne vertrouwelUke praahaamheid den onaangenamen indruk willen "erdrijven, die de aanvalIg zijlIer rede op J on gemaakt had, en de temmi ug, die op Klaarfontein sind het "e1'tre1 van IlCt meisje zoo troo ·tcloo g worden wn , willen verhelderen. Of hem dit gelukt was, zou de tijd leeren. Een 7.cldzaam voorval ueed thans het be:llrokene pi au in llader over,h',.,ill" I:) b komen. '['0 n ?ij nam lijk de 'Plaats oprcrlrll lJcrigftl - Ill - 00111 Klaas, die hen te gemoet kwam, dat Jan op ~oom en 1 laas vall Deldaert, de twee boeren, die het naast in d buurt woonden, onverwacht waren aangekomen. Zij hadden iets belangrijks mcde ce .deelen. .. Iet ongewone vlugheid SlJ]'ollg PlCt van zIJn paard, wierp Cupido de teugels toe en ging de kamer in, waar beide mannen hem zaten te wachten. D wederzijd 'che groeten waren kort on de handdruk hart lijk. Jufvrouw Kaatje bragt het theewater. 11 d.~ pijpen begollllon te rooken. ?o ~ J\~ aas voeg~e zl.ch biJ 11 t klaverblad; terwijl Jan sb lletJcs Jll den tum bep om over het rrcbeurde na te deuken, n de moed r zwijgenu ~ k . met de voeten op het ·toofje aan haar wer' gmg. Klaas van Deldacl't opende llCt onderhoud. Hij legde uit cn hetrreen er op de laatst gehouc1cnc bijeenkom t der gr~1I bo~r n op Bomplaats verhandeld was, daar Piet door een aanval van jicht verhinderd wa geweest, daarbij tegclt\\ooruig te zijn. De boercn ech~~ kend n zijne gcvoelens; zij wi ten du ook, dat hiJ het met hen ren wa ' en hadJen de b ide buurlieden gczonden, om hcm tc zeggen, hoe het met ue zaken tond. 'te -tig boerelt !lauden uaar vergaderi ng gchouden en all n wor 11 tot eello verhuizing o,crcengckomell n hadu en zich daartoe verbonden. 1/ 'too is het Piel-oom ," zeide van Deldaert. " J[00 d lI·t gij l' vvcr l" - lH - "Klaas-neef," ving Piet aan: IIGij weet dat het denk· beeld van mij is uitgegaan. Gij deelt mijn gevoelen . Hoo zou ik daarmede dan niet in temmen? Zio mijn land eens : het is bruin ~ebrand door de zon! Zie mijne kudden: reeds zijn zij tOL een tiende ingekrompeu, en de zwermen der gieren, het gulzige gebrom der hyena's, het geblaf der jakhalzen, dat wij zelfs op klaar liehten dag kunnen hooren, bewijzen g noeg, dat die vermiudering steeds in heviger mate voortgaat. En iu de Kaapstad - leggen zij zich cr op toe om on5 het leyel1 tot een la t te maken en bereiken dit doel ten volle. Vloek over de roodjakken I - Voort! Voort! dat zij thans het magtwoord op Klaarfontein." lIet werd J ufvrou IV Kaatje bang om het hart, toen hij op woe ten toon deze woorden deed hOOr011. I! Maar" ging hij voort, I! wij moeten nu geen kinderwerk doen! Wij hebben een groote reis te doen, Klans-neef en J anneef! En m t on s vee en ons lu ije volk zal die reis ui t snel gaan, ook. Zelfs gevechten met d wilde tammen taan ons te wachten n onze roeren zullen wat te doen hebben. lIoe is het met onze I vensmiddelen ? Er heer eht droogte in het binnc111and, en als mijn vermoeden gegrond is, zullen spoedig de sprinkhaneu komen en onzen geheelen oog t vernielen. Ik ben ouder dan gij, neefje en weet over die Jingen meê te praten. Toen wij voor jnreu in hel Gri"'uala1lCl weidden, wa het evenzoo. 11 :} l~n daar was toen voor ons kleine hoopje volk zelfs geen wild genoeg, ter wijl wij nu met 011 z stigen zullen uittrekken, behalve al het volk en ue onrlerhoorigen. Zeker zullen wij te hrt komen en het komt toch op hetzelfde neêr of wij hi er vun houger ·terren, dan ginds in de groeue bçrgcD' WU1lt al 011' slagt"ee is reeds gevallen. Eu als wij van ollZe ], nelden levelI , wat brengeIl wij dnn in Iort J.. Jatal mede?" Ilij zweeg. J)e beide boeren bliezeu knallend den rook uit hunne pijpen, cu zagen zwijgelltl naar den grond. 11 t raadt oom Piet ons?" vroeg ten laat te Jan Ol) Zoom. 11 Gij weet mallD(;]L ," zei Piet, 11 dat de sprinl'JulUen dool' de pringbol-ken worden gevolgd, die iJl kudden \'Ull millioeJ\f>n tezelijk uit h.:t binnenland komcn n ollze vlakten volkomen kaal vr ten. Zij komen dan door de uitgedroogde troombctldillg, clie de karreul)ergen door n ijdt ell ui\) gij kent. Jo:n h tgeen ons op eJk n anderen tijd wu beangstigen, moet ons thans wClIschdijk zijn, zoover hebben ,lie roodjakken heL meL Oll' geb agt. Laat ons gedrui , eli ma kende 'ignuJeJl iJl gel'cedhcül bl'eng n en wachten stellen langs dl' 'troombedding. l~n al cIc springhokhn komcJI, dan moeten wij cr munr 'lp in ehieLell 1.00\' el wij kunncn. lIuII vI e 'ch 7.ul mis roeden, want wi' droo~(,11 het n l1emen het dan md<: 'V. - JH op reis. !Jat is mijn raad:' 11 Hij i~ gocu, laat 11 rn yall Plaats iot Plaat verkolldige1l, n dan spoedig, ,'oorL, cer de roodjakkeJl ons kUlIllen in uen weg zijn. Als zij achleI' ons arlllkomen, mogen zij door cl Cobracapello's door de Ge 1- cu lIoon.Jang 'TI ontvangen worden, die 01lze })1uat · 11 zulleH b \voncu." 11 DaL is een wijze raad yan Pi i-oom, al beeft hij ook CCHe treurige oorzaak I" riepen op ~oom ell van DddaerL Op dit oogellblik ollbiOJld r buitcn op hei voorpI ,in en woe t geurui eh. lIrars tormde biullell en rirp: Baas! Baa ' ! de sprinkhanen! daar kOlDen ileprinkhuncn!" meek als lijl,ell zat II de mannen elle korte poos in stomme vertwijfeling. Binilclijk riep n zij: 11 Oom Piet is c n profeet I" cu O}J pringende, ijldell zij naar I11U1Jletevigr kaal! 'ell!! IJaardjcs en vlogen pijlsnel vall dnar. J3iun en een oog-ellulik wa:; Klnarfonteill al lloor (' '1\ toovcr lag in bc\\cgillg- gek om 'n. Sch I en . c1mt(;rclIll w êrklollk 'UIJido 's hoorn Ol'el' dc kralen. Y rouwell Ul killdC1'C'J1, allc kroop lIit de hOlltok~. All s schrccu\\(le, en maakte c Il \'rees~elijk rumoer. De hOI1(len blaften en janKten. ] eder nnm dc middel J\, die hem lIet mee"t nabij ]llgCll, L bant. De mann n grepen lnllll1C gewercn met kl'l1icl, de V1'011\\'en slo gen tegen p<1ttcn cn palmen om lIet gedrui 'ch nog te vermeerderen, terwijl de herder in all rij 1 de kUlldell 118ar tie kralen clH'\CI1 cn b. \Iamen - ) l.j - toe nellen. Alles stroomde llaar de akker , die als verschroeid door de zon eene bleekgroene tint hadden aangenomen ; Cll daar begon een gcrna', een sehreeuwe11, schieten, klopp n op ketel en potten, zoo oorverdoovend , dat het eheen alsof de vreedzame bewoners van Klaarfolltein allen dolzinnig, of zoo al de boer zei, niet wel bij 't hoofd waren geworden; en dat alles gegebeurde om - de sprinkhanen! e avond begon te vallcn. Gloeijend heet streek de noordenwind over de cindeloozc vlakten van .Klaarfontein. TJe zon bereikt" jui t den rand van den venen gezigteinder cu kleurde den hemel brandend rood, maar hare stralen vielen nog glncijellc1 op het uitgedroogdl! lanil, dat h t aanzien had van een uitge tJ' kt kerkhof. De boer van Killarfolltein had olldervincliJlg genoeg. Al de maatregelen van voorzorg, uie een voorzigtige boer nooit nala:lt, raren reeds genoID 'no Reeds acht dagen lang wa het \'olk des a\'onds bezig geweesL 0111 \'eral rondom zijne bnuwland Jl 1100pen van afval, doorn 'n, droog rijs, gras en vooral VUIL gedroogde mc-t uit de kralen opeen te stapelen, om al ue nood zou dringen, clie aan te sleken, CH hunne rookzuilen t eil h mel te do 11 stijgen, welk middel van groote uitwerking kun zjjn, omdat de rook 11 de dnarmede gepnnrcl gaande tank, de z"ermcn van prinkhan 11, die (k ~ - .• lla noor denwind voor zich heen drijft, verhindert, om op de bouwlanden Helir te vallen. Dit alles was voorbereid in de stellige overtuiging, dat de vijand niet lang meer zou uitblijven. 'Wanneer zij vroeg in het jaar komen, als het koren nog geen halmen geschoten heeft, en het weder gunstig is, dan kan de vrucht nog wel een tweede maal gedijen, al was zij ook door de ontzettende vraatzucht der sprinkhanen tot den grond afgevreten; maar thans was de vrncht reeds in den halm; cu zoo zij nu \\ rd afg vreten, dau was de oogst vernield en eene jatomervolle toekomst aan de ongelukkigen toebereid, want het brood zou verloren zijn. lIlars had buiten op de wacht gestaan. Zijn geoefend oor had het eigenaardige, metaalachtig klinkende SUi7.ell in de lucllt gehoord, een vreemd geruiseh, dat de sprinkhanen onder het vliegen doen hoor n; zijn scherpziend oog had op verren a~ tand de zwermen herkend, als een dunne rook, die zich immer uitbreidt hoe meer hij nader komt, en ademloos was hij Jlaar de plaats gevlogen om de vreesselijke tijding te breng n. "Holla ! Ho! De pl'inkhanell! de prinkllanen!" klonk de geweldige stem van Baas Piet langs de akkers, die zieh uitstrekten ter liJlkerzijde van de gcbouwen van Klaarfontein , waar het land lager was en dus beier door llP.t bronwater kon besproeid worden. Al ln en oogen- ll7 blik waren de fakkel vau Uars en Cupido, Jan n oom Klaas aangestoken, en de opef:llge ta!lelde hoopen begonnen ie brallden, terwijl door de ontzettende droogte er slechts een oogenblik noodig ,ras om ze in vuur en vlam te zetten. Daarna ,!jog een rumoer aau, dat alle beschrijving overtrof. Allen schreeuwden, klopten op metalen pannen of ketels en gehoorzaamden op een bepaalden afstand van lkander ver wij derd, de stem van dell Baas. Pi t, Jan, Klaas, CUllidCl, :Uars en anderen van het ,"olk losten onophouc1 lijk hunne geweren. De herders kwamen nader, klapten met hunne lange ossenzweepell en schreeuwden: "HoIlO ! Ilol1aho! de sprinkhanen !" zoo lang hunne keelen nog geluid konden voortbrengen. lIet hclsehe leven duurde voort, toen reeds de nacht op het aardrijk wa nedergedaald, want telkens hoorde rn n te midden van het onbeschrijfelijk geweld, de wonderlijke geluiden, en het Bch rpe g uis in de lucht, nu eens nabij in de ben denlucht , dan weder meer verwijderd, wanneer de zwermen hoog vlogen. Aller gemoed wankelde ius 'ehen hoop en vrees. Zoolang het helcler bleef, gelukte het, (lOOI ge\\'eld CII rook de vrcesselijke zwermen ovcr de velden te verjagen en ze in de verte te doen verdwijncn; maar thans, nu de duist rnis zich ollverLiddelijk over de aarde had llitgqJl'C'id, kon l1i mand m er 7.cggcn of de middelen -11 gebaat hadden of niet. :Met den nacht kwam de koelte, die vaak ijzig en koud, zoo spoedig op de afmattende en gloeijende hitte in het Kaapland volgt. Dan vallen de sprinkhanen neder op de plaats, waar zij zich bevillden. IIolIallO! weêrklonk de indrukwekkende stem van Baas Piet en Cupido's hoorn verspreidde het b vel als een welbekend tecken over de verre grenzen der bedreigde akkers uit. Oogenblikkelijk hield het le,en op en mcnseÏlen en volk kwamen bij elkander op de plek, waar de hoorn geblazen werd en waar de Baa zieh bevoud. Toeu zij, lleeseh en vermoeid in een groot n kring om hem verzameld waren, zeide hij: 11 Wij weten niet of de hand des IIeeren 011S geslagen llCeft of niet, maar wij moeten volbrengen, wat onze pijgt is en wat on ver~tand ons aanwijst. Zoo doen wij Gods wil. Hij doe echter met ons wat Hem goed dunkt. Welaan, laat ons nieuwe hoopen opeenstapelen; want de anderen zjjn uitgebrand, en met den morgenstond begint het gevaar op nieuw. 'Vauneer de prinkhanen door de hitt > der zonnestralen verwarmd zjjn, hen'en zij zieh weder omhoog om hunnen togt te hervatten. Als dit volbragt is, zullen wij il\ Gods llaam eene korte poos fust nemen." Dit laat te woord sterkte de vermoeiden, en zij ijlden naar de bewaarplaat en der gedroogde llle"t, uie in deze boomlooze vlakten ook dikwijls tot brand ,tof in huis en 11 ! keuken wordt g bruikt, cu pocdiger dan men had kunnen vermoeden, \\ar n Je lluopen in geregelde orue vernieuwd. Daarna gingen Piet, Jan cn Klnas iJl huis, terwijl het volk 7.i h in de bontoks 11 de krollen verwijderue, cu de doodclijke tilte van den nacht W I'll lecht' afgebrokcn door het hatelijke gehuil d r jakhalzen en llyena' , die iu gulzige vraatzucht de overblijfselen "Dil het gevallen vee yertecruclI, \\elke uoor de g 'eren JJog waren achtergelaten. }~en ombere trek lag over het gelaat van Baa Piel. faar hij wilde de bckommering die \lijn gemoed bezwaarde, nog voor ziehzdvell alle JI dragen. Als (' n nieuwe dag zou aanbreken, dan zou het blijken, dat zijn geoefend 001' zich niet b drogen had, dan was het vroeg genoeg voor de zijnen, om zieh te overtuigen, hoc zwaar de halld d Heeren op Klaarfontrill drukte. En wat had hem die vree' sclijke bckommeóng veroorzaakt? Toen hij de hoopen onderzocht en lang zijne akkers ging, toen werd zijn oor door en geluid getrofJ'cJI, waarbij hem het bloed in de aders Yerstijfde. H t was een gelijkmatig, zacht geridscl, een gelijkmatig geknang, nat llij vernum. Hij zag ecMel' JlÎets. ~Iet de hand in het koren te grijpen, \Ia ' gevcJrlijk, ,rmt zeer dikwerf zoekt het giftige ongedierte der langen ovcr dag cene - 120 - schuilplaats onder het chadnwriJke groen der grMlllanden, en de zoo tulrij k voorkomende giftige chorpioen, wiens steck doodelijk is, en de groote, afschuwelijke aardspin, wier ste k nog poediger doodt, dan dien van den bchorpioen; zoeken iJl sgclijks eene schuilplaats ouder het digte graaII, walin cr de 't ell of dc aardkluit, waaronder het ongedierte zijn verblijf heeft, door de gloeij nde zon zoo JlCet wordt, dat de dicren het niet longer dnnrond r knuncn uitllOud n. Ja zelfs JlCt ontzettend alarm, door zoo veL geluiden voortgehrogt om de sprinkhanen te vcr chrikk n, had menigeen van deze lcel ijk beesten, die tot clc tnlrijke l)lng n des JalH] b hooren, uiL llUnne cllUilhoekell cn in het kor]l gecll.'even. Eene geruime poo stond Piet a:mdaehtig t lui teren. Ach, Jlij was nu Jlelnns bijna tot de zekerheid gekom 11, dat die geluiden voortgt'bragt werden door d sprinkl]anell , clie het graon wegvraten. En \\'8 clit zoo, gelijk hij met het vol te r gt kon vreeZCII, dan zouden mei den a:llIbrekendell morg 11 ook de laat te groene halmen \ nn zij ne koren veld n verd wellen zijn, en met clez de hoop VOIl clon oog_t. Dali zou de lllaat zijner ellende vol ziju, en allcen de zoo g vreesde komst van de eindcloozo heirleger van SlJriugbokken zou do laat te hoop aanbieden , om het rampzalige leven te rekken en voort ad te bezorgcn voor de vlugt. 121 - En toen hij bedaeht, hoo zijne profetische woorden bijna vervuld zouden zijn, toon sidd rde hij. lIij at weinig. r' a hot avondgehed begaf zich de gelleele familie ter ru ste , want meL het aaubrckon van cl II dag moe ·ten allen weder wakker zijn. Piets Jaap wa gewoonlijk gezond 11 di p. °11 andere tijden was hij door geen kanonschot wakker te mak u, en geene stoornis ho gennamd kon hem anders het in luimcreu beletten; doch thans was het hem onmogelijk , den s1nnp te vattcn. De llaeht, auders steeds de troo ·ter der hedroefden, was hem eene marteling. Al de rampen, die h m in den laatst yerloopen tijd hadden getro/reu, van {ietjes vlugt, die het leven geluk zijns zoons had verwoest en de anders zoo vreedzame betr kking tusBeh n hem en zijne vrouw ged eltelijk had ge tOOl·d, tot op de komst der roodjakken , die hem het leven verbitterd en hem zijue g boort plaats g haat gemaakt hadden, tot de gebeurtelli~seu van d II pas geëindigden dog, dat nlies, die gan ehe auncenchakcling val! lijden Cll lIroevigo ondervindingen bewoog zieh thans voor zijn gecst ell drukte als en loorlz\\are lasi op zijnc borst. gn wnt zou de morgen br ngen? Dit alles belette hem te slapen. e ouderwetsehe hangklokloeg neg 11, tien elf - zijloeg het uur van middernacht en nog was g eu slaap over zijne oogled II gekomen. Het gehuil der jakhalzen cn llyenu's llU - J:2.2- eu nu ook het donderend geluid , dat door het gebrul va n verscheidene leeuwen werd veroor7.aakt, was genoeg, om zijne verbeelding nog terker op te wekken. Teil laatste begonnen zijne oogleden toch zwaar tc word n. Hij zonk in ecu onruLigen slaap, waaruit hij reeds Olltwaakte toen de klok twee sloeg. ,,'r haus heb ik geen Jaap meer Doodig ," zeide hij in zichzelven. Tn alle stilte tand lJij op om Kaatje ni t wakker te maken, kleedde zich aan, hi ng den magtigen karros of mantel van leeuwenhuid om, eens het zegeteeken , dat door zijn koenell vader op eeDe leeuwenjagt wa buit gemaakt; lIam en stopte zijne pijp, kr eg zijn geweer, laadde het meL ecn kogel in geval van nood, wanneer oms een leeuw hem zou ontmoeten, en ging naar buiten. Daar op nde llij den honden 'tal en liet twee van zijne krachtig te honden 10 , waarna hij, tIoor zijne kwispelstaartende vrienden omgeven, de hoofUpoort naderde. T og wa h t daglicht niet aangebroken. Eene cherpe koude woei hem in het aallgezigt cn noodzaakte hem om zijn gang naar de kralen te ver 11 lIen. N aamvclijk was 1 iet de kral n tot een korten af::;tand genaderd, toell de honden lwm vree ach tig op zijde kwamen. Hij tond til en luisterde. Toen ~chcen het hem aL hoorde hij in de verte het gekraak \'au beellderen door de kracht van een vree sclijk gebit. Een - [:2.:3 - leeuw, die mij zeker den besten os ontstolen heeft! bromde Piet in ûch zei ven , terwijl hij zonder eenige gemoed beweging zijn roer rnr! den schouder nam n aanlegde. Enkele licht trepen begonnen zieh thans in het oosten te vertoon en en verlichtten den omtrek. \r cldra had zijn geoefend oog den leeuw bemerkt, die juist op het punt wa , den gedooden 0 te verlaten, waaraau hij zijn maal had gedaan. Het ontzettende dier verhief zich langzaam n bedaard, zijne gloeijende blikken ontmoetten den vijand, die het waagde, hem te storen, n toornig sloeg het met den taart, terwijl het een dof g brom decd hoorelI. "Sultau ! Paeha! houdt hem!" riep hij de :honden toe. en cIc beide dieren pr ngcn op den Ie uw aan, mcL een geblaf, dat er vree dau toorn verraadde, manr zij 11ielden zich toeh op zulk een eerbiedig n afstand, dat de terugtogt bun steed gemakkelijk ell open bi cf. De leeuw \\'a opgestaan en sloeg zijne zijden met den taarL. l)iet trad hem eenige schreden nader. Op diL oogenblik stond de leeuw op h .t punt, zijn sprong te do n; manr nu had Piet hem ook ju; t onuer het schoL. I lij mikte n het schot vieL De leeuw deed een prcng in de hoogte, schudde een oogenblik zijne vrees elijke manen, en zouk onder een vervaarlijk gebrul ter aarde. De kogel van onzcn chutt r wa ' hem in het \'oorhoofd gedron- - 124- gen, toen hij zijn kop naar den grond had neêrgebogen. "Z-;ie zoo! Die zal geen os meer wegnemen," zeide de hoer lagehenne , terwijl hij naderdIl tot den vijand, die na eenige geweldige stuiptrekkingen roerloos nederIng. lIij hief deu kop van den leeuw in de hoogte en z ide half binnensmonds : "Een meesterlijk schot! Als ik }lem gemist lmd, zou al mijn lccll voorbij gewee t zijn. Dat mooije vel zal Knatje voor de groote r is nu uitmuntend te pas kornelI." Hierop trad hij een nabijzijnde kraal biunen, waar de Hottentotten zich iddcrend in de Eontoks verscholen. "Perseus," riep hij, "kom hier en stroop dien leeuw zijn vel af." IIHebt gij hem geraakt, Baas?" vroeg bevend de IIottentot , en nadat bij zich overtuigd had, dat de leeuw dood was; sprong hij volijverig toe, om zijne huid kun tig af te stroopen en }laar onmülrlellijk tot looijen te bereiden, een werk dat de Hottentot mee'terlijk \'er tond. Het schot bad ni t alleen de bewoner' der kralen wakker gelUaakt, maar ook de hui genooten ,an den Baas zelven. J au en oom Klaas Legrepen dadelijk, dat vader gesehot n hall. Zij hauden het gebrul vnn den leeuw niet gelloord en yermoedden, dat cr Bo chjesmannen in de kralen geweest waren om te stelen, wnarom zij dan ook onmiddellijk met hllnne roeren kwamen aansnellen. 'rot hUlllle geru t telling zag n zij, dat Piet - 12.') - ongedeerd was. Met edel zelfbewustzijn wees hij op den leeuwen zeide: 11 Dat is do eerste dien ik heb neêrgelegd, maar hij is grooter dan die van mijn vader 1 waarvan ik de huid nog draag:' Dool' de gelukkige vangst waren Pi t8 gedachten voor cene poos van de naa te b kommernissen afgeleid. Eensklaps echter llruktc 7.ij weder mot vernieuwde zwaarte op zijn gemoed. IICupidu! blaa !" riep hij, n wendde zich naar het graanlaJld, dat hij tot nog toe den rug had toegekeerd. Het was nu ook zoo h ldcr geworden, dat zij zekerheid konden erlangen aangaande den tand van zaken aldaar. Sllelliep hij cr heen, gevolgd door Jan eu oom Klans, terwijl 11ij kortaf bevel gaf de brandhoopen aan te wakkeren, om vroegtijdig het rool 0 wacllti ngen onder den knagenden beet van yraatzuchtige insekten t leurgesteld war n, met eene sn lheid, welligt twijfelachtig voor hem, die niet had opgen1rrkt, daL de grond alom met eene dubb Ie, ja vaak driedubbele laag dezer dieren bedekt was. 'l'en laat te scheen Piet weder tot bezinning te komen. Hij rigtte lIet gebogen hoofd omhoog en met manllcJijk zelfvertrouwen riep hij uit: "lIeL i ge ehied "at ons was toegedacht. God wil kunnen wij niet ve1'onderen, Zijne hand kunnen wij niet ontgaan. Hij heeft gegeven, Hij heeft genomen, de 1 J aam ue Heeren zjj geloofd! Hij zal wel verder hel11en' want Zijne weg n gaan vaak door de duisternis tot het licht. Uier" zeide 1 ij , zijn zwager Klaa' aanziende: IIllier ligt ue cheid# 1 brief vun Klnarfonteill! lIet i God' wil. Hier llOdden wij In t onze arme dieren moeten \'e1'h01lgere11. DlI:lrom voort! voort! zoo slloedig mogel ijk r De Heer geve nu, dat weldra de springbokken komen! Zenut llij ze niet, tlall j~ het gedaall met on~. ]Ánut OlJ' gaan!" - 1:27 - Hij leerde zich om Cll begaf :lÎch Ilanr huis. Cupido naderde hem elI zeide: "Hebt gij niet meer voor ons te zeggen, Daas ?' IIJa. loch, Cupido," zeide Piet, die nu al zijnc h daardheid herwonnen had' "ja toch, Cupido: Gij weet, dat de dieren, \l'OI1lJcer zij blijven ligg n, hunne eijeren leggen; en dat dan hun heilloos gebroed el onmiddellijk uitkomt. leekt daarom de vuren aan; maakt wov cl le\'cn als gij kUllt, 'n d\IÎlIgt ze, heen te tr kkell, opdat anderen niet even reel lleJl(lc olldervind n al wij!" J~n hij k e rde, UOOl' Jun Il l\ha vergezeld llaur hni ' terug, wanr zijne vrom\' stond te wc nen, want ook zij llad de ellcnde reeds gezien. Pi et reikte haar met landva Lige kalmt de hand. 111 iet huilen, Kaatje," z -id' hij. I,Als de leeuw mij ycr eheurcl had, dien od mij in mijne hand gegeven IlCeft, dan zoudt gij mc!cr grond hebbeu voor uwe trancn. Zie, ik leef, gij leeft, wij zijn gezond II \Iel en gind ligt de eh -iclbrief \" Klaal'fontein, door God haud an gehr \- n. Hij "il hel, \1 ij volgen r Die de jOllge )'a\'e11 ~pij -t, zal het ook 011 Jliet laten ontbreken. Droog \\\1"(' tranen af, en waak liever een begin mei Fikken 11 be. chikkell' 'l"lll1t de eerstkomende voUe maan ,inut 011 niet meel' op Ilaarfonlcill. I:W VI. DE AFTOOf. tn Afrika woràt veelvuldig, welligt meer dan in eenig ander werelddeel, lIet verschijn cl waargenomen, dat brcede en diep uitgcholt1 stroombeddingen zich mijlen vcr uitstrekken, zonder een druppel water te bevatten. Gedurende den regentUd vloeit een geweldige . troom door de diepe b dding, wier hooge oevers dikwijls loodregt afdalen' CII als het l1C te aizoeu verschij nt , droogt de strOOJO weder uit, de o\' ergebl ven stil b ande waterpla sen verdampen, en twce manl1dcll later sehUnt het ab ware er geen druppel water in de diepte g > komen, sedert de aarde dOOl' den grooten "loed hedekt wns. ~ulk eene stroom b c1dillg was hei, di in delt nacht, toen Mietje Klaarfontein verliet, de Kafler tot en vcrbergendelI schuilhoc gedienl1 hud. Drze bedding , dool' de gren boerelI de SlJringbokkelJbeddi ng gelloemd, strek te 7.i(' h van de hooge KaJ'rrnbergril vcr door tie , lakte uit. Op tie plaat waar dc I;c'lrelclige watCl'JJlas~a ccns dool' deze bergen heenbl'nk , nJrlllt zij eCllo ontzaf;'gclijkc l'()t~poort. I.oodregt el1 hell1e/hoog ~tnan de ruLclI (Cl' w~tlcl'zijdcn , n zeer vcr ~trckt zich die rotsige nfgl'Olld uit, tot de tit room in cene z:1l1digc ,lakte \Ia: afdedaald en hief, Irnnr geen rob·l'u hem meer II'ch·tnlJtl borlen, zich i!iel) I' iu dell g 'oml gewoeld had. JIiet' ~tr 'kie cle L 'deling zich Haar bcide 7.\jclCIl uif, toL z(j hor: langer hoe ondieper \\crtl ell zich rililleiijk op VeITell af talie! iu IlC'l zand verloor. Dl' lIn:lllJ HprillgbokkcubeddiJl3' lwd 7ij n'lkrcgell, OI1ldat in de jaren, wnnu(1er _ field Ih\frika door l'C/lO nanllOudcllue dl'ooóte bezocht wordt '11 dl' tnl/ooze kudden van ,pringbokkrn zich nIs ~ln'ill khaJlcn iJl de vinkten ui! tortell, om dnar hun Y()ed~ ,I te weken, n C\'ell rancbclnchtig nls deze, bOnn plobcliug' w('dtr tc \ 'rdwijncll, hun eindelooze tr'gt da;:;en nclJ!e}'cca door deze hccldill3' lrordt \oortgczd, Jl.: 00 n'J1 trekken vall dCZCll doortogt der ~pringbokkr:1\ partij, gaall mrt hunne 1'o('rcl1 aan de oevers en ,C'l!il't('n op goed geluk in de cJiötc (!rommeu, terwijl de ~lnrc II UWC grootc zwaro tokken nlle, nc.:trsla:lJl, \lu! zij herC'ihn kUlllJen. \\"nunpf>r Cf nH hï tlt~ .• r1l 1J1'r)nz('u l 11e gnpillg' iJl de J'ii"n '1 - I:HI - ontstaat, word n de gedooddc diercn poedig uit tlc diepte der bedding pgehaald, waarna men de slagting wederom op nieuw voortzet. "''Vanneer de tallooze heirleger dezer dier n voorbij zijn of door lange tu, ehenpoozeu worden afgebroken, dan wordt de rijke buit verdeeltl, De bokken worden ontwijd, gevild, en hun vlec 'ch dat buitengewoon malsch is, wordt ill dnnll schij"ell en riemen gesneden, welke men daarna op all 'rlei wijzcn in de llCcte zon droogt, om ze als ell ko Lelijk voedsel te kunnen bewaren, De geheele verwoesLing vall den oogst, die niet al leen a 11 boer \'all Klnarfontein, muar ook al de gr 11 'boeren, ja z Ifs op weini"e uitzonderillgcn nn, nog vcr in de l'igting aan dl! Kaap ,tud alle kolollit ll al een zwar ramp g trolrell had, de cl than de bo r n l1l ·t eene l'egtmatig hoop nUlU' de ander zoo geneesde kom t Ilen hadden zich "oorb der sllrillgbokken uitzien, rcid, om op het erLe t eken gereed te zij n, In de mbijh eid van de priugbokkcnb dding warell wa hteu gcplaat st om h ·t berigt zoo ~l) C'uig mogelij k te vCl'~l'reidrn, Ook op K la rrullleitl \\ a alles i 1\ gerertlhcilt El' tonden \\agens Unar, aie bIecht behoefueu aa11:;e. pall nen te worden, want al het o\'erige was reeds bc;wrgd; de paarden waren g zadeld de roeren in orde gemaakt, en tent n opgerigt, waarin allc wat op d hof~tcd - 1:31 - kon gemist worden zoolang kon vertoeven, tot de kudden zich over de verre "lakte lladden verstrooid, Oom Klaas bleef bij Jufvrouw Kaatj e thui , terwijl ol dc mannen, wier aanwezigheid niet verei ~ eht was , op de loer stOll dcn, Eindelijk kwam des avonds ue ITamaql1a en gifdoctor Mars, dic ol wacht was uitgezollden, in vliegcndell galop verkondigen, dat cr heden vcr cheidene 1)r11115bokken waren doorgekomcn. 'r ot bevestiging ]lad bij er ecn paar mcuegebragt, die, de ecn voor n de oucler achter hem op zjj n paard lagen, Voor het eerst in vcle uagcn bcwoog 7.icll tbaJlS on'r lIet meer en mecl' vcrt\uistcnlc gduat van dcn U OCl' van Klnarfonlrin een glan' vall \Teugde, heldcl' als de zon ne -traal, uie plotseli ng door ccn \Ieken lang d ui~tcren llrlllc1 te \'oorsch ij n kom t. • fet cellC opóewcktheid , die hCIl! slccllts iu uijzondcre gevallen eigen was, beval hij met allen l'poed op te brl'kcn, en toen de (bg aau a 'll IWlIlcl kwam, :;t01Jcl hij met Jan en zijne i:llrijke ollclC'rltoorigen, OllUCl' \ 111 ken de Hottentottell zcer gocdr , ('IIUHers waren, op d('J1 hoogclI ocvcr ucr si rooll1bcc!cling, ,\ 1 de j'()('\( ' 1l wam 1 hU Ilcm, ('JI in vl'ltro1l\\df' llrlmltll. 1,ij dit, gC'C'u gewcren bduen, waren lJleL ~te\' i gt~ slokk 11 'f('\\aprn cl en gereed eene slagling aan ti: lig-h'l1, din Haas I'it't in allen U cIc zou voldoen. Allen ijld 'll, zoo ,nel zij honden , Huur hunne posten. 1/ ~jj zullen haust dool' het poortje (zoo ,,"eru de holte vall de bedd ing genoemd) moeten komen," 7.ei Daas 'Piet, terwijl zijn aungezigt gloei Ic van vrolijke verwachting. 11 Hier op den hanll (zoo hectte de steile oever) t :l!1U wij ultmuutcnd goerl . Sle;e lb re!jelrc rt, dan vall II er meer uan ecn bij ie,kr schot. ,Jougens , als ik bedcnk, elat al mijn 5lJgtn~e weg i', en dat wij nog 7.00 '/1 \Tce 'splijke reis moetcn ma!;cn, dan beef ik \'un n eugde bij ueu rijken ooö:t, dje wij hiel zullen mauijell. Jun kniktc toctcmmenu. "I s jc baviaan 'poot in orde, Cupido ?'. \'l'or~ hij den ouue en Ulccnue (laarlllcde het ollticttcnu gl'Ootc gU\leer, dat de Hottentot iu de hunu hield. lI.\.l1e in orde, lha~ ," :mt\\oorduc ue Hottentot, bibberend " Oll dell 'c1wrpcn kouden "inll die hl'lIl lallJ" de ooren jo g. Op dit oogenblik bCJun het oosten in gouu n glans te ~('hitterell. De granu\\'e, dOllkcm berócn Jdeurdl'll 7.i('h \ iolct, bij purlier af, (11 I:unne hoo", te top11c1l blo nken Jceds in de heldc1'\! ~tr:llcJl u('1' morE; :u:-:on. Hct " U' :t11 gcworden, \\'nnt alle ooren Iud 'rdt!ll, :l11c oO Jell locl'uell, of cr nog b<:Cll stor\\Ol!'; in het poortje te :-:ie1l \\·ns. ])jot cliTlf, riep 13:13' riet, ran zijne hooge stnnrlIlnat~: /' p,,·t 0]1. iOI1~C'll·. (la:)" kClIIrn ;'ij ~ , - I:);, .\11r1' oogen rigitcn zich op het poortje, waar weldra. 'ene stofwolk omhoog steeg ClI celt zachtc vrcugdckrcrt bcantwoord ue riets ui lroC'p. Doven de stof\rolk vcrtoonde 7.ieh nu een troep gieren, die altijd het heir der Slll'ilJgbokken begeleiden, omdat zIj zeker zijn, ook (){'n rijk aandeel in het mubche vice 'ch der schoone dieren te. pukk J1, en al werden zij hierin teleurge, lcld, dun vielcn toch de ingewauden llUn t<:n ul!cl, die de boeren na het reinigen der ge 'lagtte dierclI, zoudim achterlaten, "Dual' zjjn zij!" riep l'iet. "Opgepa t !" Op dit o0tiellulik deed zich cen dof gcdreun cn ceu ei(jenmmlig gesuis hOOI'CII, dat altijd nader kwam. JI Yoorllit jongen, er op 10' ," riep JlIj thans, en zijn baYÏaall::iIJOot knalde vree selijk cu deed cenige vette bol' ken llcrrtuimclen; lnU:Jl' dit lIlaukte de oVdigcn niet schuw, ell had hUlI ook nid' kunnen butcH. want telkcn' k\\, men nieU\\"e ~eharCll \'an ncluereu opzetten en drongO)Il II'n vooruit, al zngcn zij ook ecu UUiZClldvoutligcll dood in hrt aal1óe~i3L DaarclJbovl!l1 \Ia: aan geen uitwijken te tlcilkell, want iu de gnn che breedte der bedding liepen ae boklcn kop aan kop en de oevers waren hoog. 11 .. iet zoo dol cr op inschieten!" riep Piet, "ziet gij dan niet, oat Cl' onder het goed ccn groot yerschil is P T>ui\"cl' ! 'llpido, dnar schiet je nu ew ouaen spille1 ((;U; ... eheelt het je in je kop , ker!'l:J AllC'cn op dr. - ];31- bokken schieten en op de vetten! Hei daar! Jantje," riep l1ij een jongen Hottentot toe, /lsla met je kneppe! all en de vetten dood ! 'IVat hebben wc aan die schal'miuk Is? Daarmeê zitten onze kralen al vol genoeg, meer dnn genoeg. "' ette, vette rammen, bokken! Jongeus kunt ge dan niet uit je oogen zien? Uet de zweep moet jelui hebben ! Past dan toch op!" zoo riep hij 7oOI\(1er ophouden, n laadde en schoot vaardig als altijd het vetste goed uit den hoop, ell dat alles met eene bewonderen _ waardige vlugheid. Schoten op . clioten , sIngen op slagen volgden elkander onophoudelijk en \Y ldra begon het vuur meer bcued n aan de stroombedding, Iraar Op Zoom en van Dcldaert en andere boeren met hUllne onderhoorigen tonden. Maar zonder ophouden liep de stroom der dieren onweêrstaanbaar voort. De gevallenen werden onder dcn voet getrapt en over hunne ruggen ging h t vooruit, immer vooruit in een langzamen draf. Urell achtereen was deze hoorn zonder tus clleupoozen voortgegaan, en de zonneschijn begon re ds brandend llect te woruell. De buit moe t ontzettend zijn, want reed Il'aren velo honderde schoten gevall n, en geen enkel sehot miste; zelfs een schot op goed geluk was raak, omdat de digte drommen niet de mirl te opening vrij lieten. /lA.ls er niet 11aa t een eind aankomt, dan weet de Hemel hoe h t gaan mo t: de warmte i "erlitikkcud. - 13:; - en in dat stof valt J13auwelijks adem te hal n ," riep Piet blazend en hijgend, terwijl hij het zweet van zijn nanschijn afdroogde en cenig oogellblikkcn rusi nam. Maar nu cheen het ook, als had zijne begeerte de wei gesteld. want de stroom werd immer dunner en doorzigtiger, en bestond eindelijk slechts uit achterblijver , die liet dan ook allen met den dood moesten bekoopen. 'l'en laat ie trokken ook de aehteraandll'arrelende tofwolken op. Gulzig zw erden de gieren boven de talrijke lijken der dieren, die als een lange berg il1 de stroombedding lagen ope ngehoopt; maar zij hadden den moed niet, zich op den vetten buit neder te torten. Thans prongen allen omlaag en bragt 11 de gedoodde dieren zoo spoedig mogelijk op den oever. Ver over de drio honderd waren er ge choten, en hoezeer zij ook voortmaakten, duurde het toch een geruimen tijd eer deze allen in veiligh id waren. lIet was ook hoog tijd, WUIlt reeds vel'1lum men andermaal hei gedreun en genis, en nMuwelijks waren de manschapp n op den krans, of wederom drongen zich Dien wc, onafzien bare scharen door het poortje. En andermaal ving hei schieten aan, doch thans slechts door de helft dcr manchappen t want Jan 'Tas met de andere helft bezig om de dieren schoon te mak n. Van de mngeren necd men alleen de achter te bouten - 1'Hi- af en WIerp llCt o\uige weg , ien prooi aan jnkhaJzrn . llyella" , w01"e11 ell gier 11. Ook J e t wecde stroom vun duizenden '11 duizendcll ilrnafdc voorbij en de gevallenen werden bij d' vorigC'll vel"7.ameJd. Twee wage))' waren reeds gevuld en ook de derde was teil Jla:l·t ('n bij vol, toen I i t heL woord nam: IIAlI ' heeft "ijll tijil," 7.egt de wijzc r onillg 'alomo: lI~len mo L eten om te leren ('11 drinken om het sLof wC'g te 'poelen , dat ons in d leel va 'L zit! KOlllt, laten wij gaan ontbijten !" À1ars en 'llpic1o uroegcn ene mand Ilan , ('Jl " cldra J1ikk rde 'n VUUl', Ilam'toe de Z\1'artclI brand ·tof hadden bije nverzamelU . Op en ri IJ UUJlido: "Hier ligt ecn gcraamtl', wit afgeknaagd cn heblt'ekt!" Hij b', oud 7.ieh bij het Mimosnboschjc, waar Merknnr gC~tOl\lJ1 was, en dIlllido liet ll oofd. ,, \ rie zou dat gClree t zijn?" "Vraag llct aan de gieren daar bOI'en, die a henclcrcll van den nI'mel ) ehelm hebbt'll al~ckltaagd r' zeide de ·amaqua ~ I ars met cn bllottcnd 11 lach. 1I1liclo '[omI peillz !lil '"OOI' liet gernamte II bc!Schollwde het. Jlnau\\'keurig. JI Wie zou h ,t ge\\'ee~t 7.i.in;" ging l\J /Ir loort:11 het zal eeu Kaller rr 'lYce~t zijn, want clie hcubeJl hicr toch g IcgCl'u , toen zij ldaarlonLein "i1elen oycrralkn:' /I -(',en ," 7C'ide Cupido, ,ronder baar aangedaan, ,,11 t i, en lIo[il'u[ot "cwe[ dat zic ik aan dCII kop:' Lall" - LH - stond hij danr in tomme mijmering; toen ging ]1 ij Iloar dCIl bOC1' cn noeg: 11 Uoeu Rw ' , mag ik het geraamt hrgrarell ?, ,, \ \'(·1 zekcr, Uupido," zeide de boer l'IItig, /ldoe uni. Gij do t, cn goed \\crk. raaf en graf 1001' hem en Lid voor de arme 7.ic1, ik zal heL ook docu.' '1'0('11 nam Uupiuo ecue _padl', die men medcgenoLUcn had om ene tCllt op te blaan, omdat, men ni t op 11 u Ik. ecn l'ijkrl1 buit in ;:00'11 korten tiju gehoopt had, n groef aan de ol'crzijde dcl' bedtlillö l'en graf. })aal'll:J. hit:lp :Jlal" hem het geraamte er in leggeIl cn tocn d;t gC:iehietl \las, nam de boer, die hen inmiddcl ' genaderd was zijn br('cu3crallddell villen hocd af en bud luide het "Onze Yader;' waamn ze het graf digt wierpen en weder tot hUJllle tOgtgCllOOtCIl terugkeerden. Cupido had, zonucr het te \\,c[ell, het gebeen[e van zijn kind ter ndc gelegd. :\laar l'.Onclcl'ling, gelijk een dui,tcr \ crmocd.'11 cIc zid \'crollirust, zoo maaktc een ,lille ernst zich van den oudcn, trou wen Hottentot me ster ell dikwijls slaakte llij luide zuchten onder zijn arbeiu. Jan had den maaltijd klaar gemaakt. .Fijne sn uen "an het tccuere I Jee 'eh, dat uoor het trapl,ell der springbol,ken nog malseher geworden was, lIlet zout en peper ingewreYell cu dan gebraucll, \'01'llHlen het smakclijlo maal; en tocn hct gebruikt 'Ia', werden ue wagen iugl'~pallllcl1 ell in bewegiJlg gebragL 1:3 Op Klaarfontein werd gedurendIl de volgende dagen lIet vIce eh van het ge ehotene wild in fijne nedcm aau den zonue ehijll blootge teld om Le droogelI. De achterbouten werden gezouten j de choone vellen der bokken waren uitge pannen om gelooid te worden, ten einde ze tot kleeding of bedekking ge chikt te maken. Overal heer chte bedrijvigheid ; want, hoe spoediger deze werkzaamheden ge·;illdigd waren, de te eer zou men aan de voorbereid elen tot d n grooten togt kUDn n b<.'giunen. Overigens hing de bepaling van dien togt ui t van de willekeur eells enkelen af, maar van het gemeen ehappelijk besluit der vergaderillg, die na het bereiden der dieren zou gehouden word 11. Een vreemd schouwsp I bood thans de wijde vlakte aon, wegens d ontelbare menigte van springbokken, die door hunue luchtige, bevallige sprongen het lnndsclJap aangenaam verlevendigden. 1\1aar nu dacht niemand cr meer aan, om ze t storen. Alleen de leeuw maakte jagt op heu, en vertoonde zieh omtijds op klaar lichten dag tot in de 011midd llijke nabijheid der woningen, zonder de mill te "W$ te toon en. De kudden mogten de kralen niet verlaten, want het gebeurt niet zeldcn, daL de schapen met de pringbokken op den loop gaan en dau rodd 100 verloren zijn. ier dagen lang werden de springbokken overal cn ccn zwarte tot drijver had. In de wagens zateu de \Touwen II I,inlleren, zwakken en zieken, of zij waren met 1 vell middelen ell goederen nn allerlei aard bepakt. Ter zijde van deze wagens rotlen de ooms, de oudo Locrcn, de manuen en vader', even zoo gekleed en gewapend als de neven; en ten bat te volJdo eeue gewalJeude rui Lel' 'chaa1' 'un bocrcll tot dekking van den togt, onder Iwt beyel vall deIl nlg meellCll gezaghebber, een reu achtig grooLen. hoogbejaarden boer met lang wit hanr, En hoog bov 11 den ollafzicn barcn trein zlre fdeu 7.WCl'mell van vraatzuchtige giercn, cn ·tortten zich 7.ondcr nces op de talrijkc doode oecsten neder, die lang ' (Jeu 1\'('3' 1igg nd, n treurig gczigt op1e,c1'u n, IYllnt zij waren lIiet mocr dall vel on'}' bcen, TI hn1l'c 11 t gedrui 'ch, dat door dic mcui,·tc rlln o .oortrukk udc meJlschell cu Leten en (Jc langzaam oe,regende wagen , door het haltluide drijwll der dierelI , en hun geblaat en gebrul, cn dUOI' zwcepgcknnl en hond. - tll- geblaf \lerd loortgeoragt, heer cht in den treiu eCllC diepc l:ilil te, want ieder lIa doordrongcn \'nll het gewigt (lel' oJlderncming cn van de oll7.ekcr toekomt, dio mCIl te gemoet ging, Bu onk het nfsrh iel van dc geheiligde oorden der kindöchheid, van de gran:lI hU1Iller dicrbaren , drukte ab looel op aller hart. .Iet ecn pijnlijk gevoel 'Inren de laabte ballden n;r~chel11'(l, die zij bouwden. Eu tocn dit get:inditrd \ras, legden zij zich hoopvol lel' ru Ie, Zoo \\'erd ied"rell tb:; aangevangcn met gezang, gebed en cello \'oorlczi ng uit ucn J1ij bel, cn zoo cindigd.: iedere iet en zijne familie, benevcn zoo vele anuere haar bekende en hevrienele llllisgezinncn zich in den heirtogt konden bevilldrl1. Wanneer zij alle goed naging, dan begreep zij zeer goed, dat deze togt gecne wraakneming gold, want de bo I' n hadd n immcr hunne kuelelen en zoo ontzettend \"eel wagens bij :óeh, die in den trijd slecht uuttelom~e b \last war"l1. En dacht zij verder aan de mi noe"dheid tefl'en llet Engclschc Gou\'erncmellt, waarvan zij op l\.laarfontcill zoo dik\\' rf ele ondubbelzinnigste blijken gezicn huel, dali kwnm zij meer cu meer tot de overtuiging, dat de boeren yccl \' een a:ndcr vael rland zochten om het juk der hatelijke ,,'ett u te ontgaan. !Iaar llart idderele, 'anDPl'r zij dacht , dnt de vre elzam l lU1 (hrrh nin'T' -1::;" overvallen en vermoord 7.oudcn worden door dp. strijdcrs van llaar vader. Steecl 11amen de berigten van het nacleren del' boeren in aantal toc, tot eindelijk de tijdi ng kwam, dat de land verhuizcrs in het Cnrumba-dal gclt'gerd 1\ are1l e1l sedert e1l nacht hunne wucht\'ureu haddcn ontstoken op de hoogten, die het grazige dal omringuclI. Tu den vrocgcn morgen na cleu dag, clat dit bcrigt wa ingekomcn, \I'crd door nndili CII Palaver of raalbvcrgadering van de oudsten des volks bij engeroep 'n. lIet voorkomen valL de mUlln n, die zieh hier verzamelden, wa vl·ressclijk. 't Waren reu 'ueMig groote, eerwaardige, rlJstige gestalten. ]I Ulllle ligehamell waren van het hoof(1 tot do \'oeten met witte ('11 vuurroodo trepen he ehilderd C1I ill hUllllC lw reil zag mell trui~- rIt anclcre ved rs wapperen. Met den I\:arros \'an })raehtige tijgervl'llen om lmnno behouder en CCII blllldel attagnaijel1 in de l'rgtcl'hand traden zij in JI kring, groetten h t stl'ijdlu ti ge grijze opperhoofd en hurkten llaa t elkandcr neder. Noha ell Gocllima stonden aehter Iwrcn "ader en op rolta's gelaat lag diepe ontroerillg. De kring werd g ~lotell Cll eeuige minutcn !teerschte cr eene uiepe WIe. 1'oen verllief zich , andili en nis door en too\'Cl'slag ~tond de gall cllC \'ergadering met hem orcr indo ] j;l In de beeldrijke taal der wilden ving andili zijne toespraak aall. Op indruk", kkenclen toon deelde hij de berigten mede, clie hij gekrrg n had. lI't .I s waar ," zeide hij, IIh t heeft den sehijn al'of cle boeren iu tweespalt zijn met het groote opperhoofd der Kaap tad, (zoo noemde hij den Engel clI n Gouverncur van hct Kaapland); maar op grond eellcr veelzjjdige ondervinding wc t iecler, dat de du bbcLzillnige Abaloengo's nict te \'erlrouweJl zijn. Uit alle bleck, dat zij gekomen war n om op cle Amakoa' wraak te n men, wegen de overvallen der boereuplant en aan de grenzen. Daarom had hij de vaders van zijnen .tam tot een Palaver bijeengeroepen; wallt de Abaloengo's waren in het Caramhadal gelegerd ell hct oogenblik wa daar, dat de Amakosa's dCIl vijand moesten aUlIgrijpell, eer llij onvoorziens hunne kralcn zou . ernietigen cn hunnc vrouwen en kinueren al lavcn zou wegvoeren benevens al hun rijkdom, Inullle kudden:' J.ang en brcedvoerig had het opperhoofd gesproken en op de aang zigtell der mannen ,ras duidelijk te beSlJcuJ'cn, uat 7.ij het volkom 11 mct hem een wareD. '['oen hij geëindigd had, w êrklollk nIs uit één mond het woord: Strijd! Op ceHS was het alsof cn hooger wezen in het midden der vcrgaderillg \'cr elie JI. lIer oogen ve tigJcu zich op ue sehoolle HOU wcl ijke gedaaute, di 1."j;j - gloeijend van geestdrift, hen met vlammende blikken aanstaarde. Sandili zelf \Vn s getro/I" n. lIet was Toha. De \l'eèl"galmende uitroep: ~ trijd ! verstomde oogenblikkelijk. '1'oen alle. stil \\'a geworden, hief zij aan: 1/ Ik weet, wat \raagsluk ik doe, door in den I alaver der mannen van mijn lam te ,·erschijnen, on geroepen , ongcregtigd door de zeden mijns volk j maar ibnoct _preken, omdat gij het IJCilig te regt. met voet Il wilt treden!" - l:n nu begon zij in levendige bewoordingen te verhalen van den dood hare1· moeder, van hare redding door een boer, van de liefde, waarmede zij in het 11Uis vall cl n boer was opgenomen Cll hoc weinig haar volk met de \"l"ecdzame gezindheid der boer 'u b kend lias. ~i.i "ist met zekerheid, dat de Eugelschmnnnen, de vijanucn der 1 a/1'ers, ook vijand 'n waren van de boeren. lij kende de oorzaak van die groote verhuizillg. De boeren zochten een toevlugt oord j al vrienden kwameu zij, niet als vijanden, al · sm ek el ilIgen , lIiet als aanvaller, n haar volk zou op het punt zijn van verjaagde, ongelukkig' vlugtelingen aan te tasten. ])at wns het edele hrakter der mnkosa's onwnardig, dtü zou hen moL smaad, met welverdiclldell vloek overladen. 11 Jk,'· ging zij voort, 11 ik wil als afgezant tot de boeren gaan j zoo gij heu slechts vertrouwen wilt. Ik ben cr trots eh op, dochter Ü' zijn v:m on opperhoofd, en zal mijn volk nimmer eene schanddaad vergeven. Ik ken de taal der boeren en voel mij behendig genoeg om ook zelfs hunne g heimste bedoelingen te doorgrond n. Daarom verzoek ik u, dnt gij den attagaai \\' uer in uen grond stoot, zoo lang, tot ik terugkeer u tijding breng. Eu dat. zal ge'chied n 'er de wassen de maan vol geworden is:' :Met wegslepen de geestdrift had het meisje ge proken en over allel' l.urtell gezegepraald. andili prong op en stiet de punt van zjjn nttagnai in d n grond en al de mmlllell in den Palaver volgdeu hem. Johu's voorstel wa aangenomen. En tocn zij daarvan de ondubbelzinnige beIrijzeIl aan chouwde, \lerd het haal' duizelig en "ceJlend viel zij iu de nrmen van har zuster Goenima. De af 'praak, die nu volgde was kort. De mannen \'erwijdcnlell zich eu allen prezen Noha en verkondigd 11 ]laren lof. Tweemaal was de maan reeds over het. 'ararnbaual opgegaan cu 110g haduen de boer 11 geen 51100r vau eene 11auerüIg der Kafler ontuekt. ~r aurits-oOtn hd een wnpenburg gebouwd eu alle maatregelen tegen den oren'al genomen. Rondom de hoogten waren dag en nacht veldwachten ge Leid om op het dlll een waakzaam oog te houden. i'egen deu magiigen stam van een Boabab gel und, stond JUJ1 op zijne \\'aehlpo L :EclIchcrpe koude wind blies hem van den Quathlamba in 't gezigt. Digter wikkelde hij zieh in zijn kanos, in het breede leeuweJlvcl, dat door den vader als zegeteeken bij de kralen VUlI Klaarfontein wa buit gemaakt, en dat de zorgvnlc1ige moeder hem gegeven had opdat hij geen hinder zou hebben van den kouden , ijzigen nacht. Het wachtvuur, waarbij zijne kameraden gelegerd waren, lag ver van hem; en hier op het uiterste waehtpullt kon hij geeu toon meer vcrnemen van het drukke gesprek, waarmede zij den slaap zochten te verdrij\'cn. Jan hield de baviaan spoot in ziju arm cn liet zijne blikken ronddwalen in het schijnsel der maau. Eene doodelijke stilte heersehte aJom, en door deze stilte vergat hij allengs de yoorzigtigheid, die zijne post thans vereischte. Hij verviel in die rlroomerij met open oogen, waarin ue liefelijke beelden van 't voorledene weder lang dell geest voorbijzweven. Zijn hart was iu Klaarfolltein. Alles wat er tus'ehen Mietjes vaarwel en dezen oogenulik lag, was verdwenen. Hij zag het meisje weêr in hare iille huissclijk bemoeijingen ; hij zat weêr met haar in dicn ehoonen stillen morgen op de tuinbank - maar op ens o",ervicl 11 m weder de diepe smart over 11a3r, over de verlorene, over het verstoorde geluk zijns levens, en ceue zucht ontsnapte zjjn gemoed. Daar ritselde liet jn het geboomte. J [IJl legde zijn - 1:i7 - roer aan. Een dier sprong op hem toe met een geluid? als waren het de vreugdekreten van een hond. Jan zette zijn roer af, cn - Bob, de trouwe Bob, die sinds :à{ietjes v1ugt verdwenen was, lag aan zijne voeten, vol onuitsprekelUke blijdschap. Luid blafrend sprong hij tegen hem op, lekte hem de handen ell gaf op allerlei wijzen te kennen, hoe gelukkig hij was, nu hij zijn meester weuer zag. J all stond al versteend van blijde verra sing. Toen hij zich hersteld had, boog bij zich over den hond II beantwoordde zijne .oorttlurcnue liefkozÏJlgell, r. gtte zich i echter " êr omhoog en roeide, al had het trouwe dier llCm kunnen verstaall : 11 Ach, waal' is zij, van wie gij ontvloden zijt I" "Hier, hier is zij!" riep Mietje of Noha, toell l.ij zich teIl volle verzekerd had, wie de man wa , die zij met een 'idderend hart had gadegeslagen, cn wierp zich in Jan 's armen. Dat was een wederzien 1 Lnllg du.unle het, eer zij tot kalmte kwamen cn go cl 111 t c1kalh konden spreken. 1/ Wnarom zijt gij van on heengegaan?" was Jan::! eerste vraag. 1/ Ot Is nu geen tijd en uur 11 Stil!" zeide het meisje. om daarover te spreken. Ik kom al afgezant der Amakosa's." r['o 11 wrhaalde zij heUl, wnt ('l' in a eH Vl bvc' 1 '~11 anilili gebeurd wa ; welk ollweder zij gestild, welk gevaar zij afgewend hael, omdat God haar als in eeu voorgevoel llad geopenbaard, dat de liefsten, die zij op aarde bezat, zieh ook bevonden in den trein der boeren. Zij vroeg hem naar de beweegredenen, die tot de volksverhuizing hadden aanleiding gegeven, naar het doel en llCt plan van den togt. :Bn toen alle baar tot zekerheid geworden was, vatte zij Jan bij de band: 11 Kom, nu "'en naar de moeder, naar den vader ! Ik kan het verlall o van mijn hart niet langer b hecrschen !" Jan gaf aan de veld wacht het teeken en weldra naderden eenige mannen om hem af te 10sse11, waarna hij het ll1ei~je 11aar de legerplaats met zich voerde. Doar was het stil, zeer stil. 1Ien sliepen en hadden de bange zorgen vun ticn dag verbetcll. ~laar Jan wekte heu en weldra lag :!IIietje aan den moederlijken boezem, hare levensbron, tocn zij nog een verlaten wcc.je wa~. "\ Vctierom vloeiden Knatjcs tr:l1len, maar nu '\'aren het tranen van vrcugtie bij het zalige weuerziell. Ook de boer vau Ylnarfonteill kroop te voorschijn uit de diepto van den \l'ngen, waarin hij met oom Klnns 11nd gerust. Nooit had )'Iietje gewetell, dat 7. ij zoo bemind was, uls zij llU onderrond. Piet wisehte cell trnon uit zijl! oog, cu zeide tot de zijllell: 11 God zij geloofd, nu zal het ongeluk viln OIIS wij ken, dat ons vervolgd heeft sedert dit kind vuu 011" i~ \I<'ggegaan. l lct haar zullen gelul en vrede terug komcll ! " _l ietje boog zi h neder en wilde zijue haml ku 'sell, die hare tranen besproeiclel! , maar hij drukte lwal' aan zijn hart ell ku te haar op het voorhoofd. 11 Killd, kind ," zeide 11 ij vol aaJldoening, 1/ wnt hcbbell wij 11 g mist! Hoe arm was OllS het leven zou der u. 0 verlaat ons Hooit ". der!" 1(jctje gevo ,Idc zich overweldigd door de ," olheia Jmar geluk , manr toch ,crgat zij het gewigtig te niet, dat haar. t doen stont!. 'iJij vnrzocht, llat de aanvoerder van delt logt gerocIK'U wicrti, puai Cl' geell oogenblik tijds zon \'erloren gaan. Oom )Jallrits veJ'~ eh en en onder eene t 'ut, die .lall, zoo goed hij kon, had opgeslagen 11 bij cu Jlikken'lId VUllr, dat de nachtelijke koude drag lijk maakte, villg nu de uWludslogillg aan. Alle 1'001'~lllgcn moeslen ,oor het rer tand van het mei 'Je onderdoen, want zij 1. 'llde haar \'ad '1', haar volk, en zij \\ ist, \lat el' thllllS Jllogt geil aagd ril gewDel! t " orden. ·1~i\1dcli.ik waren zij tot een b luit gekomen. Jan zadelde vijf paurdell, ('JI Piet, Kantje, Jan J\ :JfaUl'ilsoom reden met 11 t mei",je in de morgenschemering uit, en op de l' mal "un SU\l(lili Dali, WGIlL dit had :Mictj e bqlUl1ld, 'n hierop had zU hare hoop gen! tigd. lTiet zOl1clrl' H ee had • nclili het meisje, dai zijll hart wCllclijk tCII volle beheer chle, laten v !'trekken, CII to II zij wa ~ he llgegaan , beroull d ' het hem bilt r- - 160- lijk. IIaar verlies had hem den àood gedaan. Ooenima stelde hem gerust n bood ~jch aan om Noha na te snellen: maar dit wilde llij ook ni t toestaan. Hij zou het liefst zelf zijn gegaan, ,,"anneer zijn stauc.l en zijne waardigheid als opperhoofd dit hadden veroorloofd. Drie dagen gingen in gespannen verwachting, in zorg Cll wroeging voor hem voorbij. Eindelijk \\'erd door de uitgezette posten de tijding gebragt, dat 'oha in aantogt wa , begeleid door Abaloengo's. Sandili wa buiten zich zclven van vreugde over het wederkeeren van zijn innig geliefd kind, n ontving haar met alle bewij~ell van vaderlijke liefde en blijdschap. lIet verstandige meisje maakte van dit gunstige oogenblik gebruik, om Jufvrouw Kaatje tot hem te brengen. 1/ Zie ,'ader ," zeide zij, met waarachtige innèrlijke aandoening, 1/ dit is de vrouW', aan wier borst uwe .. ' oha gelegcll heeft, die hare moeder werd, toen hare eigene moeder door dcn pijl des Boschjesman gedood \\'a~. Hier is de man, die m ij een vadcl', hier IJ ij, die mij een broeder was in de trouwste liefde. Z('ócn hen, lllijn vader! Zegeu heu!" Zij wierp zich ann zijne bor~L en weende heele tranen. Zoo iets had llntlili niet ven ·aeM. OverlUec~terd door de woord 11 en de trallen van ziju kind, l'ciHe hij hun de luwden n r oha vertolkte, de woorden van .1unkhuleid. dj(, hi,i ti ,,,),,1, 161 En hen hadt gij en uw volk als vijanden willen behandelen ," ging Noha voort; 1/ hen hadt gij willen verdrijven, heli, die vlugten voor onze gemeense~.a~pelijke vijanden, die een plaatsje bij u zoeken, waar.~lJ l~ vrede hunne kudden mogen weiden. 0 vader, mlJn dIerbare vader, zoudt gij z66 kunnen vergelden, wat zij aan uw vel'laten kind hebben gedaan? Lnat mij dan liever met f1 hen sterven!" 11 Neen, neen!" riep Sandili. 11 Zulk eene wandaad, zulk een ondank begaat geen Amakosa I" Hij voerdl! hen in zijne hut, waar hij hen als zijne welkome gasten onthaalde. Nu eer t nam de grijze aanvoerder der boeren het woord, en hetgeen hij zeic.le. werd door Noha aan haren vader vertolkt. Sandili antwoordc.le hem, dat hij morgen een Palaver zou houden, om de voorslagen in overweging te nemen. Dit geschiedde, en door oha's tusschenkomst verkre"en de boeren eene woonplaats in de dalen van het Qu;thlambagebergLe. De overeenkomst werd bekrachtigd en met dit berigt keerden zij in de legerplaats terug, waar zij m tonuit prek liJke blijdsehall \V rden ingehaald, daar Toha en Sandili hen begeleidden. 'l'hans kan ik met mijne lieve le7.cr over eene reeks van jaren heenstappen. Menige oorlogsstorm woedde ï 11 - 162 - nog over het landje, dat de boeren hadden verlaten; maar geen enkele drong er door in de stille dalen van den Quathlamba. De boeren zegenden het besluit, dat zij genomen hadden, zij zegenden Mietje, die hun geluk had gegrondve t, en die onder hen woonde, voor Jan eene gelukkige huisvrouw, voor Kaatje eu Piet eeue liefhebben de dochter. En toen Sandili stierf, toog Goenima, die de vrouw van een jongen Kaflcr geworden was, en ook in z~jne ziel de zegeningen des Evangelies gebragt had, tot hen in het Carambadal , \\'aar hUllDe woningen tondcn en hunne kudden weidden en waar de vrede Gods en zijn rijkste zegen met hen woonde. Zij hadden hunne woonplaats Klaarfoniein genoemd en dezen naam verdiende zij, want ongestoord vloeide hiel' ene reine bron van huisselijk geluk, be chel'md deor dcu arm de IIGCren, die de zijnen kent. T 1I 0 U D. Dink 1. De Boerenfamilie vnn KJnartontcin 1 H. Een morgen cn (lag ol' Klnnrfontein 32 nL De gc toorde fust • 5(j IV. De wrank van cClIeo vcr tootcnD 7!) V. "rede! vrede 1 cn toch geen vrede! VI. De aftogt . "Il. Een vreedzaam tocvlugtsoul'd !)(j 12 ]49